De turbulentie waar veel hedgefondsmanagers lang op hoopten, keerde vorig jaar terug. Als de beurs naar beneden gaat, krijgen de fondsen de kans zich te onderscheiden. Een aantal fondsen slaagde daarin, maar niet iedereen kende een goed jaar.
Tot vorig jaar waren beurzen saai, maar lucratief: over vrijwel de hele breedte liepen de koersen op. Daar hadden veel Nederlandse hedgefondsen last van. Een groot deel van deze sector bestaat uit long/shortfondsen, die posities innemen waarmee zij zowel profiteren van stijgende aandelenbeurzen (‘longposities’) als dalende (‘shortposities’).
Het voordeel is dat ze op deze manier ook geld kunnen verdienen in neergaande markten. Dat maakt hun risicoprofiel lager dan dat van traditionele aandelenfondsen. Keerzijde is dat ze minder profiteren van stijgende koersen.
Aan de rust op de beurs kwam begin vorig jaar bruut een einde. Eind januari doken de koersen plotseling omlaag. In nog geen twee weken tijd daalde de AEX van ruim 566 punten naar 518 punten. In de maanden september, oktober en december maakten de wereldwijze beurzen opnieuw een smak.
Blij met dalende koersen
Het Amsterdamse hedgefonds Antaurus is ‘superblij’ met de dalende koersen, zegt mede-oprichter Etienne Platte. ‘Nu kunnen we laten zien dat we het verschil maken. In een jaar waarin de beurzen omhoog gaan, denkt iemand misschien: dit jaar deden de aandelen die mijn vermogensbeheerder heeft gekozen 10 procent en Antaurus ook, dus waarom zou ik in dat fonds stappen? Nou, dat hebben we afgelopen jaar laten zien.’
Daarmee doelt Platte op het rendement van 5,6 procent dat zijn fonds neerzette, terwijl de Europese aandelenindex Stoxx Europe 600 het jaar ruim 10 procent in de min eindigde. Waar long/shortfondsen in 2016 en 2017 vooral last hadden van hun shortposities, leverden die bij Antaurus vorig jaar een positief rendement van 20 procent. Op de longposities, die een groter deel van de portefeuille uitmaakten, verloor het fonds 4 procent.
De schade beperkt
Niet alle long/shortfondsen hadden echter een goed jaar, blijkt uit een inventarisatie van het FD. De fondsen van Lucerne, dat deels vanuit de VS wordt gerund, en het Amsterdamse Farringdon eindigden het jaar bijvoorbeeld met een dubbelcijferig negatief rendement.
Ook het EV Smaller Companies Fund, dat zich richt op bedrijven in de Benelux en Duitsland met een beurswaarde van minder dan 2,5 miljard euro, had het lastig en eindigde 7,3 procent in de min. Vooral het vierde kwartaal was ‘uitdagend’, zegt beheerder Willem de Vlugt. ‘Hoewel het geen goed jaar was, hebben we de schade weten te beperken.’ Het fonds deed het beter dan de Europese smallcapindex van MSCI, die 18% verloor.
Naast de long/shortfondsen kent Nederland nog een aantal andere typen hedgefondsen, een verzamelnaam voor een scala aan handelsstrategieën en beleggingscategorieën waarvan het rendement in principe nauwelijks gecorreleerd is aan aandelen- en obligatiemarkten.
Neem Transtrend, ‘s lands grootste hedgefonds. De Rotterdammers proberen met termijncontracten te profiteren van trends in allerlei beleggingscategorieën. Mede door blootstelling aan aandelen in het laatste kwartaal eindigde het fonds op -7,4 procent.
Opgedoekt
De opleving van de beweeglijkheid op financiële markten kon het Done Hedge Fund niet redden. In maart trok de grootste klant van het fonds, vermogensbeheerder Optimix, zijn geld terug. Daardoor halveerde het belegd vermogen en was het fonds te klein geworden om de kosten te kunnen dragen.
Daarmee verdween een van de twee grote arbitragefondsen uit Nederland. Done richtte zich op kleine prijsverschillen tussen vergelijkbare aandelen, zoals de A- en B-aandelen van Shell. Ook voerde het een volatiliteitsstrategie, die rendement zou moeten opleveren als de markten alle kanten uitschieten. Maar in de ogen van Optimix bleven de resultaten achter.
Hectisch kwartaal
Het andere grote Nederlandse arbitragefonds, Mint Tower (foto), kwam vorig jaar in de woorden van mede-oprichter Marcel Voogel ‘redelijk goed’ door. Het fonds voert meerdere arbitragestrategieën: zo handelt het in converteerbare obligaties en de onderliggende aandelen, en heeft het volatiliteitsstrategieën.
‘Zeker het vierde kwartaal was behoorlijk hectisch’, zegt Voogel. ‘Zulke vervelende tijden brengen beweging, en dat is een van de elementen waarvan we het moeten hebben. 2017 was dodelijk saai, en dat zit ons dan echt in de weg. Maar in het vierde kwartaal konden we laten zien waarom mensen ons in portefeuille hebben. In december, toen de beurzen sterk daalden, behaalden wij een rendement van 1%.’
Beweeglijke koersen hebben beleggers wakker geschud, zegt Voogel. ‘Mensen verliezen uit het oog dat de koersen ook omlaag kunnen gaan, maar zien nu weer dat het handig is een hedgefonds als diversificatie te hebben.’
Copyright: Het Financieele Dagblad, 18 januari 2018