Hoewel de Amerikaanse aandelenmarkten eind vorige week een herstel inzetten, naar aanleiding van sterke arbeidsmarktcijfers en gematigd commentaar van Fed-president Jerome Powell, is er geen reden om te verwachten dat het ergste achter de rug is.
Dat schrijft Real Investment Advice (RIA) in een commentaar op de jongste beursontwikkelingen. De Dow steeg vrijdag met 3,29 procent en de S&P 500 schreef 3,43 procent bij.
Maar RIA wijst erop dat twee weken geleden de S&P door het steunniveau van 2550 punten viel en nu de bandbreedte test van 2550 tot 2600 punten. ‘Als de S&P niet overtuigend boven deze zone komt, dan is een verdere terugval te verwachten’, schrijft Jesse Colombo van RIA.
Als de S&P verder terugvalt, dan is het eerstvolgende steunniveau rond de 2100 à 2200 punten. Colombo wijst erop dat veel beleggers in hun naïviteit zeggen dat ‘wat daalt, ook weer stijgt’, maar veel waarderingsmaatstaven laten zien dat de Amerikaanse markten nog altijd overgewaardeerd zijn.
Hij verwijst daarvoor naar de Shiller PE ratio, die laat zien dat de waarderingen nog altijd substantieel te hoog zijn. ‘Er is veel meer nodig dan de daling sinds oktober om de bubbel leeg te laten lopen’, stelt Colombo. ‘Het beste wat je nu kunt doen is de downtrend te accepteren.’
Toch zijn er in de Amerikaanse media ook andere opvattingen te vinden, zoals van columnist Vito Racanelli die in Barrons oprichter Nicolas Colas van DataTrek Research aanhaalt. Colas stelt dat de afgelopen twintig jaar de slechtste beursjaren in de VS sinds de Grote Depressie zijn geweest.
Gemiddeld bedroeg het aandelenrendement in de VS sinds 1928 10,7 procent per jaar. Maar in de afgelopen twintig jaar was dat de helft. Oorzaak: twee crashes met koersdalingen van meer dan 35 procent.
Volgens Colas worden de komende twintig jaar veel beter dan de afgelopen twee decennia.