Stephen Schaefer
i-KFVJb5X.png

Een belegger zou alleen een vergoeding voor actief beheer moeten betalen als er een benchmark verslagen kan worden die de exposure naar factoren meeweegt.

Dat zegt Stephen Schaefer, hoogleraar financiën aan de London Business School en medeauteur van het invloedrijke rapport uit 2009 over het Noorse staatspensioenfonds en factorbeleggen, in een interview op de Robeco-website.

Een belangrijke conclusie in dat rapport was dat het overgrote deel van de outperformance van het oliefonds simpelweg te danken was aan de exposure naar de meest bekende factoren. Maar deze exposure was niet opgenomen in de benchmark van het fonds, waardoor er dus sprake was van een outperformance, zegt Schaefer.

‘De aanbeveling in ons rapport – waar ze toen trouwens niks mee deden – was: als je bewust kiest voor exposure naar een bepaalde factor, moet die factor ook zijn opgenomen in de benchmark. Met andere woorden: deze exposures moeten niet toevallig tot stand komen, maar het resultaat zijn van een expliciete keuze.’

Volgens de hoogleraar zijn daar twee redenen voor. ‘De eerste is dat het soort risico verschilt per factorexposure en de opdrachtgever moet bepalen of die risico’s acceptabel zijn.’

‘De tweede reden is dat, als het fonds besluit zulke risico’s te nemen, er tegenwoordig relatief goedkope manieren zijn om verschillende soorten factorexposure te verkrijgen. Daarom zou een fonds alleen een vergoeding voor actief beheer moeten betalen aan iemand die een outperformance kan realiseren ten opzichte van een benchmark die de exposure naar deze factoren meeweegt.’

Zijn factorpremies blijvend?

In het gesprek noemt hij noemt hij twee gebieden waar vervolgonderzoek ten aanzien van factorbeleggen nodig is.

‘Zoals we eerder al hebben besproken, is de lijst factoren in de literatuur op dit moment heel lang – zie het als een soort dierentuin met veel verschillende diersoorten. Ik vermoed dat veel van deze soorten op de een of andere manier gerelateerd zijn en het zou enorm helpen als we meer inzicht hebben in de onderlinge relaties.’

‘Zo hebben de factoren momentum en value over het algemeen een negatieve correlatie. Dat is op zich vreemd, want beide factoren lijken een positieve risicopremie te hebben. Een onomstreden verklaring voor dit fenomeen zou het inzicht in de onderlinge verbanden tussen de verschillende factoren flink kunnen vergroten.’

Het tweede onderzoeksgebied zou zich volgens hem moeten richten op een ‘echt overtuigende theorie’ over het bestaan van deze factorpremies. ‘De vrees dat factoren misschien niet blijvend zijn en dus op een gegeven moment kunnen verdwijnen, zal blijven bestaan totdat we hiervoor een bevredigende verklaring vinden.’

Lees het hele interview met Schaefer uit de Robeco Quarterly in de bijlage.

Author(s)
Categories
Documents
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No