Onder fondsaanbieders is een verschuiving gaande van lead-pm-structuren naar co-managerstructuren en teamstructuren. Een welkome trend, met het oog op de verlaging van het risico dat het wedden op één manager met zich meebrengt.
Dat zegt Pieter Laan van IBS Capital Allies in een gesprek met Fondsnieuws. Laan is verantwoordelijk voor de monitoring en selectie van de beursgenoteerde beleggingsfondsen bij de Amsterdamse vermogensbeheerder (ruim 3 miljard euro AuM). De IBS Fondsendatabase bestaat uit grofweg 50 fondsen, waarvan 30 actief en 20 passief.
‘In het verleden zag je veel meer fondsen met ster-managers, waarbij de invloed van één persoon heel groot was’, aldus het hoofd externe managerselectie. ‘Dat brengt zichtbaarheid, maar maakt een fonds ook kwetsbaar. Gelukkig zijn fondshuizen actief bezig met het verlagen van hun key man risk. Ze kiezen meer en meer voor een team-benadering.’
Team-analyse
De team-analyse is een belangrijk onderdeel van het selectieproces dat Laan hanteert voor de fondsenselectie van IBS. Dat proces bestaat voor 20 procent uit kwantitatieve analyse en voor 80 procent uit kwalitatieve analyse.
De Fondsendatabase zet IBS in voor het beheer van het vermogen van haar fiduciaire klanten, die meestal een voorkeur hebben voor een core-satellite aanpak. In deze aanpak wordt een passieve kern aangevuld met een handvol fondsen met een hoge active share en een tracking error van 6 tot 8. Daarbij zoeken Laan en zijn collega’s naar ‘gefocuste partijen’ of boutiques binnen grote partijen. Laan: ‘Partijen die vaak slechts één of twee strategieën aanbieden, een lage turnover in het beleggingsteam hebben en waarbij de mensen die er werken bij voorkeur ook partner zijn. Wij zoeken naar managers die ook privégeld in hun fondsen steken.’
Van longlist naar shortlist
De eerste stap in het selectieproces is een kwantitatieve analyse op basis van Morningstar-data. Daaruit rolt een longlist, die wordt aangevuld met fondsen vanuit het eigen netwerk van IBS. Op basis van een tienpunten-scoresysteem geeft Laan vervolgens samen met een collega een kwalitatief oordeel aan de longlist rondom management & organisatie, beleggingsproces & filosofie, ESG en track record. ‘Een eerste filter. Alles boven de tachtig punten, gaat door naar de volgende ronde.’
Met de managers van de tien “beste” fondsen, vindt vervolgens een gesprek plaats. Laan schat in dat hij jaarlijks 100 tot 150 fondsbeheerders over de vloer krijgt en zelf zo’n tien keer naar het buitenland gaat om pakweg 60 managers op locatie te bezoeken.
‘Als partijen naar Nederland komen, sturen ze vaak de hoofd-beheerder. Hoe goed zo iemand ook is, je wil de rest van het team ook kennen. Behalve de co-pm, proberen we daarom ook altijd een of twee analisten te spreken, zodat we een beter gevoel krijgen bij de samenstelling van een team. Met een analist heb je bovendien een heel ander gesprek dan met de leider.’
Star-portfoliomanager
Tijdens die gesprekken heeft Laan veel aandacht voor het eerder genoemde key man risk. Hij wil de lijst van tien voorkeursfondsen tenslotte terugbrengen naar ongeveer vier. ‘In de zeventien jaar dat ik in de financiële industrie werkzaam ben, zie ik daarin echt een ontwikkeling. Zeker vijf jaar geleden had je nog veel fondsen met een star-pm. Partijen vonden het prettig als ze een iemand als spokesperson naar voren konden schuiven. Maar vroeg of laat stappen die mensen op, en ben je als vermogensbeheerder bijna verplicht een rode vlag te geven. Alle fondsen die we nu selecteren, bestaan ofwel uit teams van vier of vijf mensen die geheel samen werken, of hanteren een co-pm-structuur.’
In een recente keuze die IBS maakte, gaf de samenstelling van het team uiteindelijk de doorslag gaf. ‘Bij het eerste fonds bepaalden vier beleggingsprofessionals samen wat er in de portefeuille kwam, bij het tweede fonds werd een team van negen professionals geleid door één portefeuillemanager. De lead-pm van het tweede fonds was naar ons idee veel te dominant, hoe goed het fonds ook was. Daarom kozen we liever voor het team van vier.’
Laan benadrukt dat het om nuances gaat. ‘Alle partijen op de shortlist zijn goede partijen. Bovendien kiezen we uiteindelijk vaak voor een combinatie van twee of drie managers, omdat je anders wel een heel hoog risico neemt aan de actieve zijde. ‘We analyseren ook de overlap in holdings tussen de verschillende managers door de tijd heen en berekenen de correlatie van alfa’s om te voorkomen dat de managers niet grotendeels hetzelfde doen.’
Vlaggensysteem
Ligt een fonds eenmaal op het schap, dan hanteert IBS een vlaggensysteem, waarbij het cijfermatig de rendementen, volatiliteit, sharpe-ratio en maximum drawdown vergelijkt met de benchmark. ‘Als een fonds normaalgesproken in dertig holdings belegt en nu in vijftig, is dat voor ons een vlag. Natuurlijk, het kan betekenen dat ze minder senang zijn met de marktomstandigheden en daarom meer zijn gaan spreiden, maar het is wel iets wat je in de gaten wil houden.’
Afscheid neemt de vermogensbeheerder in zo’n geval niet zo snel, ‘mits alles nog klopt vanuit het beleggingsproces en filosofie’. Laan: ‘Als het team nog intact is en het puur gaat om performance, willen we het best een, twee jaar de tijd geven. Pas als de portefeuille of de beleggingsfilosofie heel erg verandert of een teamlid weg gaat, acteren we. Vergeet niet dat ons proces zo vier, vijf maanden in beslag neemt. Het idee is dat we zeker drie tot vijf jaar in een partij gaan beleggen. Dan stap je er niet uit na een half jaar vanwege tegenvallende rendementen.’
Een recente keuze die volgens Laan goed heeft uitgepakt is de selectie van twee ABS-fondsen (Europees en Wereldwijd) en twee global smallcap-fondsen eind 2018. ‘ABS heeft een laag renterisico, de yield is aantrekkelijk (vooral van wereldwijd ABS) en het is een goede ‘diversifier’ omdat je consumentenrisico toevoegt naast overheids- en bedrijfsrisico. Dus het leek ons een goed idee om een deel van de obligaties in portefeuille te vervangen voor asset backed securities. Inmiddels zitten 6, 7 wat grotere klanten in die strategie.’
Tenslotte wijst Laan nog op het voordeel dat IBS heeft ten opzichte van partijen die een groter vermogen hebben weg te zetten: het fondshuis heeft daardoor ook toegang tot managers met een beperkte capaciteit. ‘Dat maakt ons onderscheidend.’