De gigantische ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, energie en datagebruik creëren langetermijnkansen voor private beleggers. Doordat er zoveel kapitaal nodig is om investeringen in infrastructuur te financieren, is een interessant rendement haalbaar.
Dat stelt het Kempen Private Infrastructuur team in een nog ongepubliceerd whitepaper dat gaat over niet-beursgenoteerde infrastructuur.
Dat infrastructuur bij steeds meer grote institutionele beleggers een plek in de portefeuille heeft gekregen, is niet nieuw. Richard Jacobs, Marvin de Jong (foto) en Wouter van der Stee rekenen erop dat die ontwikkeling verder doorzet en dat infrastructuur een steeds prominentere rol zal spelen in de portfeuilles van professionele beleggers, onder meer vanwege het aanbod aan infrastructuurprojecten waarin beleggingen mogelijk zijn.
‘Naar verwachting zullen tal van nieuwe, zeer kapitaalintensieve infrastructuurprojecten de komende tien jaar het daglicht zien. Daarnaast zullen regeringen, regionale overheden en grote nutsbedrijven proberen om bestaande infrastructuur van hun balans te halen dan wel te privatiseren, om zo kapitaal vrij te maken voor nieuwe projecten.’
Kloof
Momenteel staat de teller wereldwijd op zo’n 418 dollar (cijfers medio 2017), als het gaat om beheerd vermogen in private infrastructuur. Hoewel een deel daarvan niet belegd wordt maar klaarstaat om belegd te worden, is nog veel meer kapitaal nodig om aanwezige infrastructuurplannen uit te voeren: 53.000 miljard dollar voor de periode tussen 2010 en 2030, volgens cijfers van de OESO.
‘De verhouding tussen beschikbaar en benodigd kapitaal is naar onze mening gunstig voor kapitaalverschaffers, ofwel beleggers, in deze categorie’, concludeert het Kempen Private Infrastructuur team. ‘Om dit kapitaal aan het werk te zetten zullen er telkens nieuwe initiatieven - zoals het infrastructuurplan van Donald Trump in de VS of het Chinese initiatief “One belt, one road” - moeten komen en zal de publieke en politieke wil moeten blijven bestaan om privaat kapitaal toe te laten in publieke projecten.’
Kosten
Het team wijst daarnaast op het diversificatievoordeel dat infrastructuur als belegging biedt - omdat het slechts een beperkte correlatie heeft met andere beleggingscategorieën - en de “iets vriendelijkere” prijs van infrastructuurbeleggingen.
Overigens zijn de totale kosten nog altijd hoog in vergelijking met meer liquide vermogenscategorieën als aandelen: de management fee ligt - afhankelijk van de omvang van het aangegane belang en de onderhandelingen met de fondsmanager - tussen de 0,75 procent en de 2 procent per jaar. De performance fee bedraagt in de meeste gevallen 20 procent, al hebben sommige managers deze vergoeding verlaagd naar 17,5 of 15 procent. En dan zijn er nog kosten als de transactiekosten, deal break-ups en administratiekosten.