De signalen van een economische vertraging zullen de komende maanden duidelijk worden. Met de kans op een recessie vanaf 2019 worden de risico’s voor de markten dag na dag groter.
‘Eigenlijk stuurt het beschikbaar kapitaal de markt. Op het niveau van de G7 leert de geschiedenis ons dat aan een oriëntatie naar een groei van de geldhoeveelheid vaak een daling van de economische groei van 9 à 12 maanden voorafgaat’, zegt hoofdeconoom Simon Ward van Janus Henderson.
Ward heeft een carrière van meer dan 30 jaar in de analyse van de financiële markten en de economische cycli. Hij sprak recent met Investment Officer, het begin dit jaar opgerichte zusterplatform van Fondsnieuws in België.
Volgens Ward is deze daling gestart in het tweede semester van 2017. ‘Ik denk dat we nu ongeveer de top van de huidige cyclus hebben bereikt en dat de economische gegevens de komende maanden teleurstellend zullen worden.’
Drie cycli
Simon Ward wijst er op dat verschillende economische cycli verweven zijn met verschillende perioden: de voorraadcyclus die tussen 3 en 5 jaar duurt, de investeringscyclus die tussen 7 en 11 jaar duurt en de bouwcyclus die tussen 15 en 25 jaar behelst.
‘De eerste cyclus vertoont een stijgende lijn sinds het eerste kwartaal van 2016 en zou binnenkort zijn top bereiken vooraleer een daling in te zetten, terwijl de tweede (die loopt sinds 2009) een negatieve bijdrage zou leveren aan de wereldwijde groei, ten laatste in 2020.’
‘Twee van de drie cycli kunnen dus tegelijkertijd een belangrijke zwakte vertonen gedurende de boekjaren 2019 of 2020, hetzij het signaal voor een wereldwijde recessie kan zijn. Het is een visie die ver verwijderd is van de huidige consensus op de financiële markten.’
De vraag is om vervolgens te weten hoe de centrale banken in het Westen zullen reageren op dit gevaar. ‘Gezien zij zich voornamelijk focussen op inflatiecijfers, denk ik dat ze eerder relatief traag zullen reageren op de vertragende economische cijfers en dat ze veel gegevens zullen willen verzamelen om overtuigd te zijn.’ Ward is daarom van oordeel dat ze tot september 2018 zullen wachten alvorens ‘het geweer van de schouder’ te nemen.
Europese zwakte
Vanuit deze veronderstelling zal Europa wellicht kwetsbaar zijn, gezien de kracht van de euro over de laatste kwartalen en de plaats die de export vertegenwoordigt in de groei.
‘De geringe vooruitgang inzake het wegwerken van ongelijkheden op Europees niveau zou landen met een aanzienlijk tekort opnieuw in de problemen kunnen duwen, terwijl het beleid van de ECB sommige van die landen zelfs heeft toegelaten hun inspanningen op budgettair niveau te versoepelen.’
Tenslotte benadrukt econoom Ward dat het overaanbod aan kapitaal (bovenop wat nodig is om de economische activiteit te ondersteunen) van dien aard is om de koersen van financiële activa te laten stijgen. ‘De tendens is de laatste tijd duidelijk neerwaarts’, meer bepaald vanwege van de stopzetting van het opkoopprogramma door de Fed, ‘en over de volgende kwartalen zal de situatie op de beurzen bijgevolg moeilijker worden’.