Ondanks dat de macro-economische omgeving voor veel opkomende landen uitdagender geworden is, zullen aandelen uit dit deel van de wereld naar verwachting wel het hoogste rendement op de middellange termijn opleveren.
Dat stelt het investment strategy team onder leiding van Wim Barentsen van Achmea Asset Management in een nieuwe beleggingsbrief.
‘Beleggingen uit de opkomende landen bieden een aantrekkelijker verwacht rendement dan beleggingen uit de ontwikkelde landen. Daarom geven we nog steeds de voorkeur aan aandelen opkomende landen ten koste van euro-staatsobligaties op de middellange termijn.’
Wel zijn volgens Barentsen c.s. de risico’s op korte termijn toegenomen. De geleidelijke normalisatie van het Amerikaanse monetaire beleid en de mogelijke escalatie van het handelsconflict noemt hij als belangrijkste risico’s. Ook wijst hij op de afkoelende Chinese economie en het mogelijk overslaan van de onrust in Turkije op andere landen. ‘De heftige valuta- en rentebewegingen kunnen landen in de problemen brengen.’
Deze risico’s in opkomende markten lijken al gedeeltelijk te zijn ingeprijsd, vervolgt hij. ‘De waardering van aandelen uit opkomende landen ligt een stuk lager dan die van aandelen uit de Verenigde Staten. Het verwachte rendement op aandelen opkomende landen is dan ook relatief aantrekkelijk voor de middellange termijn.’
Naast de aandelen van de opkomende landen ogen volgens het strategieteam ook de obligaties van de opkomende landen aantrekkelijk, vooral die in lokale valuta. In de beleggingsmix gaat dit ten koste van de categorie global high yield.
‘Global high yield is relatief duur en onderliggend nemen de risico’s toe, waardoor deze beleggingscategorie kwetsbaar is voor een economische afkoeling.

De wereld oogt naar de mening van de strategen meer en meer als een strijdtoneel. ‘In grote delen van de wereld stokt de constructieve samenwerking tussen landen. De Verenigde Staten zien hun leidende economische en militaire positie bedreigd door China. Via agressief ingezette bilaterale onderhandelingen wordt geprobeerd nieuwe en bestaande economische en geopolitieke wensen te verzilveren. De Verenigde Staten nemen afstand van multilaterale verdragen en internationale instituties.’
‘Alle Menschen werden Brüder’
‘Ondertussen worstelt de Europese Unie in de eigen gelederen met een afkalvend draagvlak voor verdere integratie. Het Verenigd Koninkrijk zal in 2019 de Europese Unie verlaten, maar de weg er naar toe verloopt zeer moeizaam.’
‘Alle Menschen werden Brüder’, zo klinkt het in het Europese volkslied. Maar wie volgens de actualiteiten volgt, zal concluderen dat we zover nog niet zijn. ‘Of sterker nog, inmiddels gaat het in de wereld de andere kant op.’
Italië
Ondertussen suddert de eurocrisis nog steeds op de achtergrond. ‘De kans is reëel dat de eurocrisis op termijn weer oplaait.’ Vooral Italië noemt Barentsen c.s. een zorgenkind voor de euro.
‘Vooralsnog lijkt de kans dat Italië de euro verlaat klein. Maar deze kans is niet verwaarloosbaar en neemt toe. Een eventuele Quitaly zal chaotisch verlopen en leiden tot een heftige financiële crisis. Het vertrek van Italië leidt namelijk tot een existentiële bestaanscrisis van de euro. De Italiaanse economie zal fors krimpen en de inflatie zal sterk oplopen. De bankensector zal in grote problemen komen. De onzekerheid omtrent een dergelijk scenario is enorm. Het is dan ook lastig om op dit scenario in te spelen, aangezien het uiteindelijk politieke besluiten zijn die het verloop bepalen.’
De potentiële gevolgen voor de markten schat Achmea AM als volgt in: ‘Europese aandelenmarkten zullen een flinke klap krijgen waarbij vooral bankaandelen geraakt zullen worden. De Italiaanse aandelenmarkt zal het hardst getroffen worden. Een halvering van de koersen is dan niet uit te sluiten. Ook Italiaanse staatsobligaties zullen onderuit gaan. (…) De nieuwe Italiaanse munt zal fors depreciëren, waardoor de euroschulden voor Italië onhoudbaar zijn.’
‘Incomplete institutionele ontwerp van de muntunie’
Een eenvoudige oplossing voor de eurocrisis is er niet, ‘omdat de euro geen optimaal valutagebied is en vanwege het incomplete institutionele ontwerp van de muntunie’.
‘Het draagvlak voor een verdere federalisering van de eurozone is er niet. Maar zolang de euro in de huidige vorm bestaat, zal dit leiden tot divergentie in economische groei tussen de lidstaten en zal de sociale onrust aanhouden. (…) Maar een crisis kan ook leiden tot nieuwe maatregelen die de muntunie bestendigen. Dit zijn onvoorspelbare politieke keuzes. Het is ondanks alle politiek en economische bezwaren tegen de euro nu vooral aan Italië om de kapitaalmarkten te overtuigen dat het financieel in het gareel blijft. Zo niet, dan komt de veiligheid van Italiaanse obligaties serieus in het geding.’