Als het gaat om passieve beleggingen komen we vaak uit bij de wat grotere huizen. De reden hiervoor is de schaalbaarheid van infrastructuur wat het voor deze huizen mogelijk maakt om tegen lage kosten nauwgezet de index te volgen.
‘Een goede infrastructuur bij een passieve belegger is als een goed team bij een actief fondshuis’. Dat zegt Mark Prins, binnen het fondsselectie team van Kempen Capital Management verantwoordelijk voor de selectie van passieve beleggingen.
Hij verzorgt samen met de asset class specialist de passieve beleggingen voor Van Lanschot, de institutionele klanten van Kempen en hij bepaalt mede welke passieve beleggingen beschikbaar zijn voor de Kempen Profielfondsen, de voormalige Van Lanschot Global Indexfunds.
Voordat Prins vorig jaar zomer bij Kempen kwam werken, was hij werkzaam bij Syntrus Achmea waar zijn focus ook lag op de passieve beleggingen.
Fonds voor fonds
Net als bij de selectie van actieve managers, wordt ook bij passieve oplossingen fonds voor fonds gekeken of een product wordt opgenomen op de approved list. Deze lijst bevat ongeveer 40 actieve fondsen en 30 trackers.
Komt Kempen als het om actieve fondsen gaat vaak bij boutiques uit, bij passieve fondsen is dat niet het geval. Heeft het fondsselectieteam actieve fondsen van zo’n 25 aanbieders van over de hele wereld op zijn lijst staan. De passieve beleggingen op de lijst zijn van zo’n 4 tot 5 aanbieders.
De zoektocht naar de juiste indexbelegging begint bij het vaststellen welke index gevolgd moet worden. Het fondsselectieteam van Kempen werkt hiervoor nauw samen met het team dat de asset allocatie bepaalt. Zij onderscheiden 25 tot 30 (sub) asset categorieën. Per categorie bepalen de teams vervolgens gezamenlijk wat de beste benchmark is.
Idealiter worden vervolgens twee tot drie actieve en een tot twee passieve fondsen geselecteerd die tegen de betreffende benchmark afgemeten worden.
Om tot een keuze te komen wordt er net als over een potentieel actief fonds over een potentieel passief een uitgebreid due dilligence rapport geschreven. Kempen Capital Management kijkt daarbij naar de strategie, de organisatie, het track record, transparantie en structuur.
Methode van replicatie
Behalve de benchmark is de methode van replicatie van belang, vertelt Prins. ‘Wij hebben de voorkeur voor fysieke replicatie, met uitzondering van grondstoffenindices die niet fysiek gerepliceerd kunnen worden’. ‘Bij fysieke replicatie kijken we uiteraard goed welke holdings het fonds heeft en hoe zich dit verhoudt tot de benchmark.’
Ook bij aanbieders van trackers gaat Kempen Capital Management op bezoek. Prins: ‘We kijken hoe ze werken en welke systemen ze gebruiken.’ ‘Ook kijken we naar de assets under management en naar hoe groot de positie van onze klanten is ten opzichte van het geheel’.
We houden in de gaten wie de grote andere beleggers in een fonds zijn. Bij voorkeur zijn dit stabiele beleggers.
Daarnaast wordt uiteraard gekeken naar het trackrecord van het fonds. Wat is de performance van het fonds geweest en wanneer werd er met hoeveel afgeweken van de benchmark?
Securities lending
Kempen Capital Management heeft er in principe geen bezwaar tegen als er securities lending plaatsvindt, maar let daarbij wel goed op of de incentives goed georganiseerd zijn, zegt Prins.
Het moet dus bijvoorbeeld niet zo zijn dat de risico’s bij (de beleggers in) het fonds terecht komen en de opbrengsten bij de aanbieder. We letten dan uiteraard wel goed op hoe het tegenpartijrisico gemanaged wordt.
Ook kijken we wat er als onderpand wordt aangehouden. Het is belangrijk hier per fonds naar te kijken. Binnen grote organisaties die ontstaan zijn uit meerdere fusies kan het onderpandbeleid per fonds verschillen.’
Op de approved list staan meer indexfondsen dan ETFs. Wij hebben een voorkeur voor indexfondsen met één NAV per dag om op te handelen, vertelt Prins. ‘Bij ETFs kan de koers gedurende de dag fluctueren en heb je bovendien te maken met een bied- en laatspread.’
Kosten
Daarnaast zijn kosten zijn bij indexbeleggingen heel belangrijk, aldus Prins. We kijken dus hoe de kosten zijn uitgesplitst, waar het fonds gevestigd is en of dit fiscaal aantrekkelijk is of niet.
Bij ETFs wordt er ook gekeken naar de aanwezigheid van voldoende market makers. Soms zet een provider op ons verzoek een passief fonds op. Zo’n fonds staat dan soms wel en soms niet ook open voor andere beleggers. Een voordeel van openstellen is dat ook voor ons de kosten dan lager worden.’
Kempen Capital Management heeft zelf geen klassieke ETFs of indexfondsen in het assortiment, maar wel een paar fundamental indexfunds, waaronder een vastgoedfonds.
Wij zien dit niet helemaal als passieve fondsen maar als semi-actieve, zegt Prins. ‘Er kan echter een reden zijn een dergelijk fonds te beleggen, bijvoorbeeld omdat je in bepaalde factoren wilt beleggen. Wij zien dit type fondsen als een middel om te diversifiëren. Op onze approved list zal naast zo’n fonds, dus altijd ook nog een puur passieve optie staan.’