Theo Nijssen
i-LP9PFDV-XL.jpg

‘Ons uitgangspunt bij de fondsselectie is dat wij selectief zijn. Wij hebben geen approved list met 150 tot 200 fondsen erop, maar een lijst met 40 actieve fondsen en 30 trackers.’

‘Het is ook niet zo, dat wij bepaalde aanbieders goedkeuren en vervolgens al hun fondsen op onze lijst zetten. We bekijken echt fonds voor fonds of we het opnemen of niet. Wij zoeken naar de beste managers zowel op actief als op passief gebied.’

Dat zegt Theo Nijssen, hoofd van het multi managementteam van Kempen Capital Management, in een gesprek met Fondsnieuws. Nijssen werkt sinds 2006 bij Kempen, daarvoor deed hij de fondsselectie bij Fortis MeesPierson.

FN/Insider wil de komende tijd aandacht besteden aan hoe de verschillende fondsselectieteams komen tot hun fondsselectie.

Het multi managementteam van Kempen telt momenteel negen mensen. Het team selecteert de fondsen voor particuliere en institutionele klanten van Van Lanschot en Kempen, waaronder de trackers in de Kempen Profielfondsen en de hedgefondsen in de Kempen funds of hedgefunds.



Klanten van Van Lanschot hebben 7 miljard euro in fondsen belegd; institutionele klanten van Kempen hebben zo’n 12 miljard euro in fondsen belegd. De Kempen Profielfondsen bevatten zo’n 200 miljoen, de Kempen funds of hedgefunds zo’n 700 miljoen euro.

Van Lanschot

‘Wij werken nauw samen met het Kempen asset allocatieteam, dat ook voor Van Lanschot de asset allocatie verzorgt’, vertelt Nijssen. ‘Zij onderscheiden 25 tot 30 asset categorieën. Gezamenlijk bepalen we wat per categorie de meest geschikte benchmark is om te hanteren.’



Voor investment grade bedrijfsobligaties zijn bijvoorbeeld de Iboxx-indices de beste, vindt Kempen. ‘Die zijn breed gespreid en goed belegbaar.’ Voor Europa wordt de MSCI gehanteerd, ‘maar de FTSE kan ook’.



Kempen werkt alleen met regionale indices. ‘Wij hebben geen thema- of sectorfondsen op onze lijst staan.’

 

‘Bij die indices zoeken wij vervolgens per categorie 2 tot 3 actieve fondsen en 1 of 2 passieve fondsen,’ vertelt hij.



‘We hebben iets minder passieve fondsen op de lijst staan omdat we passieve oplossingen niet voor elke markt even geschikt vinden. In minder liquide markten als high yield en emerging market debt kiezen wij liever voor actieve fondsen.’

Edge

Actieve managers moeten een bepaalde edge hebben, legt Nijssen uit. In de praktijk betekent dat dat zijn team vaak op fondsen van boutique asset managers uitkomt en niet zo vaak op grote blockbusterfondsen.



Ook belangrijk is volgens Nijssen dat er sprake is van alignment of interest. Dat krijg je bijvoorbeeld als managers mede-eigenaar zijn van het bedrijf of als ze beleggen in hun eigen fonds, legt hij uit.



‘Daarnaast kijken we of een fonds ook echt actief is, want we betalen geen actieve management fees voor index huggers. En we willen vooral dat het fondshuis een duidelijke focus heeft. We zoeken de echte specialisten in iedere categorie.’


Voordat een fonds geselecteerd wordt, vindt er bij Kempen een omvangrijk due diligence-proces plaats. ‘We maken over ieder fonds dat we mogelijk willen selecteren een uitgebreid rapport volgens een vast stramien.’



Zo’n rapport bevat vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk gaat over de strategie. Hoe belegt het fonds, wat is de filosofie, wat is de stijl, welke risico’s zijn er, zijn er bepaalde limieten, waar wordt wel en niet in belegd, welke resources worden er gebruikt?

Team en organisatie

Het tweede hoofdstuk gaat over het team en de organisatie. Daarin staat hoe lang een team al bij elkaar is, wat de ervaring en achtergrond van alle leden is en of de samenwerking goed is. ‘Wij checken ook referenties en vragen dan bijvoorbeeld wat de aandachtspunten zijn voor een bepaald team of bepaalde manager.’



Het derde hoofdstuk gaat over het trackrecord. Een trackrecord op zichzelf is een slechte raadgever om fondsen te selecteren. In ons selectieproces kijken we eerst of een trackrecord wel representatief is. Is het team bijvoorbeeld nog steeds hetzelfde?



Performance uit het verleden vormt zeker geen garantie voor de toekomst. Uit onderzoek blijkt telkens dat als een fonds in een bepaalde periode wat betreft zijn performance in het bovenste kwartiel zit, dat niet wil zeggen dat dit in de volgende periode weer zo zal zijn. Vandaar dat het van groot belang is om fondsen vooral kwalitatief te beoordelen.



Maar dat betekent niet dat we een trackrecord dat wel relevant is uiteindelijk niet uitgebreid willen analyseren. We kijken bijvoorbeeld of er voldoende alpha is behaald. We kijken ook welke periode het fonds goed heeft gepresteerd en wanneer minder goed en kijken of een fondsmanager zijn stijl weet vast te houden, ook als het even wat minder gaat.

Risicomaatstaven

Daarnaast kijken we onder meer naar risicomaatstaven zoals de volatiliteit, bèta en sharpe ratio. Dit is allemaal onderdeel van de  kwantitatieve analyse in dit hoofdstuk. Doel is ook om te kijken of de strategie klopt met het trackrecord.



Hoofdstuk vier gaat in op de operationele zaken. Door wie wordt het fonds geadministreerd en hoe worden bijvoorbeeld de onderliggende posities gewaardeerd? Wie is de accountant en welke andere serviceproviders worden gebruikt?



Hoe zit het met de transparantie, rapportages die het fonds levert? Welke risk management- en handelssystemen worden gebruikt?



Hoofdstuk vijf behandelt de structuur van het fonds. Wat is de juridische structuur. Waar is het fonds gevestigd? Welke shareclasses zijn er? Heeft het fonds bijvoorbeeld een provisievrije shareclass? Welke management fees en overige kosten zijn er?



Hoe is de liquiditeit van het fonds? Wat is er geregeld om te voorkomen dat zittende beleggers betalen voor beleggers die in- of uitstappen? Hoe is het toezicht geregeld? Heeft een fonds een registratie bij toezichthouders waaronder die in Nederland en zo nee, is een fonds bereid dat voor ons aan te vragen?



Voor iedere asset categorie wordt door het team een aparte manager search gedaan. Na een initiële kwalitatieve screening van het universum ontstaat zo afhankelijk van de categorie, een lijst van, zo’n 15 fondsbeheerders die het team gaat bezoeken.


‘Face to face-contact met de fondsmanager zelf is daarbij essentieel’, aldus Nijssen. ‘We willen in eerste instantie weten of er met iemand een geïnspireerd gesprek te voeren is over zijn asset class.



Laatst spraken we bijvoorbeeld met twee portefeuillebeheerders die bij het IMF werkten ten tijden van de Russische default (in 1998). Dan wil je weten hoe zij dat toen hebben aangepakt.



Deze ervaring kan een edge zijn voor een beheerder in emerging market debt. Zo’n gesprek bestaat dus niet uit het aflopen van een vragenlijst. Mocht de eerste meeting positief zijn dan komt er altijd een vervolgmeeting waarin we verder ingaan op de portefeuille zoals ze die nu beheren. Checklistjes kun je beter van achter je bureau invullen.’



Het hele selectieproces neemt gemiddeld drie tot negen maanden in beslag. Wordt een fonds goed genoeg bevonden, dan blijft het vervolgens ook voor 5, 6 of 7 jaar op de lijst staan. ‘We gooien een fonds als het even tegenzit er niet meteen uit.’



De fondslijsten voor institutionele klanten en retailklanten van Kempen en Van Lanschot zijn voor 90 procent gelijk. Verschillen zijn vooral ingegeven door praktische zaken. Zo vragen sommige fondsen een minimale inleg of bieden ze geen dagelijkse liquiditeit, waardoor ze niet geschikt zijn voor retailbeleggers.

Stoplichtmodel

De fondsen die op de lijst staan, worden continue gemonitord op de relevante hoofdstukken van het due diligence proces. ‘We werken met een stoplichtmodel. Groen betekent niks aan de hand. Oranje is: iets aan de hand; vinger aan de pols houden. Rood is onmiddellijke actie.   



Wij stappen niet onmiddellijk uit als een manager vertrekt, maar kijken wel goed wat hiervan de gevolgen zijn. Een aantal jaren geleden stapte een heel team van een fonds wat we net hadden goedgekeurd over naar een andere aanbieder. Dat team zijn we blijven volgen en inmiddels staat het nieuwe fonds dat door dat team wordt beheerd op onze approved list.



Voor het selecteren van passieve producten wordt min of meer hetzelfde proces gevolgd. Lees hier hoe het selecteren van trackers bij Kempen in zijn werk gaat.



Kempen hanteert ook een verantwoord beleggingsbeleid. Kempen werkt samen met het Zweedse Global Engagement Services (GES). Dit bedrijft signaleert voor alle actieve fondsen op de lijst mogelijke ‘issues’ die gebaseerd zijn op internationale conventies, bijvoorbeeld over mensenrechten.



Zijn er aandelen in de portefeuille van een fonds die een issue hebben, dan starten wij samen met GES een engagement proces met het fondsmanagement, vertelt Nijssen.

Engagen

Doel is vervolgens dat de fondsmanager met het betreffende bedrijf gaat ‘engagen’ zodat zij hun gedrag verbeteren. Mocht dit na een bepaalde periode onvoldoende resultaat opleveren dan verwachten wij dat de fondsmanager het aandeel verkoopt, en als dat niet het geval is zullen wij uiteindelijk het fonds van de approved list verwijderen.



Op passief gebied is een verantwoord beleggings-beleid volgens Nijssen ‘nog in een vroeger stadium van ontwikkeling’, waar hij meteen aan toevoegt dat de impact veel beperkter is als je in 800 bedrijven passief belegt, in plaats van actief in een geconcentreerde portefeuille van bijvoorbeeld 50 bedrijven.



De eigen Kempen-fondsen staan allemaal op de approved list. Ze worden echter onderworpen aan dezelfde monitoring als de externe fondsen. Bovendien is er voor elk Kempen-fonds minstens een alternatief op de lijst aanwezig. De fondsen zitten dus niet automatisch ook in de portefeuilles van klanten.

Meer achtergronden op Fondsnieuws:

 

Author(s)
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No