i-NdszTJN-XL.jpg

Het klimaatbestendig maken van de portefeuille staat steeds prominenter op de beleggersagenda. Maar de vertaling in effectieve analyse-instrumenten is behoorlijk complex.

Welke doelstelling heeft de belegger bijvoorbeeld? ‘Gaat het om het beperken van de CO₂-uitstoot van bedrijven waarin wordt belegd’, vraagt Andrew Howard hoofd duurzaam onderzoek bij Schroders, ‘of richt men zich op het financiële risico dat met de klimaatverandering gepaard gaat?’

Bij een volledige integratie van alle klimaatrisico’s in de beleggingsanalyse richt de Britse vermogensbeheerder zich in beginsel op het tweede. Howard: ‘Hoe kunnen we de waarde van de beleggingen beschermen?’

Dat behelst meer dan het simpelweg bannen van fossiele brandstoffen uit de portefeuille. Inzicht is nodig via welke verschillende kanalen klimaatverandering impact heeft op de beleggingen.

Dan gaat het niet alleen om de ‘stranded assets’ van producenten van fossiele brandstoffen. Er is het directe fysieke risico van extreme weersomstandigheden en de stijging van de zeespiegel. Het klimaatbeleid van overheden heeft ook invloed; wordt er al dan niet besloten tot de invoering van een CO₂-belasting of de beperking van emissierechten.

En de transitie naar een koolstofdioxidearme economie kan de bedrijfsreputatie beïnvloeden of zorgen voor veranderende consumentenvoorkeuren.

‘De fysieke effecten van klimaatverandering openbaren zich heel geleidelijk en de uitwerking daarvan op de beleggingsportefeuille voltrekt zich op de zeer lange termijn’, zegt Howard.

‘De ingrijpende beleidsmaatregelen die nodig zijn om de wereldwijde temperatuurstijging ten opzichte van het pre-industriële tijdperk te beperken tot 2 graden Celsius, zullen de komende decennia een veel grotere invloed hebben.’

Hij denkt daarom dat overheidsbeleid het belangrijkste klimaatrisico is voor beleggers, ook vanwege de onzekerheid daarover. ‘Zelfs als beleidsmakers strengere regels opstellen, is het nog niet zeker dat ze het juiste effect hebben. En hoe snel zullen veranderingen plaatshebben?’

Het huidige pad van besluitvorming geeft een indicatie, meent de beleggingsstrateeg. ‘De ontwikkelingen gaan erg traag waardoor beleggers geneigd zijn te denken dat de financiële impact gering is. We kunnen onze beleggingsbeslissingen echter niet baseren op wat zou moeten gebeuren maar moeten rekening houden met wat daadwerkelijk plaatsvindt.’

Hittekaart

PGGM brengt momenteel in kaart hoe het de klimaatrisico’s beter kan integreren in het beleggingsproces. Binnen hun beleggingshorizon van 15 jaar hebben de vermogensbeheerders naast het beleidsrisico ook de technologische ontwikkelingen geïdentificeerd als een belangrijk klimaatrisico, vertelt Charles Kalshoven, beleggingsstrateeg bij de vermogensbeheerder.

Zet je de ontwikkelingen op deze gebieden uit op twee assen, dan zijn er vier scenario’s te onderscheiden. ‘Dat levert een soort hittekaart op, die aangeeft bij welke scenario’s welke risico’s het grootst zijn. Het is denkbaar dat snelle technologische ontwikkelingen leiden tot snellere aanscherping van het klimaatbeleid omdat dit dan minder pijn doet.


Maar we houden ook rekening met een scenario van tegenvallende vooruitgang in technologie waardoor overheden genoodzaakt zijn zware maatregelen te nemen met een fors effect op allerlei bedrijfstakken, zoals de transportsector of de stedenbouw.’ 

Hoe vertaal je echter de geïdentificeerde klimaatrisico’s in cijfers? Wat gebeurt er met de vraag, de groei of de kostenstructuur binnen een sector of bedrijf? Om dergelijke kwantitatieve analyses te kunnen doen is het van fundamenteel belang dat er een realistische prijs voor de uitstoot van koolstofdioxide komt.

Prijsstijging nodig

‘Momenteel is de gemiddelde wereldwijde prijs voor de uitstoot van CO₂ grofweg gelijk aan 1,50 dollar per ton’, zegt Howard. In Europa ligt die prijs hoger, nabij de 5 euro. Om de transitie daadwerkelijk van de grond te krijgen, is er volgens experts wel een stijging tot 40, 50 of misschien wel 100 euro nodig.

Schroders gaat daarom uit van een substantiële prijsstijging en heeft een ‘carbon value at risk’-model ontwikkeld om de potentiële impact daarvan te meten op de kostenstructuur van bedrijven, industrieprijzen, volumes en uiteindelijk kasstromen.

Geaggregeerd is het effect relatief bescheiden, schrijft Schroders in zijn laatste duurzaamheidsrapport. Circa 5 tot 7 procen van het nettoresultaat van de belangrijkste indices zou verloren gaan, bij gelijkblijvende bedrijfsmodellen, wanneer de emissieprijs stijgt tot 100 dollar per ton.

Maar, voegt Howard, daaraan toe. ‘Het effect van hogere kosten door koolstofdioxide-emissie zal dynamischer en complexer zijn dan een eenmalige winstdaling. De analyse van het effect op individuele bedrijven is belangrijker dan het wereldwijde totale effect. Veranderingen in de kosten zullen bedrijven ertoe aanzetten de bedrijfsstructuur aan te passen.’

Impact hogere koolstofprijs

PGGM rekent in zijn groenste scenario ook met een hogere CO₂-emissieprijs. ‘Wij hebben gekeken naar de impact daarvan op de kasstroom van bedrijven. Die analyse kan nog wel verder verfijnd worden. Maar daar zijn best veel aannames bij nodig’, zegt Kalshoven.

Want het maakt wel uit hoe klimaatregels vormgegeven worden. Is dat in de vorm van een CO₂-belasting of door een bodem in de koolstofdioxideprijs? ‘De verwachting is dat een dergelijke lastenverzwaring op de een of andere manier gecompenseerd zal worden. Dat heeft weer een verschillende uitwerking op sectoren.’

Zolang er overigens geen realistische emissieprijs is, gebruiken veel beleggers de CO₂-voetafdruk als maatstaf voor de CO₂-blootstelling. ‘Dat is een veel te bot instrument’, vindt Howard. ‘Bedrijven met een relatief kleine voetafdruk kunnen toch een grote kasstroomgevoeligheid hebben voor CO₂.

En een onderneming met een grote voetafdruk kan op basis van andere factoren een zeer interessante belegging zijn. De kostenstructuur van een bedrijf is wat dat betreft zeer bepalend.’

Kalshoven van PGGM vindt de  CO₂-voetafdruk wel een nuttig instrument. Uiteindelijk zullen de relatief schone bedrijven met een verminderde afdruk juist hogere marges realiseren, meent hij.

‘Deze ondernemingen zijn het beste bestand tegen de transitie naar een koolstofdioxidearme economie en zouden moeten overblijven in de portefeuille. En een vermindering van de CO₂-afdruk betekent dat een bedrijf uiteindelijk ook minder CO2-belasting betaalt, mocht een dergelijke maatregel worden ingevoerd.’

Dit artikel is gepubliceerd in het Fondsnieuws-magazine van juni.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No