Nederlandse pensioenfondsen moeten volgens DNB-voorzitter Klaas Knot accepteren dat de lage, negatieve rentes ‘nog lang met ons zullen zijn’. PFZW worstelt met die rente: een derde van de beleggingsportefeuille haalt negatieve rendementen, aldus voorzitter Peter Borgdorff maandag in de Tweede Kamer. ‘De huidige rentes zijn desastreus voor pensioenfondsen.’
Knot en Borgdorff waren maandag te gast in de Tweede Kamer om de Kamerleden bij te praten over de werking van het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank - in het geval van Knot - en de oorzaken en gevolgen van de lage rentestand - in het geval van Borgdorff en de economen Albert van der Horst, Lex Hoogduin, Hans Hoogervorst, Carsten Brzeski en Lukas Daalder.
De middag werd voorafgegaan door een nieuwsgierig ondervragen van enkele Kamerleden aan Knot (‘Op welk plekje zit u tijdens de ECB-vergaderingen? En heeft u dan oogcontact met Draghi?’) en eindigde met Hoogduin die zich na lesje macro-economie verontschuldigde: ‘Ik wil er heus geen seminar van maken’.
In een antwoord op zeer uiteenlopende vragen, zei Knot onder meer dat Nederland niet ontkomt aan de inrichting van een pensioenstelsel dat wél met de lage rente kan omgaan, dat het beleidscomité van de ECB wat hem betreft serieus kijkt naar de mogelijkheid om een bandbreedte in te voeren waarbinnen de inflatiedoelstelling zich moet begeven, en dat hij voorlopig geen negatieve rentes op de spaardeposito’s van retailklanten verwacht.
Over de manier waarop Knot zich vorige week heeft uitgesproken tegen het besluit van de ECB stelde hij dat dit ‘logisch’ werd gevonden door zijn buitenlandse collega’s, omdat het niet om een consensusbesluit maar een meerderheidsbesluit ging. ‘Ik heb ook aangekondigd dat ik met een toelichting op het besluit zou komen.’
Rekenmodellen
Knot herhaalde tijdens de kamervergadering dat hij achter de renteverlaging staat, maar dat hij de herstart van het obligatie-opkoopprogramma met 20 miljard euro per maand vanaf 1 november, disproportioneel vindt. Een opkoopprogramma is gericht op het verlagen van de lange rente, en de rente op Duitse staatsobligaties met een lange looptijd was al lager, beargumenteerde hij. Bovendien vreest hij voor de negatieve bijeffecten die gepaard gaan met het opkoopprogramma.
Over de schade voor het Nederlandse pensioenstelsel nuanceerde hij tegenover de Kamer dat niet alleen de ECB de veroorzaker is van de lage rente: eigen rekenmodellen van de centrale bank schatten het aandeel van de ECB op 95 basispunten. Daarbij is er volgens Knot mede dankzij de ECB juist ook sprake van een gezonde groei, op basis waarvan de pensioenen betaald worden.
Lage rente
Als oorzaken en gevolgen van de lage rente, klonken in het aanpalende rondetafelgesprek met voornamelijk economen, de bekende opvattingen. De lage rente is een product van jarenlang asymetrisch en te ruim beleid (Hoogduin), centrale banken hebben al hun kruit verschoten (Hoogervorst), de ECB is al jaren te optimistisch in haar ramingen (Brzeski),en de rente waar pensioenfondsen mee rekenen wordt beïnvloed door de ECB (Borgdorff).
Waar Borgdorff de nijpende situatie voor pensioenbeleggers nog eens extra benadrukte door uit te leggen dat met een portefeuille die voor eenderde in obligaties zit, eenderde in aandelen en eenderde in private markten, zeker 33 procent van de beleggingen een negatief rendement oplevert, stelde Daalder dat ook andere beleggers niet staan te juichen langs de zijlijn. Daarna: ‘Let wel, Amerikaanse beleggers verdienen nog altijd aan Duitse staatsobligaties, doordat zij het wisselkoersrisico afdekken.’
PFZW verdient overigens ook ‘nog wel degelijk reëel geld’, aldus Borgdorff, maar toch zuchtte hij nog maar eens in de Kamer. ‘Liever teken ik gewoon voor een hogere rente.’