Nederlanders onderschatten hoeveel geld zij na hun pensioenering kwijt zijn aan hun levensonderhoud. Zij denken dat deze kosten 38 procent van hun totale uitgaven zullen beslaan, maar dit is in werkelijkheid 52 procent.
Dit blijkt uit de Global Investor Study 2018 van Schroders, een onderzoek onder meer dan 22.000 mensen uit 30 landen, waaronder Nederland.


Het inkomen van gepensioneerden pakt ook lager uit dan mensen van te voren denken nodig te hebben om comfortabel van te leven. Werkenden in Nederland verwachten na hun pensionering gemiddeld 75 procent van hun huidige salaris nodig te hebben om goed van te kunnen leven, terwijl gepensioneerden gemiddeld 69 procent hiervan ontvangen.
Dit verschil is echter kleiner dan in andere Europese landen. In België verwachten mensen na hun pensionering gemiddeld ook 75 procent van hun huidige salaris te ontvangen, maar is dit in de praktijk 54 procent.
Van de ondervraagde Nederlandse gepensioneerden geeft 60 procent aan voldoende inkomen te hebben om comfortabel van te kunnen, 34 procent zegt dat hun inkomen voldoet, maar dat ze toch wel wat meer zouden kunnen gebruiken. Daarnaast geeft 7 procent aan niet voldoende inkomen te hebben om voldoende van te leven.
Hoewel in Nederland dus niet iedereen tevreden is, is het beeld positiever dan in België. Daar geeft maar 33 procent van de gepensioneerden aan voldoende inkomen te hebben om comfortabel te kunnen leven.
Toch komen ook van plannen van Nederlandse werkenden om bijvoorbeeld na pensioenering een tweede huis te kopen of vastgoed te kopen als investering in de praktijk niet veel terecht, zo blijkt uit het onderzoek.