In het nieuwe boek De Kwaliteitsbelegger zet Pieter Slegers zijn methode uiteen om sterke bedrijven te selecteren op basis van strikte kwaliteitscriteria. Wat kunnen professionele beleggers met die aanpak? We leggen de methodes voor aan de auteur zelf én aan Sam Hollanders, medeoprichter van het beleggingsfonds Chess Capital.
Slegers benadrukt dat zijn boek vooral een praktische methode wil bieden. ‘Sommige beleggers focussen op waarde, anderen op groei. In essentie is iedereen een waardebelegger: je wilt aandelen goedkoper kopen dan wat ze waard zijn. Mijn boek probeert een leidraad te geven voor kwaliteitsbeleggen: hoe herken je een kwaliteitsaandeel en hoe vertaal je dat naar een concrete portefeuille.’
‘Laat ik beginnen met een kleine nuance’, zegt Hollanders na het lezen van Slegers’ boek. ‘Een goede kwaliteitsbelegger is in essentie ook een waardebelegger. Kwaliteitsbeleggen is eerder een substijl binnen de bredere value-traditie. Je kan het vergelijken met voeding. De kwaliteitsbelegger is een veganist, terwijl de waardebelegger een omnivoor is. Naast uitstekende groenten kunnen daar ook kaas en vlees bij horen. Binnen waardebeleggen heb je meerdere stijlen: net-nets (een strategie van beleggingspionier Benjamin Graham), activisme, speciale situaties – en ook kwaliteit.’
‘Er zijn inderdaad meerdere wegen die naar Rome leiden’, pikt Slegers in. De vertaling naar een portefeuille begint volgens hem bij systematische selectiecriteria. ‘Je kan kijken naar rendement op kapitaal, marges, groei en balanskwaliteit. In het boek werk ik met zeven criteria die statistisch gezien op lange termijn beter presteren dan de markt. Daarmee kan je een eerste selectie maken en een watchlist opbouwen.’
Die watchlist telt momenteel 149 bedrijven. ‘Van daaruit bouw je uiteindelijk je portefeuille. Het idee is niet dat elk aandeel altijd een winnaar zal zijn, maar dat je gemiddeld genomen bedrijven selecteert met een structureel concurrentievoordeel.’
Skin in the game
Over één principe zijn beide beleggers het roerend eens: incentives zijn cruciaal. ‘Het belangrijkste principe uit het boek dat zowel voor stockpickers als voor fondsenbeleggers geldt, is skin in the game, zegt Hollanders. ‘Als je als stockpicker investeert in een bedrijf, wil je dat de CEO zelf een groot deel van zijn vermogen in dat bedrijf heeft zitten. Dan weet je dat de belangen gelijk lopen.’
Voor fondsbeleggers geldt volgens hem exact hetzelfde mechanisme. ‘Je wilt dat de fondsmanager zijn eigen geld naast dat van zijn klanten investeert. Dat creëert discipline en langetermijndenken.’
Slegers knikt. ‘Beleggen draait uiteindelijk om incentives. Wanneer management of fondsbeheerders zelf meedoen, veranderen hun beslissingen. Dan gaat het niet alleen over kwartaalresultaten, maar over waardecreatie op lange termijn.’
Verschil tussen professionals en particulieren
Toch ziet Slegers één belangrijk verschil tussen particuliere beleggers en professionele fondsbeheerders. ‘Particulieren hebben een groot voordeel. Ze hebben geen klanten die elk kwartaal prestaties verwachten. Ze moeten ook geen rekening houden met benchmarkdruk of met wat “Wall Street” denkt. Voor professionals kan dat een beperking zijn.’
Hij voegt eraan toe dat ook de schaal een rol speelt. ‘Professionele beleggers kunnen niet altijd investeren in kleinere bedrijven. Terwijl daar net vaak inefficiënties zitten. Volgens hem blijft ook voortdurend lezen en bijleren essentieel. ‘Zoals beurslegende Charlie Munger ooit zei: ik ken niemand die echt succesvol is en niet voortdurend leest en leert. Als je elk boek dat je leest één bruikbaar inzicht oplevert, dan bouw je op termijn een enorme kennisbasis op.’
De moeilijkste beslissing: verkopen
Opvallend genoeg ligt de grootste uitdaging volgens beide beleggers niet bij het selecteren van aandelen. ‘Een goed aandeel vinden is vaak het makkelijkste deel van de job’, zegt Slegers. ‘Veel moeilijker is beslissen wanneer je moet verkopen.’ Hij verwijst daarbij naar het boek The Art of Execution, dat ook door professionele fondsbeheerders vaak wordt geciteerd.
‘Zoals Peter Lynch zei: als zes van de tien beleggingen goed uitpakken, ben je al een uitstekende belegger. Het verschil zit dus niet alleen in selectie, maar in wat je doet wanneer een aandeel stijgt of daalt.’ Portefeuillebeheer – trimmen, bijkopen of laten lopen – wordt volgens hem vaak onderschat.
Hollanders sluit zich daarbij aan, maar benadrukt nog een andere factor: flexibiliteit. ‘Ik heb veel geleerd uit mijn deelname aan de “Traagste beurswedstrijd” van Mr. Market Magazine. Daar besef je hoe belangrijk het is om te kunnen handelen wanneer omstandigheden veranderen. Bedrijven zijn immers niet statisch en er gebeurt van alles wat onvoorspelbaar is. Ook kwaliteit kan achteraf toch niet zulke hoge kwaliteit blijken te zijn. Dan moet je kunnen ingrijpen.’
De test: een portefeuille van 100.000 euro
En wat als beide doorwinterde beleggers dezelfde opdracht krijgen: 100.000 euro investeren, tijdshorizon vijf jaar, dynamisch profiel? Slegers begint bij de timing. ‘De markt valt niet te timen. Initieel zou ik zeggen: spreid je belegging een beetje. Maar omdat we maar vijf jaar hebben, zou ik dat maximaal over één jaar doen. Bijvoorbeeld elke maand 10.000 euro investeren gedurende tien maanden.’
Daarna bouwt hij de portefeuille volgens een voetbalmetafoor. ‘Je hebt eerst de keepers: zeer defensieve holdings die stabiliteit brengen. Voorbeelden zijn Investor AB, Berkshire Hathaway en Brookfield Corporation. In de verdediging zet je zeer voorspelbare kwaliteitsbedrijven met sterke marges. Denk aan Visa, Mastercard, Microsoft en LVMH.’
‘Op het middenveld komen bedrijven met sterke groei en bewezen acquisitiestrategieën. Daar kan je namen zetten zoals Constellation Software, Topicus.com of private-equityspelers zoals KKR & Co. Aandelen die nu onder druk staan trouwens. De spitspositie is gereserveerd voor kleinere groeibedrijven. Dat zijn de aanvallers – een beetje peper en zout voor de portefeuille. Denk bijvoorbeeld aan Chapters Group of Sanlorenzo.’
Meer flexibiliteit
Hollanders bekijkt dezelfde opdracht iets anders. ‘Ik zou veel minder geneigd zijn om een portefeuille samen te stellen en daar vervolgens vijf jaar niet meer naar te kijken.’ Volgens hem moet een dynamische strategie ook daadwerkelijk dynamisch zijn. ‘Bijkopen wanneer iets goedkoop wordt, verkopen wanneer het duur wordt – dat hoort bij actief beleggen.’
Toch maakt hij één uitzondering: holdings. ‘Het enige wat ik zou overwegen om te kopen en vijf jaar niet naar om te kijken, zijn holdings. Voorbeelden zijn Ackermans & van Haaren, Exor, Investor AB, Sofina en Brederode.’
Beide beleggers vertrekken vanuit een andere invalshoek, maar delen dezelfde focus op sterke bedrijven en een lange termijn. ‘De methode kan verschillen’, zegt Slegers. ‘Maar wie zich focust op sterke bedrijven, goede incentives en geduld, heeft statistisch gezien een grotere kans om de markt te verslaan.’
De Kwaliteitsbelegger – Pieter Slegers – uit bij Borgerhoff & Lamberigts – 24,99 euro