Lars Dijkstra
i-45rPkzN-L.jpg

Een disconnectie tussen de beleggingshorizon van een pensioendeelnemer en die van diens asset manager is een van de oorzaken van falende langetermijnbeleggingen van pensioenfondsen. Institutionele beleggers moeten de benchmark loslaten.

Dat stellen CIO Lars Dijkstra van Kempen Capital Management en Jaap van Dam van pensioenuitvoerder PGGM in een whitepaper over langetermijnbeleggen. 

Ze schetsen het probleem dat speelt rond langetermijnbeleggen: de partij in de keten met de kortste horizon, bepaalt de horizon van de gehele keten. Waardoor de langetermijnbelangen van deelnemers niet worden gediend. 

‘Een deelnemer met een lange beleggingshorizon besteedt zijn pensioenbeleggingen uit aan een pensioenfonds, die haar beleggingen weer uitbesteedt aan een fiduciair manager - vaak middels een contract dat iedere vijf jaar vernieuwd moet worden - die de uitvoeringstaak op haar beurt legt bij een of meerdere asset managers.’

‘Tussen de horizon van de deelnemer en de langermijnbeleggingsstrategie van de assetmanager zitten een aantal partijen met een veel kortere horizon. Zij hebben er belang bij om geen tegenslagen te hoeven melden in de tijdspanne die voor hén belangrijk is.’ 

Om dit probleem op te lossen moeten pensioenbesturen volgens Dijkstra en Van Dam meer gaan vertrouwen op de langetermijnstrategie van hun manager, terwijl een uitvoerder het uithoudingsvermogen moet hebben om een strategie succesvol uit te voeren en niet tussentijds de stekker eruit trekt omdat de kortetermijnresultaten teleurstellen.

Benchmark

Een van de oplossingen daarbij is een andere rol toekennen aan de benchmark. Dijkstra: ‘In actief beheer is de benchmark de referentie. Elke afwijking van die benchmark wordt geclassificeerd als risico. Daardoor moet je relatief en op de korte termijn denken om succesvol te zijn.’

Succesvolle langetermijnbeleggen vraag volgens de twee om een ‘fundamenteel ander, holistisch pad’ dan die standaardroute. Netto rendement op lange termijn, risico en bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen moeten centraal staan, en dus niet de benchmark. 

De keuze voor een alternatief pad vraagt volgens Dijkstra om een stevige onderbouwing vanuit de uitvoerende partij. ‘Bijvoorbeeld door uit te leggen dat de portefeuille beter bestand is tegen schokken dan de benchmark of dat de CO2-uitstoot van deze beleggingen minder zijn. De risicodefinitie gaat dus niet over relatief risico, maar om absoluut risico.’

Author(s)
Documents
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No