
Een nieuwe lente, een nieuw geluid rond de terugvordering van het forfaitair buitenlands belastingkrediet (FBB) op Franse dividenden.
Waarover gaat het concreet? Belgische natuurlijke personen en belastingplichtigen die onder de rechtspersonenbelasting vallen en die een Frans aandeel hebben waarvan zij een dividend ontvangen, worden vandaag geconfronteerd met een dubbele belasting op deze dividenden. Eerst houdt Frankrijk een bronheffing in van 12,8 procent en vervolgens wordt op dat saldo nog eens de Belgische roerende voorheffing van 30 procent ingehouden.
Volgens het bestaande dubbelbelastingverdrag tussen Frankrijk en België hebben deze belastingplichtigen het recht op een forfaitair buitenlands belastingkrediet (of ‘FBB’) ten belope van 15 procent van het netto-dividend ‘aan de grens’.
Hierna kan u een cijfermatig voorbeeld terugvinden waarbij wordt uitgegaan van een Frans dividend van 100 euro bruto. Sinds 2018 heeft Frankrijk het tarief van de Franse bronheffing verlaagd naar 12,80 procent. Voordien bedroeg die 30 procent, maar kon die tot 15 procent verminderd worden op grond van het dubbelbelastingverdrag met België. De belastingplichtige kan via het FBB bijna de helft van de ingehouden roerende voorheffing (RV) of toegepaste taxatie van 30 procent terugkrijgen.
Ruim 35 jaar juridische strijd
De fiscus argumenteerde lange tijd dat het FBB niet toepasbaar was. Maar na een jarenlange juridische strijd en enkele cassatie-arresten in het voordeel van de belastingplichtige, begraaft de fiscale administratie nu de strijdbijl rond Franse dividenden.
De kwestie of Belgische particuliere spaarders en belastingplichtigen die onder de rechtspersonenbelasting vallen, na de ingrijpende hervormingen van het FBB door de wet van 7 december 1988 nog steeds aanspraak kunnen maken op de verrekening van het FBB op dividenden van Franse oorsprong, leidde meer dan 35 jaar tot juridische discussies. Talrijke procedures werden voor diverse rechterlijke instanties - waaronder nationale rechtbanken, het Hof van Justitie van de Europese Unie, het Grondwettelijk Hof en de Franse Conseil d’État - gevoerd en uitgezweet.
Reeds op 16 juni 2017 heeft het Hof van Cassatie bevestigd dat de verrekening van het FBB op Franse dividenden rechtmatig is. Dit standpunt werd later herhaald in de cassatie-arresten van 15 oktober 2020 en 25 februari 2021.
Maar pas begin 2021 heeft de Administratie, zij het met grote terughoudendheid en onder strikte voorwaarden, verklaard deze rechtspraak te zullen volgen. In praktijk aanvaardde de fiscus de toepassing van dit forfait enkel voor Franse dividenden die in de
aangifte personenbelasting werden aangegeven. Dit wil zeggen dat zij op een buitenlandse rekening geïnd werden.
Voor Franse dividenden die op een Belgische rekening geïnd werden en enkel onderworpen werden aan de bevrijdende roerende voorheffing zonder verdere vermelding in de aangifte in de personenbelasting, bleef de fiscus moeilijk doen en wees zij de bezwaren systematisch af, mede door twee totaal tegenstrijdige arresten hierover van het Hof van Beroep van Gent.
Ook voor deze situatie werd de knoop uiteindelijk ten gunste van de belastingplichtige doorgehakt door een arrest van het Hof van Cassatie van 23 november 2023. Het Hof van Cassatie bevestigt dat ook belastingplichtigen die Franse dividenden geïnd hebben op een Belgische rekening met inhouding van bevrijdende roerende voorheffing, eveneens recht hebben op de verrekening van het FBB.
Eind goed, al goed voor belastingplichtige
Er kwamen tot hiertoe geen signalen van de fiscus dat hij zich ook bij dit laatste cassatie-arrest neerlegde tot we eerder deze maand de volgende communicatie daarover lazen van de nieuwe minister van Financiën Jan Jambon (N-VA): ‘Rechtszekerheid voor de belastingplichtige is een belangrijk onderdeel van het regeerakkoord. Daarom ondersteun ik ten volle de beslissing van de fiscale administratie om eindelijk de strijdbijl te begraven in dit dossier en om tot een constructieve oplossing voor de belastingplichtige te komen.’
En verder: ‘Zolang het bestaande Belgisch-Frans dubbelbelastingverdrag van toepassing blijft, zal de Belgische staat verplicht zijn om een FBB ten belope van 15 procent terug te storten aan de genieters van Franse dividenden die zowel in Frankrijk als in België roerende voorheffing hebben betaald.’ Komt dit door een nieuwe lente of een nieuwe Minister van Financiën? Het is alvast aanmoedigend te vernemen dat rechtszekerheid voor de belastingplichtige belangrijk is voor minister Jambon.
In praktijk het FBB recupereren
De recuperatie van het FBB kan nu nog gebeuren door middel van een aanvraag tot terugbetaling van ingehouden roerende voorheffing aan de bevoegde dienst van de FOD Financiën. De recuperatie kan teruggaan tot vijf jaar; te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar waarin de RV gestort is geweest.
Bijgevolg kan tot eind 2025 een aanvraag tot terugbetaling worden ingediend voor dividenden verkregen en onderworpen aan RV sinds 1 januari 2021. In principe kunnen dividenden die in december 2020 op de rekening binnenkwamen, maar waarvan de ingehouden RV pas op 15 januari 2021 aan de Schatkist doorgestort werd, ook nog in aanmerking komen.
Indien de Franse dividenden op een rekening buiten België geïnd werden, dan kan de termijn voor de terugvordering één tot twee jaar langer bedragen, omdat de periode van vijf jaar dan pas begint te lopen vanaf de datum van het aanslagbiljet dat betrekking heeft op de aangifte van deze inkomsten in de aangifte personenbelasting.
Voor dividenden van Franse oorsprong die in 2024 geïnd werden, zal de verrekening kunnen gebeuren via de aangifte in de personenbelasting – aanslagjaar 2025 en dit ook voor dividenden die via een Belgische bankrekening geïnd werden en een bevrijdende roerende voorheffing hebben ondergaan.
Dirk Coveliers is advocaat-vennoot bij het kantoor LLJ (Lallemand, Legros & Joyn), lid van het panel van experts van Investment Officer. Hij is eveneens hoofdredacteur van het ‘Tijdschrift voor Beleggingsfiscaliteit’. Het betreft hier enkel algemene toelichtingen die niet kunnen dienen als advies voor een specifieke situatie.