‘Het is een fabel te denken dat individuele, maar ook institutionele beleggers, in staat zijn tot markttiming. En wie dat wel probeert, vermorzelt zijn rendement.’
Die stelling verdedigde Burton Malkiel woensdag tijdens een bijeenkomst van Vanguard in Amsterdam. Malkiel is professor aan de Princeton University en auteur van de bestseller ‘A random walk down Wall Street’.
In dit uit 1973 daterende en telkens weer geupdate boek poneert Makiel de stelling van de efficiënte markt die niet (langdurig) verslagen kan worden.
Emotionele wezens
‘Mensen zijn emotionele wezens. Ze raken in paniek in crises. Dat was ook het geval in in het derde kwartaal van 2002. Toen bevond de markt zich na het uiteenspatten van de dotcom-bubbel op een dieptepunt en werden er nog massaal aandelen verkocht, terwijl men het tegendeel had moeten doen.’
Wie bij het timen van de markt fouten maakt, kan - zoals gezegd - zijn rendement vermorzelen, aldus Malkiel.
Markttiming
Hij stelt dat wie in de periode 1996-2010 steeds belegd was geweest, een jaarlijks rendement zou hebben gemaakt van 6,71 procent. Wie de beste tien dagen zou hebben gemist, hield nog een rendement van 1,88 procent over.
De belegger die de beste 30, 60 en 90 beleggingsdagen zou hebben gemist, bleef met een negatief rendement zitten van respectievelijk 3,87 procent, 10,39 en 15,32 procent.
‘Als je de markt niet kunt timen, moet je een tijdloze buy and hold-strategie volgen. Gemiddeld koop je de stukken dan nooit te duur in’, aldus Malkiel.
Rebalancing
Om deze strategie te laten slagen, moet je volgens Makiel de portefeuille ten minste een keer per jaar herbalanceren.
Hij stelt dat als je deze strategie voor de periode 1996-2010 had gevolgd en 60 procent van het vermogen had geinvesteerd in een ETF op de Russell 3000 en 40 procent in de Barclays US Aggregate Bond index, je een jaarlijks rendement had behaald van 12,19 procent bij een volatiliteit van 11,51 procent.
Had je die ‘rebalancing’ niet gedaan, dan was dat respectievelijk 10,72 procent en 12,75 procent geweest.
Diversificatie en correlatie
Ook bepleit Makiel diversificatie. ‘Doe dat zo breed mogelijk’, zegt hij.
Hij erkent dat veel beleggers, na 2008, zeggen dat diversificatie dood is, maar hij is het er niet mee eens. De correlatie tussen aandelenmarkten is groot en zo ook de volatiliteit, maar de correlatie tussen aandelen en obligaties is veel minder groot.
Hij bepleit een portefeuille van33 procent obligaties, 33 procent Amerikaanse aandelen, 17 procent opkomende markten en 17 procent ontwikkelde markten.
Kosten zijn essentieel
Bij deze strategie is het essentieel sterk op de kosten te letten. Makiel geloof grosso modo niet in actief management. Hij heeft onderzoek gedaan naar 300 Amerikaanse aandelenfondsen in de periode 1970-2010.
Daar waren er in 2010 nog 108 van over en daarvan deden (na aftrek van kosten) 19 het 0 tot 1 procent beter dan de S&P 500, 18 behaalden een outperformance tot 1 à 2 procent en slechts 5 kwamenen tot een outperformance van 2 tot 4 procent. De resterende fondsen werden door de index verslagen.
Bij Europese en Emerging markets-aandelen komt hij tot dezelfde conclusie.
Core-satellite
Malkiel bepleit een core-satelitte benadering: pakweg 80 procent beleggen in passieve fondsen en niet meer dan 20 procent in actief beheerde fondsen, met name voor de niet-transparante en niet liquide markten. Met deze actieve fondsen moet het behalen van alpha het doel zijn.
‘Beleggen is een “zero sum-game”. Tegenover de outperformers staan de underperformers. Daarom kan je het beste de markt volgen.’