Ed Clarke
i-VDStcm8.jpg

De lage rendementen op de ‘mainstream’ aandelen- en obligatiemarkten gecombineerd met weinig correlerende effecten met deze publieke markten drijft beleggers naar infrastructuur als beleggingscategorie.

Dat bemerken fondshuizen Deutsche Asset Management en M&G bij de geldinzamelingen voor hun infrastructuurfondsen. Deutsche AM heeft onlangs 2,5 miljard euro opgehaald voor een tweede Europese infrastructuurfonds. Infracapital, de infrastructuurtak van M&G, is intussen bezig met geldinzameling voor haar vijfde infrastructuurfonds, voor brownfield projecten in Europa. Beide strategieën investeren in Europese infrastructuur.

Pensioenfondsen en verzekeraars zullen waarschijnlijk de belangrijkste investeerders zijn van het fonds, zegt Ed Clarke, directeur van Infracapital. Hij wijst daarnaast op het steeds grotere percentage dat binnen een portefeuille gevormd wordt door infrastructuurbeleggingen. ‘Bij sommige grote Canadese staatsfondsen en pensioenfondsen wordt tegenwoordig zo’n 10 procent van hun portefeuilles gevormd door infrastructuur. In Europa zien we nog niet die percentages, maar ook daar neemt het toe.’

Ook Sundeep Vyas, verantwoordelijk voor beleggingen in infrastructuur bij Deutsche AM, ziet de hoeveelheid geld die beleggers en fondshuizen in de beleggingscategorie willen steken, toenemen. De reden legt hij bij de stabiele, continue kasstroom die infrastructuurbeleggingen opleveren, bij de weinige correlatie met andere asset classes en de bescherming die regelgeving vaak biedt. Het is een defensieve belegging.

Vyas: ‘De afgelopen twaalf jaar hebben we de economie zien instorten en opbloeien. Infrastructuurbeleggingen hebben in beide gevallen goed gepresteerd op de lange termijn.’ Clarke: ‘Infrastructuur heeft het relatief goed gedaan tijdens de financiële crisis, zeker vergeleken met andere beleggingscategorieën.’ 

Verkrapping

Daar komt bij dat de huidige marktomstandigheden het nog net wat interessanter maken voor beleggers. Vyas wijst op de verbeterde economische situatie in Europa die maakt dat overheden weer meer aandacht besteden aan hun investeringsplannen rondom infrastructuur. ‘Er zullen nieuwe projecten ontstaan, bijvoorbeeld in Groot-Brittannië en in Ierland.’ Clarke: ‘Overheden zien dit als manier om hun eigen, lokale economie te stimuleren, meer banen te creëren.’

Clarke wijst daarnaast op de betere rendementen die infrastructuur haalt in het huidige marktklimaat ten opzichte van op obligaties. De vergelijking maakt hij niet voor niks: ‘Ook infrastructuurbeleggingen zijn relatief veilig en langlopend.’ Vyas beaamt dat een achtergrond van verkrappende centrale banken en lage rentes pensioenfondsen de mogelijkheid biedt om een deel van hun obligatieportefeuille te vervangen door beleggingen in infrastructuur.

Toch benadrukt de voorman van de Deutsche AM-infrabeleggingstak dat de twee categorieën compleet verschillend zijn, en daardoor: in principe niet-inwisselbaar. ‘Infrastructuur is minder liquide, iets voor de lange termijn en in de meeste gevallen: niet beursgenoteerd.’ Dat is volgens Vyas ook direct de reden waarom infrastructuur meestal een klein deel van de portefeuille vormt, en daarnaast: amper haar weg vindt naar retailbeleggers. ‘Er zijn wat beursgenoteerde producten voor retailbeleggers, maar hoewel dat wat is gegroeid de afgelopen jaren, is het aanbod daarin nog altijd beperkt.’

Discussies

Institutionele beleggers kennen de weg ernaartoe inmiddels wél. En meer. Vyas, gevraagd naar de grootste verandering in de twaalf jaar dat hij voor Deutsche AM de infrastructuurmarkt volgt: ‘De beleggingscategorie is meer gevestigd. Eerder zei een belegger: ik wil beleggen in infrastructuur, zonder specifieke voorkeuren te hebben. Nu weten beleggers wat het kan betekenen voor hun portefeuille, welke rendementen te behalen zijn; ze zetten soms zelfs speciale teams op rondom beleggingen in infrastructuur. We praten op een gedetailleerder niveau met beleggers. Over de verschillen als het gaat om sectoren bijvoorbeeld, maar ook over strategie, soorten projecten, regio’s en trends.’

Dat zorgt vanzelfsprekend voor extra uitdaging voor Vyas en zijn team van 25 man in Londen, die stad en land afspeuren naar infrastructuurprojecten, om ze te onderwerpen aan een kritisch onderzoek: hoe zit het met de risico’s, de rendementsverwachting, welke bedrijven zijn betrokken bij het project, wordt het gereguleerd door de overheid? Vyas: ‘Slechts een klein gedeelte voldoet uiteindelijk aan onze eisen en komt terecht in ons fonds.’

Nieuwbouw

Deutsche AM belegt op basis van haar risicorendementsprofiel voornamelijk in brownfield projecten, bestaande bouw. Nieuwbouwprojecten, ook wel greenfield genoemd, heeft niet de voorkeur. ‘Het rendement rechtvaardigt het hogere risico dat deze categorie met zich meebrengt meestal niet’, meent Vyas.

Anders is dat voor M&G. Een van de fondsen van het fondshuis bestaat geheel uit greenfieldprojecten. Daarin zijn ze een van de weinigen, volgens Clarke. ‘Brownfieldprojecten leveren direct rendement op, en lijken daardoor aantrekkelijker. Maar juist doordat overheden meer investeren in infrastructuur sinds de financiële crisis, zijn er kansen bijgekomen in greenfield. Het voordeel van nieuwe projecten is dat je als belegger invloed kunt uitoefenen op het management en de structuur, waardoor het risico omlaag gaat. Bovendien, de bouw van bijvoorbeeld zonne-energieparken gebeurt in een vrije korte tijd en biedt dus al snel rendement.’

Voor de komende periode ziet Clarke mogelijkheden rondom de aanleg van glasvezelnetwerken, en ook: bij de veranderingen op het gebied van infrastructuur die ontstaan door elektrische auto’s en opslag van stroom.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No