MN heeft zich namens Pensioenfonds Metaal en Techniek voor 150 miljoen euro gecommitteerd aan een nog te lanceren vastgoedfonds van Aberdeen Standard Investments.
Het gaat om het Aberdeen Standard Pan European Residential Property Fund, een open-end vastgoedfonds dat zich uitsluitend zal richten op huurwoningen in West-Europa. Het fondsconcept zou het eerste in zijn soort zijn.
Het doel is dat het nieuwe fonds een omvang krijgt van 1,5 miljard euro.
De strategie die Aberdeen Standard Investments, MN en PMT samen hebben ontwikkeld, is erop gericht in te spelen op ‘ruimtelijke en demografische trends, een hoge bezettingsgraad, een lage leverage, een aantrekkelijk kostenniveau en een stevige focus op duurzaamheid’.
Marc Pamin van Aberdeen Standard Investments: ‘Veel Europese steden kennen door hun aantrekkingskracht en urbanisatie een enorm woningtekort. Er is dus een grote en stijgende vraag naar kwalitatief goede huurwoningen op locaties met gewilde voorzieningen. In studentensteden kan er bijvoorbeeld behoefte zijn aan een ander type huisvesting dan in steden waar vooral goedverdienende professionals of families wonen. Daar spelen wij met dit fonds op in.’
Diverse Europese institutionele beleggers voeren momenteel due diligence uit op dit te lanceren fonds, aldus het persbericht.
Daarin wordt tevens vermeld dat PMT een van de grootste en meest actieve Europese vastgoedbeleggers is. Het ‘ligt op koers’ met zijn investeringsprogramma van 2,5 miljard euro.
Hartwig Liersch, CIO van PMT, stelt huurwoningen als een mooie toevoeging te zien in de Europese portefeuille van het pensioenfonds. De lage correlatie met commercieel vastgoed en de relatief stabiele en daarmee samenhangende inkomstenstroom maken de beleggingscategorie volgens hem aantrekkelijk.
Jeroen Reijnoudt, senior portfoliomanager bij MN: ‘Het Europese universum aan core vastgoedfondsen staat nog in de kinderschoenen. De index van pan-Europese core vastgoed fondsen (PEPFI) meet slechts een tiende van de omvang van zijn Amerikaanse evenknie. Dit is opmerkelijk omdat Europa en Noord Amerika elkaar qua inwonersaantal niet zoveel ontlopen. De PEPFI-index bevat nauwelijks woningbouw, terwijl het percentage in de vergelijkbare Amerikaanse index rond de 25 procent ligt.’