Nogal wat beleggingsfondsen hebben sinds kort een andere duurzaamheidsrating van Morningstar. We vroegen Hortense Bioy, directeur duurzaamheidsonderzoek bij de dataprovider, naar de ins en outs.
Wat is er precies veranderd?
‘We gebruiken de ESG-ratings van Sustainalytics als input voor onze Globe-ratings. Een beleggingsfonds krijgt van ons een globe-rating tussen de 1 en 5, afhankelijk van hun duurzaamheidsprestaties. Sustainalytics is ruim een jaar geleden overgestapt op ESG-risk ratings. De belangrijkste wijziging van hun methodologie is dat ze afgestapt zijn van een best-in-class benadering.’
‘De ESG-prestaties van een bedrijf worden nu niet langer afgezet tegen het gemiddelde van de sector waarin het actief is. Voorheen hadden Shell en Microsoft daardoor dezelfde ESG-rating, omdat ze allebei het best presterende bedrijf in hun sector zijn op ESG-gebied. Maar het absolute ESG-risico van Shell is veel groter, omdat het een olie- en gasbedrijf is. De energiesector heeft immers een veel hoger intrinsiek ESG-risico dan de technologiesector. Voorheen zag je dat niet terug in de ratings, maar nu dus wel. Shell heeft nu een veel lagere rating dan Microsoft. De nieuwe methode vinden we eenvoudiger, duidelijker en eerlijker.’
‘Uiteindelijk hebben we de overstap naar absoluut ESG-risico pas recent doorgevoerd, omdat we eerst 12 maanden aan data volgens de nieuwe methodologie wilden hebben. Onze globe-ratings zijn gebaseerd op de gemiddelde score over 12 maanden.’
Veel ESG-beleggers hechten juist aan best-in-class. Geeft dat geen problemen?
‘We zijn niet helemaal van best-in-class afgestapt. De duurzaamheidsscore van een fonds wordt bepaald aan de hand van het gewogen gemiddelde van de afzonderlijke ESG-scores van de bedrijven in de portefeuille. Maar de globe-rating wordt vervolgens bepaald op basis van de gemiddelde score van een fondscategorie, zoals Europese aandelen of aandelen opkomende markten. Op die manier houden we het voor beleggers overzichtelijk: ze kunnen nog steeds in een oogopslag zien welk fonds in een bepaalde categorie best-in-class is.’
Hoe groot zijn de veranderingen in de fondsratings?
‘Omdat we de best-in-class benadering deels hebben aangehouden, zijn de veranderingen niet heel groot. Een voorbeeld: In de categorie Canadese aandelen zitten veel olie- en gasbedrijven. Die bedrijven scoren door de nieuwe methodologie stuk voor stuk slechter op het gebied van ESG-risico. Maar vrijwel elk Canadees aandelenfonds belegt voor een groot deel in energiebedrijven, en die fondsen worden voor het bepalen van de globe-score met elkaar vergeleken. Canadese aandelenfondsen scoren nu dus slechter op ESG-gebied, maar dat zie je niet terug in de globe-ratings omdat de toekenning daarvan gebaseerd is op een relatieve score.’
En ESG-fondsen? Hebben die geprofiteerd van de wijzigingen in de ratings?
‘Milieu- en klimaatproblematiek is een nog belangrijker aspect geworden bij het bepalen van de globe-rating. Veel van de belangrijkste ESG-risico’s hebben daar immers mee te maken. Sommige duurzame fondsen hebben daardoor inderdaad een hogere rating gekregen. Maar over het algemeen is het effect beperkter dan je misschien zou verwachten. Ongeveer een kwart van de fondsen met een expliciet duurzaam mandaat heeft een of meer ‘globes’ erbij gekregen, maar bijna net zoveel fondsen hebben juist een globe verloren. Daarbij ging het trouwens vooral om fondsen die al de hoogste rating van vijf globes hadden.’
Hoe kan het dat ESG-fondsen niet méér hebben geprofiteerd van de ratingwijziging?
‘Er zijn veel verschillende soorten ESG-fondsen met uiteenlopende ESG-risicoprofielen. Zo beleggen ESG-fondsen vaak relatief veel in farmaceutische bedrijven omdat de medicijnen die die bedrijven produceren een positieve impact hebben op de maatschappij. Maar die bedrijven scoren vaak slecht door een risicolens omdat ze te maken hebben met aanzienlijke juridische en toezichtrisico’s.’
‘Hier komt nog bij dat veel duurzame beleggingsfondsen een best-in-class benadering volgen: ze beleggen in de bedrijven die het best scoren op duurzaamheid in vergelijking met andere bedrijven in hun sector. Fondsen met zo’n benadering hebben vaak niet direct een voordeel bij de ratingwijziging omdat ze vaak net zoveel of zelfs meer beleggen in sectoren met een hoog ESG-risico als niet-duurzame fondsen.’
Hoe hebben klanten gereageerd op de wijzigingen?
‘Over het algemeen positief. Klanten vinden het systeem nu duidelijker en transparanter. Wel vragen sommigen zich af of we niet meer aspecten kunnen integreren in de rating die specifiek betrekking hebben op het gedrag van fondsmanagers. Zoals de vraag wat ze doen aan engagement met bedrijven, en in hoeverre ze die aansporen duurzamer te worden. Nu heeft de rating alleen betrekking op het ESG-gehalte van de bedrijven in de portefeuille, en niet op het gedrag van de fondsmanagers zelf. Maar we willen het ook weer niet te ingewikkeld maken door te veel aspecten in de rating mee te nemen. Dat maakt het weer lastiger te begrijpen hoe je aan een ESG-score komt. En juist dat aspect wilden we met de afgelopen wijzigingen aanpakken.’