Joren Van Aken
Joren Van Aken

Met de overstap van Degroof Petercam naar Econopolis maakte Joren Van Aken de sprong van analist naar fondsbeheerder, mét skin in the game. Hij bouwt een globaal holdingsfonds dat inzet op concentratie, lage kosten en structurele waardecreatie. ‘We willen de compounders, niet de holdings die er alleen goedkoop uitzien.’

Voor Van Aken lag de beperking van de sellside steeds duidelijker op tafel: adviseren zonder zelf te investeren. Na zes jaar bij Degroof Petercam koos hij daarom voor Econopolis, waar hij nu zelf een holdingsfonds beheert. ‘Als analist adviseer je klanten, maar je mag zelf niet investeren in de aandelen die je aanbeveelt. Je hebt dus geen skin in the game. Dat vond ik vreemd.’

Vandaag is dat anders. ‘Als fondsbeheerder ben ik volledig gealigneerd met mijn investeerders. Ik investeer mee in de bedrijven in het fonds. Dat verandert hoe je naar risico en rendement kijkt.’ Maar de echte meerwaarde zit volgens hem elders: specialisatie. ‘In de Benelux kan je het aantal holdingsspecialisten op één hand tellen. Het is een niche waar relatief weinig institutioneel kapitaal naar kijkt. Net daardoor zijn er opportuniteiten.’

Inefficiënties in onderschat universum

Waarom kijken veel beleggers nog steeds voorbij holdings? Volgens Van Aken speelt deels ego. ‘Een holding investeert in bedrijven. Veel fondsbeheerders denken: dat kan ik zelf beter, dus waarom zou ik via een holding gaan? Daarnaast is er het liquiditeitsargument. Buiten grote namen zijn veel holdings minder liquide. Voor grote fondsen is dat een beperking.’

Toch ziet hij net daar inefficiënties. ‘Er wordt veel over dezelfde kam geschoren. Neem holdings met private activa: die worden vaak als één blok gezien, terwijl de onderliggende portefeuilles totaal verschillend kunnen zijn. Zo worden Sofina en Brederode vaak op één hoop gegooid, terwijl de ene vooral in venture capital zit en de andere in buy-out. Dat zijn totaal verschillende risicoprofielen, wat tot verkeerde waarderingen leidt.’

Geen klassiek fonds

Het nieuwe fonds van Econopolis onderscheidt zich op meerdere vlakken. Eerst en vooral qua structuur: geen klassiek Ucits-fonds, maar een AIF. ‘Ucits dwingt je in een keurslijf’, zegt Van Aken. ‘Je mag geen posities boven 10 procent hebben en moet constant je winnaars afbouwen. Zoals Peter Lynch zei: cutting the flowers and watering the weeds.’

Dat keurslijf valt weg. ‘Wij kunnen geconcentreerd werken. Onze grootste positie kan tot 20 procent gaan, en we mikken op acht tot twintig posities. Die concentratie is bewust. Holdings zijn op zich al gediversifieerd. Dan heeft het weinig zin om daarbovenop nog eens extreem te spreiden.’

Daarnaast speelt ook de kost een rol. ‘Onze beheersvergoeding ligt tussen 0,29 procent en 0,64 procent. Ik heb nog geen enkel fonds gezien dat zo laag zit. Dat betekent dat er weinig rendement weglekt.’

NAV-groei als kern

Centraal in de strategie staat één criterium: groei in intrinsieke waarde. ‘Het belangrijkste voor mij is de groei van de NAV per aandeel. Daarvoor kijken we naar meerdere factoren: trackrecord, strategie, alignement en toegang tot unieke activa. Skin in the game van het management is cruciaal. En holdings moeten toegang hebben tot activa waar je als belegger moeilijk zelf aan geraakt, zoals private bedrijven.’

Opvallend: de discount speelt een bijrol. ‘Dat is het laatste criterium. Veel beleggers starten net daar – ze zoeken holdings met de grootste korting. Maar dat leidt vaak tot value traps. Wij willen de compounders. Niet de holdings die er goedkoop uitzien, maar waar weinig waardecreatie achter zit.’

De aanpak om valkuilen te vermijden is eenvoudig, maar strikt. ‘We screenen nooit op korting. Als een holding goedkoop lijkt, is daar vaak een reden voor. Dat betekent niet dat holdings met een hoge korting uitgesloten zijn. Maar het zal nooit de enige reden zijn om te kopen. Als je toch tegen de stroom in wil beleggen, moet je al zeer overtuigd zijn dat de markt fout zit – en dat gebeurt minder vaak dan beleggers denken.’

Belgische accenten

Waar hij bij Degroof Petercam vooral op Europa focuste, wordt het nieuwe fonds globaal. ‘We kijken wereldwijd naar holdings – van Berkshire Hathaway in de VS tot SoftBank in Japan. Toch blijft de focus op ontwikkelde markten. In dit fonds geen exotische landen. Transparantie en governance zijn essentieel.’

België is een land van holdings, en dat blijkt ook uit de prominente plaats in Van Akens fonds. ‘Er zal minstens één Belgische holding in het fonds zitten, en waarschijnlijk als een van de grootste posities.’

De strategie balanceert tussen lange termijn en opportunisme. ‘De kern is buy-and-hold van kwaliteitsvolle holdings. De portefeuille zal evolueren, maar winnaars laat ik doorlopen. Verliezers worden automatisch kleiner.’

Van Aken is voorzichtig met rendementsbeloftes, maar geeft wel richting. ‘Over de voorbije twintig jaar hebben holdings gemiddeld meer dan 10 procent jaarlijkse NAV-groei gerealiseerd. Dat is een realistische referentie. Mijn persoonlijke ambitie is om dat niveau te evenaren.’

Risico’s

Hoewel holdings vaak als defensief worden gezien, zijn er risico’s. ‘Voor sommige holdings kan technologische disruptie een probleem worden. Zeker voor meer traditionele, industriële groepen.’

Toch wijst hij op hun veerkracht. ‘Veel holdings bestaan al decennia en hebben eerdere transities overleefd.’ Belangrijker nog zijn governance en kosten. ‘Holdings die minderheidsaandeelhouders negeren of te hoge kostenstructuren hebben, komen er bij ons niet in. Neem bijvoorbeeld HAL Trust: daar zien we dat de belangen van minderheidsaandeelhouders niet altijd centraal staan – dat is voor ons een uitsluitingscriterium.’

Het fonds is intussen live, met een eerste intrinsieke waarde berekend. De startpositie bedraagt ongeveer 100 miljoen euro. 

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No