Het Noorse staatsoliefonds krijgt kritiek van de strategieraad die door de Noorse regering is aangewezen. De raad wijst erop dat het fonds mogelijk te veel risico’s neemt met de uitbreiding van beleggingen in opkomende markten.
Elroy Dimson, een professor van de Londen Business School en adviseur van de Noorse regering, stelt dat als je meer exposure neemt in opkomende markten, je ook te maken krijgt met meer onverantwoordelijke bedrijven.
Dimson reageert op het besluit van het staatsfonds om meer in te spelen op de wereldwijde groei door beleggingen te verschuiven van Europa naar Azië en Latijns-Amerika. Ook heeft het fonds aanpassingen gedaan in zijn obligatieportefeuille, zodat het minder afhankelijk is van zwaar verschuldigde landen (in het Westen).
Het fonds dat in 2012 het beste jaar ooit had, leed in het tweede kwartaal 5,9 procent verlies op zijn exposure naar opkomende markten. In totaal boekte het staatsoliefonds in dat semester een winst van 0,1 procent, dankzij de stijging van Amerikaanse en Japanse aandelen. In het derde kwartaal werd onder de streep een rendement geboekt van 5 procent.
De strategieraad stelde maandag dat het staatsoliefonds ook ethische afwegingen laat meespelen bij zijn besluit om wel of niet in een bedrijf te beleggen.
Het Noorse staatsfonds belegt olieopbrengsten van het land wereldwijd en is daarmee het grootste staatsfonds. In 1996 ging men van start en heeft inmiddels meer dan 500 miljard onder beheer.
In september werd 63,6 procent in aandelen belegd, tegen 63,4 procent in het tweede kwartaal. De obligatieportefeuille werd een beetje afgebouwd tot 35,7 procent. Er is slechts 0,9 procent belegd in vastgoed.