Het Noorse staatsfonds gaat meer dan 10 miljard dollar aan belangen in bedrijven verkopen die gerelateerd zijn aan fossiele brandstoffen. Dat volgt op een besluit van de kamercommissie financiën van het Noorse parlement.
Onder de centrumrechtse Noorse regering is bepaald dat men over een breed terrein wil overschakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie.
De guidelines houden in dat het Noorse staatsfonds niet langer mag beleggen in bedrijven die meer dan 20 miljoen ton kool per jaar delven of meer dan 10.000 megawatt ton kool per jaar gebruiken. Deze vastgestelde grenzen houden in dat het staatsfonds veel aandelenbelangen zal verkopen.
Het staatsfonds heeft in 2015 besloten om zich terug te trekken uit kolengerelateerde beleggingen. Daarbij is als grens gesteld dat bedrijven niet meer dan 30 procent van hun werkzaamheden in kolen mogen plaatsvinden. Volgens Greenpeace had de aankondiging veel effect: bedrijven in Noorwegen deden vorig jaar echt hun best om onder deze grens te komen.
Tegelijkertijd is nog altijd 77 miljard euro (indirect) in kolen in Noorwegen geïnvesteerd. Dat geldt bij voorbeeld voor het Duitse RWE dat volgens Greenpeace de hoogste CO2-uitstoot in Europa heeft.
Persbureau Reuters berichtte onlangs dat RWE een transitieplan heeft, dat bepaalt dat er geen kolencentrales meer worden gebouwd en dat het accent wordt gelegd op groene energieprojecten. Eind 2019 moet 60 procent van de energiecentrales van RWE elektriciteit leveren met geen of minder CO2-uitstoot.
De verwachting is dat het voorbeeld van het Noorse staatsfonds - één van de grootste institutionele beleggers ter wereld - veel navolging zal vinden. Het bijzondere is dat het Noorse staatsfonds zijn vermogen heeft kunnen opbouwen dankzij de opbrengst van olie-exploitatie en verkoop.