Mario Draghi van de ECB
i-V5bJZkD-L.jpg

Het wordt lastig voor de Europese Centrale Bank om haar monetaire beleid verder te normaliseren, met de vertragende economie in Europa. Dat zeggen diverse analisten een dag voor de ECB-vergadering van donderdag, waarop Draghi volgens hen de groeivertraging in Europa zal erkennen.

De Europese economie zal dit jaar niet groeien met 1,9 procent, maar met 1,6 procent, volgens verwachtingen die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) eerder deze week publiceerde. En het meest recente inflatie-cijfer in de eurozone staat op 1,6 procent, een flinke daling ten opzichte van de 2,2 procent in oktober. 

Zelf stelde de ECB eveneens haar verwachtingen bij in december, maar was daarin wat zuiniger. De centrale bank stelde haar groeiprognose voor het eurogebied neerwaarts bij van 1,8 procent naar 1,7 procent en verlaagde haar inflatieverwachting voor datzelfde jaar naar 1,6 procent.

ECB-voorzitter Mario Draghi zal de vertraging van de groei in het eurogebied sinds zijn laatste vergadering op 13 december moeten erkennen, schrijft Anneka Gupta van WisdomTree woensdagochtend in een vooruitblik op de vergadering. Ook Franck Dimier van AllianzGI heeft het over “erkennen” in een marktcommentaar: dat de groeivertraging in de eurozone langer zal duren dan verwacht. ‘In december beschouwde hij die nog als tijdelijk’, aldus het global head of fixed Income. 

Toch verwachten beide strategen geen vuurwerk tijdens de vergadering donderdag, om een significante impact op de markten te voorkomen. Gupta, van WisdomTree: ‘De ECB verroert zich morgen niet.’ De associate director of research voert onzekerheden rondom de brexit en de handelsoorlog aan voor die uitspraak. ‘Elke beslissing over de wijziging van het normalisatiebeleid zal Draghi uitstellen tot de vergadering van 7 maart.’

Intussen is het voor de ECB lastig vooruitkijken volgens Dixmier. ‘De vertraging van de economische groei in Europa maakt het voor de centrale bank lastiger om haar monetaire beleid verder te normaliseren’, betoogt hij. ‘De vertraging laat zich voelen in de vier belangrijkste economieën van Europa. Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje hebben uiteraard hun specifieke problemen, maar overal nemen de activiteitindicatoren af, inclusief de gegevens van de inkoopmanagersindex (PMI). Ook stagneert de kerninflatie rond 1 procent. Dat is ruim onder het streven van 2 procent van de ECB.’

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No