Lara Forte - Saniyé Tipirdamaz
Lara Forte - Saniyé Tipirdamaz

In een fondsenmarkt die steeds meer gefragmenteerd raakt tussen Europese vereisten, toenemende regeldruk en de opkomst van private markten, kunnen grote offshorekantoren Luxemburg niet langer negeren. Voor Mourant, historisch gevestigd in Jersey, Guernsey en de Kaaimaneilanden, was de opening van een kantoor in het Groothertogdom twee jaar geleden geen loutere geografische uitbreiding. Het was een strategische herpositionering.

‘Luxemburg was het ontbrekende stuk van de puzzel’, vat Saniyé Tipirdamaz, partner in finance, samen. De groep was al actief in de belangrijkste financiële centra waar internationale vermogensstructuren worden opgezet. Maar om cliënten te begeleiden die Europese vehikels combineren met entiteiten buiten de EU, werd het ontbreken van een basis binnen de Unie moeilijk vol te houden. Lara Forte, partner en gespecialiseerd in investeringsfondsen: ‘Luxemburg wordt gezien als de toegangspoort tot Europese beleggers.’

Voor een internationale vermogensbeheerder vergemakkelijkt een Luxemburgs vehikel de toegang tot Europees kapitaal, met name institutioneel kapitaal. Maar de dynamiek gaat verder dan alleen Europa. Ook beleggers uit Azië en het Midden-Oosten zien Luxemburgse structuren als veilige en goed gereguleerde vehikels. ‘Beleggers weten dat er bij een investering via een Luxemburgs vehikel een minimale standaard van bescherming bestaat’, benadrukt Forte. Het Europese regelgevingskader, dat strenger is dan dat van sommige offshorecentra, is dus niet alleen een beperking. Het vormt ook een commercieel argument.

In de praktijk komen hybride structuren vaak voor. Een Caymanfonds kan naast een Luxemburgs vehikel bestaan binnen dezelfde strategie. Voor Mourant ligt de toegevoegde waarde precies in het vermogen om in meerdere jurisdicties tegelijk te opereren binnen één en dezelfde structurerings- of financieringstransactie.

CRD6: onzekerheid en herschikking van krediet

De hervorming CRD6, die het kader versterkt voor banken uit derde landen die in de Europese Unie actief zijn, roept vragen op op de financieringsmarkt. ‘Vandaag heeft niemand een volledig duidelijk antwoord’, erkent Saniyé Tipirdamaz. De richtlijn legt principes vast, maar laat lidstaten ruimte voor interpretatie. In Luxemburg is een wetsvoorstel gepubliceerd, maar de definitieve implementatie wordt nog verwacht.

In theorie zouden sommige niet-Europese banken onder druk kunnen komen te staan als zij geen aanwezigheid binnen de Unie hebben. Er bestaan uitzonderingen, met name die rond ‘reverse solicitation’, maar de praktische toepassing daarvan blijft onduidelijk. Hoe toon je aan wie de relatie heeft geïnitieerd? Hoe kader je commerciële praktijken die vaak informeel zijn?

Toch verwacht de partner geen abrupte breuk. Marktpartijen zullen zich aanpassen. Wel lijkt een structurele trend duidelijker zichtbaar. CRD6 richt zich op banken, niet op investeringsfondsen. ‘We zullen waarschijnlijk een lichte verschuiving zien naar een grotere rol van privaat kapitaal in financiering’, verwacht zij. De desintermediatie van banken, die al enkele jaren aan de gang is, zou daardoor verder kunnen versnellen. Voor institutionele beleggers past private credit inmiddels in een structurele, eerder dan een conjuncturele, logica.

AIFMD II: de waarde van voorspelbaarheid

De inwerkingtreding van AIFMD II vormt een andere belangrijke mijlpaal voor de Europese private markten. Luxemburg heeft de richtlijn snel omgezet in nationale wetgeving, wat beheerders duidelijkheid biedt. ‘In de financiële sector is het essentieel dat een beheerder precies weet binnen welk kader hij zal opereren’, benadrukt Lara Forte. Die voorspelbaarheid is des te belangrijker omdat de hervorming de activiteit van directe kredietverlening door fondsen duidelijker reguleert.

De Luxemburgse keuze om de Europese tekst niet verder te verstrengen, versterkt deze juridische zekerheid. Voor beheerders die nieuwe kredietfondsen lanceren, zijn het uitblijven van nationale verrassingen en de helderheid van het kader doorslaggevende factoren.

Tokenisatie en regulatoir evenwicht

Tokenisatie van fondsaandelen en de digitalisering van processen rond afwikkeling en rapportage behoren volgens de firma tot belangrijke thema’s voor de komende jaren. Hoewel een geharmoniseerd Europees kader voor getokeniseerde fondsen nog op zich laat wachten, probeert Luxemburg zijn positie als innovatieve financiële hub te behouden.

Maar de concurrentiekracht van het financiële centrum hangt af van een breder evenwicht. ‘Regulering moet helpen, maar mag op zichzelf geen probleem worden’, waarschuwt Lara Forte. Een omgeving die te duur of te complex is, zou het risico creëren dat alleen grote groepen kunnen meespelen, ten koste van middelgrote spelers.
Saniyé Tipirdamaz ziet overigens een geleidelijke evolutie in het lokale landschap. Waar beslissingscentra historisch vaak in Londen of elders lagen, merkt zij ‘een lichte verschuiving’ op met meer beslissers die fysiek in Luxemburg aanwezig zijn. Een nog geleidelijke verandering, maar wel een die wijst op een groeiende verankering.

Voor professionele beleggers verschijnt de Luxemburgse propositie zo als een hybride architectuur: politieke stabiliteit, opgebouwde expertise, een geharmoniseerd Europees kader en de mogelijkheid om naast offshorevehikels te bestaan. In een regelgevingsomgeving die opnieuw wordt vormgegeven, kan juist dit vermogen om meerdere jurisdicties met elkaar te verbinden een van de belangrijkste troeven van het Groothertogdom blijken.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No