Roger van den Berg
i-txXMLcX-XL.jpg

Bij de introductie van UCITS IV en de vervanging van het ‘simplified prospectus’ door het ‘Key Investor Information Document’ is de eis voor UCITS beleggingfondsen om de portefeuille omloopsnelheid toe te lichten verdwenen.

In de Nederlandse wet- en regelgeving is deze eis nog steeds opgenomen evenals bijvoorbeeld in Zwitserland en Ierland. De Vereniging van effectenbezitters (VEB) geeft aan dat deze factor belangrijk is in het kader van inzicht in het kostenniveau. Zij neemt deze factor mee bij het bepalen van de VEB Fondsenrating.

In een bijdrage voor Fondsnieuws stellen Marc Enthoven en Roger van den Berg (foto) zich daarom de vraag: Is deze Portfolio Omloop Factor (POF) nu echt relevant?

De POF is primair bedoeld om inzicht te krijgen in de transactiekosten die gemaakt worden. De POF toont de omloopsnelheid van de effectenportefeuille door uit te gaan van de transacties gecorrigeerd voor toe- en uittredingen afgezet tegen de gemiddelde intrinsieke waarde.

Transactiekosten, samen met organisatiekosten van een beleggingsfonds, hebben een beperkende invloed op het rendement van beleggingsfondsen en worden soms beschreven als ‘hidden costs’. Het blijft echter moeilijk om de transactiekosten in te schatten op basis van de POF. De transactiekosten variëren over het algemeen genomen van 0,1 tot 0,5 procent van het transactiebedrag.

Fund of funds

Een andere factor die de informatiewaarde van de POF beperkt, betreft de doorbelegging in andere beleggingsfondsen. Om goed inzicht te krijgen in het daadwerkelijke handelsgedrag en hiermee gemoeide transactiekosten, zou door deze fondsenstructuur heen gekeken moeten worden om de feitelijke transacties in de POF terug te zien.

De AFM geeft op haar website aan in de vaak gestelde vragen dat in geval van doorbelegging in andere beleggingsfondsen de omloopfactor synthetisch kan worden berekend. In de Nederlandse verslaggevingstandaarden, waaronder RJ 615 Beleggingsinstellingen, wordt hier nog geen aandacht aan besteed. Dit leidt tot onduidelijkheid over de toelichting in de jaarrekening van de Nederlandse beleggingsfondsen.

Dit blijkt uit een onderzoek dat wij hebben uitgevoerd naar een tiental jaarverslagen 2013 van Nederlandse beleggingsfondsen welke doorbeleggen in andere beleggingsfondsen.

Wanneer wordt gekeken naar een aantal grote Nederlandse beheerders zien wij dat deze partijen nauwelijks de methode van de AFM volgen, want slechts in één jaarverslag is een samengestelde (synthetisch) omloopfactor opgenomen. Bij de overige verslagen zien wij dat de POF van de onderliggende fondsen worden opgenomen of dat hier naar wordt verwezen.

Aanvullende guidance vereist

Door de verschillende invullingen van het begrip ‘synthetisch’ is de POF minder vergelijkbaar. Wij missen van de regelgevers en toezichthouders een heldere en eenduidige methode. Zij zouden wat ons betreft met aanvullende guidance moeten komen waarin antwoord wordt gegeven op vragen zoals bijvoorbeeld:

  • Bij welk belang in een ander fonds neem je deze mee in de synthetische POF?
  • Hoe bereken je een synthetische POF, kijk je helemaal door of neem je de POF over van de onderliggende fonds naar rato van je gemiddelde investering in dit onderliggende fonds?
  • Moet je vervolgens nog rekening houden met de timing van toe- en uittredingen binnen de onderliggende fondsen gedurende het jaar?

Een alternatief is om de eis een POF toe te lichten geheel te laten vervallen. Op grond van BGfo artikelen 123 lid1c dienen de geïdentificeerde transactiekosten al te worden toegelicht. In BGfo artikel 124 staan eisen om aanvullende informatie op te nemen over transactievolumes die via de beheerder, bewaarder of gelieerde partijen worden uitgevoerd en transacties welke niet via marktconforme omstandigheden worden uitgevoerd. Het inzicht in de transactiekosten zou op basis van deze toelichting al worden geboden.

Daarnaast wordt vanuit de Europese regelgeving niet vereist een POF op te nemen en loopt Nederland dus niet in de pas met sommige andere landen.

Meerwaarde

Wij zien echter een andere meerwaarde in de POF. De POF geeft zoals de term al aangeeft inzicht in de omloopsnelheid van de portefeuille. De POF geeft dus aan hoe actief de fondsbeheerder handelt en afgezet tegen het beleggingsbeleid of dit in lijn is met de verwachtingen die een belegger kan hebben op basis van het prospectus.

Een actieve fondsbeheerder, die daar ook voor wordt beloond met een hogere beheervergoeding, zal meer transacties gedurende het jaar uitvoeren om te profiteren van wijzigingen in marktomstandigheden. Een passieve fondsbeheerder, een indexvolgende, zal een POF van nagenoeg nul moeten hebben en hiertegenover staat ook een veel lagere beheervergoeding. Als je betaalt voor actief beheer, wil je dat ook terugzien en hopelijk ook het hogere rendement.

Ons conclusie is dat de POF relevant is en dat de regelgevers de vergelijkbaarheid moeten stimuleren door aanvullende en eensluidende guidance uit te brengen.

Marc Enthoven en Roger van den Berg zijn respectievelijk consultant en partner bij Solutional Financial Reporting.

Wilt u ook een inhoudelijke bijdrage over beleggen of ontwikkelingen in de sector schrijven voor de Fondsnieuws-site, dan bent u daartoe van harte uitgenodigd. Artikelen mogen maximaal 500 woorden lang zijn en moeten zijn voorzien van de contactgegevens van de auteur, inclusief een portretfoto. Plaatsing van een bijdrage is ter beoordeling aan de (hoofd)redactie. Stuur deze dan s.v.p. naar harm.luttikhedde@fondsnieuws.nl.

Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No