Léon Cornelissen
i-BR2J28J-XL.jpg

De Bank of Japan laat zijn doelstelling voor de gemiddelde looptijd van de obligaties die ze in het kader van haar kwantitatieve verruimingsprogramma (QE) opkoopt los. Hoofdececonoom Léon Cornelissen van Robeco vindt dit zo’n gek idee nog niet.

‘We kunnen het natuurlijk ingewikkeld maken, moet gouverneur Haruhiko Kuroda gedacht hebben bij de presentatie van nieuwe monetaire maatregelen vorige week woensdag, maar waarom zouden we?’ schrijft Cornelissen in een ingezonden stuk voor Fondsnieuws.

‘De Bank of Japan houdt niet langer strikt vast aan haar voornemen per jaar 80 triljoen yen uit hoofde van kwantitatieve verruiming uit de markt te halen. De Bank of Japan introduceert een nieuw instrument: YCC (Yield Curve Control) om te voorkomen dat haar beleid van negatieve rentes het business model van banken ondermijnt en pensioenfondsen in problemen brengt.

Je kunt het natuurlijk ook simpel houden. Op de obligatiemarkt richt de Bank of Japan zich niet langer op de hoeveelheid obligaties, maar uitsluitend op de prijs. Zij prikt voortaan het rendement voor tien jaars obligaties op een bepaald niveau, thans gemakshalve 0 procent. Zij prikte al de korte rente op -0,1 procent en stelt zo een positieve kromme van de yieldcurve zeker.

Wat is hiervoor nodig? Geen hoeveelheidsdoelstelling meer voor QE, geen doelstelling voor de gemiddelde looptijd, geen nieuwe instrumenten. Met een derde van de Japanse overheidsschuld op de balans, hoeft de Bank of Japan niet langer te tobben waar ze de benodigde obligaties vandaan moet halen. Ook heeft zij geen last meer van overreactie van enthousiaste obligatiemarkten die het le- ven voor banken en pensioenfondsen onnodig moeilijk maken.

Het lijkt een innovatie, prijsbeleid door de centrale bank, maar de Fed hanteerde tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog ook al een beleid om de korte en de lange rente onder controle te houden. Niets nieuws onder de zon dus!

Schaarste is inmiddels ook een probleem voor de Europese Centrale Bank (ECB). Om iedere schijn van partijdigheid te voorkomen koopt zij uit hoofde van haar kwantitatieve verruimingsprogramma staatsobligaties op naar rato van de kapitaalinbreng van individuele landen in de ECB. Maar Duitse obligaties raken schaars mede doordat de Duitse minister van financiën

Wolfgang Schäuble de ene zwarte nul na de andere schrijft. Die resulterende schaarste kan opgeheven worden door de huidige verdeelsleutel te laten vallen. Je koopt wat meer Italiaans papier en wat minder Duits, maar dat is politieke dynamiet.

Een andere optie is de omvang van het programma laten vallen en een doelstelling voor de Duitse tienjaars vaststellen, zeg 0 procent. Je zult weinig transacties hoeven doen om die rente naar 0 te krijgen omdat markten geneigd zijn een centrale bank met een behoorlijke voorraad Bunds en een in beginsel oneindig oprekbare balans op haar woord te geloven.

Tegelijkertijd een niveau voor de Italiaanse tienjaars expliciet vaststellen is glad ijs, omdat de ECB zich dan veroorlooft een openbare mening te hebben over een redelijke risicopremie Italië versus Duitsland. Politiek ligt dit minstens net zo gevoelig. Maar de euro benchmark yieldcurve gebaseerd op Duitse staatsobligaties kan zij wel eenvoudig naar haar hand zetten.

Wat betreft monetaire experimenten is Japan wel eerder een voorland geweest voor de rest van de wereld. Japanse toestanden op Europese obligatiemarkten? Waarom niet!’

Wilt u reageren op dit artikel? Stuur dan een email naar redactie@fondsnieuws.nl.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No