De populariteit van opties is al jarenlang tanende. Particuliere beleggers vinden het instrument in veel gevallen te complex, vermogensbeheerders hebben moeite met de tijd en kosten die gepaard gaan met het inzetten van opties binnen portefeuilles.
Dat blijkt uit navraag bij vermogensbeheerders, en ervaringen van BinckBank met het beleggingsinstrument.
Aanleiding is het jubileum van de optiebeurs. Vandaag bestaat de Amsterdamse optiebeurs veertig jaar. In 1978 zag die er heel anders uit, vertellen oud-handelaar Sem van Berkel (foto) en oud-optiebeursdirecteur Ulf Doornbos, tijdens een bijeenkomst over opties bij BinckBank. Zo was er destijds geen droog brood te verdienen met opties, bestonden put-opties nog niet en werden handelaren ‘s ochtends regelmatig ongerust wakker: zouden we vandaag nog wel werk hebben?
In hun tijd wisselden slechts enkele honderden contracten per dag van eigenaar. Tegenwoordig gaat het om heel andere getallen. Als opties en futures bij elkaar worden opgeteld, worden bijna 100 miljoen contracten per dag verhandeld. Vooral termijncontracten op de Indiase beurs en opties op een S&P 500 ETF zijn wereldwijd populair.
Maar als de blik specifieker op opties wordt gericht, blijken deze sinds 2011 steeds minder te worden verhandeld. In 2011 ging het nog om bijna 13 miljard opties per jaar, in 2016 om iets meer dan 9 miljard. Beleggingstrainer Siks wijt het aan de complexiteit die beleggers aan het gebruik van opties toeschrijven. ‘Een optie is intelligenter dan een simpel hoger-lager-spelletje.’
Vermogensbeheerders
Uit navraag bij enkele vermogensbeheerders blijkt dat er door hen wel gebruik wordt gemaakt van opties, maar slechts in beperkte mate en voornamelijk als beschermingsmechanisme.
Aberfeld Vermogensbeheer doet bijvoorbeeld twee á drie optietransacties per jaar en zet opties uitsluitend defensief in, vertelt directeur André van Eerden. ‘Je kán heel leuk speculeren met opties, maar in het vermogensbeheer ben je aan het beheren en niet aan het speculeren. Daarnaast is het een timing-instrument, terwijl je in het vermogensbeheer uitgaat van een langetermijnvisie.’
Een enkele keer koopt de vermogensbeheerder een putoptie, als hij denkt dat een aandeel of de beurs in zijn geheel gaat dalen. Iets vaker schrijft de vermogensbeheerder een call. ‘Als een aandeel een behoorlijke stijging achter de rug heeft, doen we dat weleens. Het levert extra rendement op, en mocht het aandeel terugvallen, dan hebben we de premie in onze zak en het aandeel iets goedkoper gekregen. Het schrijven van een calloptie maakt je verlies minder bij een daling.’
Het is de strategie die 1vermogensbeheer ook toepast. Jim Tehupuring van het bedrijf uit Bussum vertelde eerder op die manier de schommelingen in de portefeuille te verminderen en het rendement op jaarbasis met 1,5 procent te verbeteren.
20 tot 30 euro kosten
In datzelfde gesprek zei Tehupuring dat veel andere beheerders opties vermijden vanwege de tijdsinvestering die ermee gepaard gaat. Van Eerden is het daarmee eens en voegt nog de factor kosten toe. ‘Als je tien opties doet, betaal je al gauw 20, 30 euro aan kosten. Dat gaat ten koste van je rendement.’
Een vermogensbeheerder die veel met opties handelt, is de eerder genoemde Sem van Berkel. Hij heeft met SEM Vermogensbeheer immers ook zijn eigen beheerkantoor. Voor elke 100 aandelen die de beheerder in portefeuille heeft, heeft hij één gekochte put als verzekering, en één verkochte call als extra rendement.
Die methode noemt Van Berkel ‘defensief’. Klanten verdienen een ‘stabiel maar niet spectaculair’ rendement van gemiddeld 5 tot 7 procent per jaar na kosten. Ook tijdens een correctie zoals in februari werkt de strategie volgens Van Berkel. In zo’n geval neemt hij het papieren verlies op de aandelen voor lief en sluit hij de calls en de puts, om ze door te rollen naar een nieuwe put onder de koers en een geschreven call boven de koers.
Beperkte schaal
Volgens Van Berkel gebruiken partijen binnen het vermogensbeheer heus wel calls en puts om veiligheid in te bouwen, maar is dat op beperkte schaal. Hij raadt beheerders aan er meer gebruik van te maken. Datzelfde doet Siks van BinckBank, voor beleggers in het algemeen.
Particulieren gebruiken opties volgens de beleggingstrainer nu nog vooral op de simpele manier: ze kopen een call als ze verwachten dat een aandeel gaat stijgen. Maar, beleggers zouden volgens Siks wel vaker gebruik mogen maken van de methode beschreven door Van Eerden en Tehupuring: het schrijven van calls op individuele aandelen. ‘In een zijwaartse markt kan dit extra rendement opleveren en door het te combineren met de koop van een put op een gehele index kan het bescherming bieden in een plots kerende markt.’
Siks: ‘Als de markt echt tientallen procenten onderuit gaat, dan zul je nog steeds wel een verliesje maken, omdat er altijd wel wát eigen risico in zit - volledige bescherming kopen tegen een koersdaling kost al snel 8, 9 procent. Maar dat overleef je dan prima.’
Meer achtergronden op Fondsnieuws