Nederlandse pensioenfondsen hebben in 2017 een recordaantal nieuwbouwwoningen gekocht. Via beleggingsinstellingen als Amvest, Vesteda en Syntrus Achmea verwierven ze 17.000 nieuwbouwwoningen.
Dat is een stijging van 35 procent ten opzichte van 2016, en goed voor een belegd vermogen van meer dan 3,5 miljard euro, blijkt uit de nieuwste cijfers van vastgoedadviseur Capital Value.
Daarmee is de honger naar huurwoningen van pensioenfondsen niet gestild. Ze hadden zelfs 5000 tot 10.000 huurwoningen meer kunnen kopen als er maar meer gebouwd was, meldt Capital Value. Eerder bleek al dat er miljoenen euro’s van Nederlandse institutionele beleggers op de plank blijven liggen omdat het ontbreekt aan bouwlocaties en goede samenwerking met gemeenten.
Met de recordinvesteringen komen pensioenfondsen tegemoet aan de veelgehoorde roep uit de politiek dat ze toch vooral in Nederland moeten investeren. Een veel belangrijkere drijfveer om in Nederlandse huurwoningen te investeren is evenwel het aantrekkelijke rendement dat ze op de lange termijn opleveren.
Gewilde belegging
Dat maakt de Nederlandse woningen niet alleen gewild bij Nederlandse pensioenfondsen maar bij beleggers uit alle uithoeken van de wereld. Nederland wordt gezien als een stabiele en transparante markt, en de prijzen liggen lager dan in veel grote Europese steden.
Bovendien maakt het grote tekort aan betaalbare woningen in stedelijke regio’s de kans op leegstand gering. ‘Door de lage rente zijn er weinig alternatieven die een stabiel rendement opleveren’, zegt Marijn Snijders, directeur van Capital Value.
In totaal gaat er dit jaar een recordbedrag van 5 miljard euro naar Nederlandse huurwoningen. Dat is een toename van 20 procent op jaarbasis en een verdrievoudiging ten opzichte van vijf jaar geleden. Aangejaagd door de extreem lage rente en het economisch herstel stromen er ook recordbedragen naar winkelpanden, kantoren en distributiecentra.
Nederlandse pensioenfondsen maken gebruik van het momentum in de markt om hun oudere en minder gunstig gelegen woningen te verkopen. De komende weken stoten zij voor 700 tot 800 miljoen euro woningen af.
Het zijn op dit moment vooral particuliere beleggers en buitenlandse investeerders die de oudere woningen kopen van Nederlandse pensioenfondsen. Deze beleggers hebben vaak een andere visie of risicoprofiel.
Zo kocht de Canadese beursgenoteerde woningbelegger Capreit deze week voor 80 miljoen euro aan huurwoningen van de Nederlandse institutionele belegger CBRE Global Investors. In een jaar tijd heeft Capreit daarmee een woningportefeuille opgebouwd van zo’n 2000 woningen, goed voor een geïnvesteerd vermogen van rond de 400 miljoen euro.
De Canadese belegger Capreit heeft in een jaar tijd een woningportefeuille opgebouwd met zo’n 2000 Nederlandse huurwoningen.
Een jaar geleden verwierf Capreit al een grote portefeuille met woningen in de Utrechtse wijk Overvecht. ‘Nederlandse fondsen waren op dat moment best sceptisch over de woningen omdat Overvecht een wat slechte naam had,’ zegt Snijders. ‘Buitenlandse fondsen kijken heel anders naar wijken in Nederland.’
‘Overvecht had inderdaad een slechte naam, maar verandert op dit moment ontzettend snel’, zegt Patrick Steenstra Toussaint van Rubens Capital Partners, de Nederlandse partij waarmee Capreit in Nederland belegt. ‘Er gaan steeds meer starters en jonge gezinnen wonen. De vraag naar betaalbare woningen daar is groot.’ Net als in Amsterdam en andere grote wereldsteden schuiven de wijken die gewild zijn steeds verder op naar de randen van de stad.
De nieuwbouwprojecten die zo populair zijn onder Nederlands pensioenfondsen, zijn voor Capreit minder interessant. ‘Bestaande woningen leveren direct een huurstroom op en je loopt geen ontwikkelrisico’, aldus Steenstra Toussaint.
Copyright: Het Financieele Dagblad, 14 december 2017.