Beleggingen in landbouwgrond zijn een uiterst stabiele beleggingscategorie, waar institutionele beleggers bij uitstek duurzame impact kunnen maken. ‘De weerbaarheid van farmland investments is in de afgelopen crises fenomenaal gebleken. Wij hebben geen dip gezien.’
Dit zegt Dick van den Oever (foto), Directeur Landelijk Vastgoed bij ASR real estate, in gesprek met Fondsnieuws Institutioneel. Dit interview vond plaats in het kader van de podcastserie “Beleggen tegen de stroom in”. Hierin wordt gesproken met specialisten over beleggingscategorieën die niet meteen voor de hand lijken te liggen, bijvoorbeeld vanwege het huidige economische klimaat of langetermijntrends.
Beleggingen in landbouwgrond kunnen vanwege verschillende redenen tot deze categorie gerekend worden. Zo blijkt uit recente cijfers van onder andere het CBS dat de landbouw verantwoordelijk is voor 14 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Hiermee behoort het tot de top-5 grootste sectoren die verantwoordelijk zijn voor de broeikasuitstoot. Hoe laat dit gegeven zich rijmen met duurzaamheid?
Voor Van den Oever is het ‘eigenlijk heel evident om die combinatie te maken’. Hij wijst in de eerste plaats op het belang van de sector voor de Nederlandse economie, tegelijk erkent hij ook dat er nog veel te winnen valt op het gebied van duurzaamheid. ‘Als je kijkt naar waar we vandaan komen als maatschappij dan draaide het voorheen in veel gevallen - dus ook in de landbouw - om maximalisatie. We gaan nu naar een wereld waarin het veel meer draait om optimalisatie. We zitten in een transformatiefase.’
Transformatie
En in die transformatie kunnen beleggers volgens hem juist een belangrijke rol spelen. ‘We doen volop onderzoek naar wat nu de meest haalbare maatregelen zijn voor boeren om bij te dragen aan de verduurzaming van hun sector en de wereld om hun heen.’ Feit is in ieder geval dat er veel geld nodig is om die veranderingen ook daadwerkelijk te realiseren, stelt Van den Oever. ‘Ik denk dat het juist voor beleggers interessant is om die verantwoordelijkheid te nemen, juist omdat er nog veel te winnen valt op het gebied van duurzaamheid.’
Want niet iedere boer verkeert in dezelfde omstandigheden qua financiële middelen. ‘Zoals in iedere sector heb je koplopers en het peloton’, omschrijft Van den Oever het. Volgens hem is het juist aan andere ketenpartijen, zoals beleggers, om hier een rol in te spelen.
Kortom, de agrarische sector en de bedrijfsmodellen zullen zich stap voor stap moeten aanpassen om toekomstbestendig te worden, meent Van den Oever. Maar is er niet juist ook veel weerstand tegen deze veranderingen vanuit de boeren zelf, omdat zij hierdoor hun toekomst in duigen zien vallen? Van den Oever herkent dit beeld niet: ‘We zien dat veel boeren bereid zijn om aanpassingen te doen, maar dat er ook hulp van andere partijen voor nodig is. Door hier gezamenlijk in op te trekken ontstaat er tegelijkertijd een breder bewustzijn over “ons eten”. Duurzaam voedsel is namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid van de boer.’
Op de vraag of het wel verstandig is om in een sector te beleggen, waarvan momenteel wordt gezegd dat deze niet toekomstbestendig is, antwoordt Van den Oever dat ASR hier juist haar verantwoordelijkheid wil nemen. Het één hoeft het andere bovendien niet uit te sluiten. ‘We willen de portefeuille in een betere staat overdragen aan de volgende generatie en ik denk dat iedere agrarische ondernemer dat ook wil.’
Eeuwigheidswaarde
Van den Oever omschrijft het als ‘eeuwigheidswaarde creëren’, één van de pijlers van de algemene beleggingsstrategie van ASR real estate. In het geval van farmland investments wordt dit nagestreefd door een “klimaatslim-boeren”-strategie. Deze strategie is gericht op het creëren van duurzaam inkomen door middel van duurzame productie, adaptieve landbouw en het reduceren van de co2-uitstoot.
Dit zijn processen waarvoor een relatief lange adem nodig is en het is dan ook niet verrassend dat ASR real estate voor de farmland investment portefeuille met zeer langlopende contracten met erfpachters werkt. Deze gelden doorgaans voor 26 jaar of langer. Gedurende een dergelijke periode is er sprake van zeer voorspelbare kasstromen. ‘Cashflows voor het jaar 2047 kunnen wij bijvoorbeeld met een Zwitserse precisie prognosticeren’, aldus Van den Oever.
Maar er zijn meer redenen die farmland investments volgens hem tot een zeer geschikte beleggingscategorie voor institutionele beleggers maakt. ‘We hebben nu twee recente crises meegemaakt en als je dan naar de weerbaarheid van een farmland investment portefeuille kijkt, dan is die fenomenaal. Daarin hebben wij geen dip gezien.’
De stabiliteit van de beleggingscategorie in combinatie met de zeer lage correlatie met andere asset categorieën, maakt het volgens Van den Oever tot een ‘echte diversifier’ in de portefeuille. Dit geldt ook voor het rendementsprofiel, waarbij het gemeten over de laatste 20 jaar gaat om zo’n 10 à 11 procent op jaarbasis en dat zich voor grofweg 50 procent laat bepalen door waardegroei en voor de andere 50 procent door inkomen.