Het wordt voor private equity-beleggers de komende jaren steeds moeilijker om de historisch hoge rendementen te evenaren.
Dat zeggen belangrijke spelers in de sector. Pensioenuitvoerder PGGM, dat voor het Pensioenfonds Zorg en Welzijn zo’n 10 miljard euro heeft belegd in private equity, heeft zijn verwachtingen voor de rendementen op de middellange termijn verlaagd.
‘Wij rekenen niet op een rendement dat 3 procent boven het rendement op aandelen ligt, maar 2,5 procent’, zegt Eric-Jan Vink, bij PGGM verantwoordelijk voor beleggingen in private equity.
Een managing partner van een groot Nederlands private-equityhuis laat eenzelfde geluid horen. ‘De tendens is dat de rendementen dalen. Dat komt doordat de sector volwassen wordt.’
Meer geld opgehaald dan ooit
Private-equitymaatschappijen kopen bedrijven met als doel deze na vijf tot zeven jaar met winst te verkopen. De sector is ongekend populair. Investeringsmaatschappijen haalden vorig jaar wereldwijd 452,8 miljard dollar op bij pensioenfondsen, verzekeraars en andere kapitaalverschaffers. Het geld is bedoeld om bedrijven mee te kopen.
Ook in Nederland bloeit de sector. Vorig jaar werd ook hier meer opgehaald dan ooit. Parallel is er een trend dat individuele fondsen steeds groter worden. Zo haalden investeringsmaatschappijen Waterland en Egeria vorig jaar respectievelijk 2 miljard euro en 800 miljoen euro op, voor beide een record. Internationaal brak Apollo, in Nederland eigenaar van onder meer Philips Lumileds, alle records met een fonds van 24,6 miljard dollar.
Bovengemiddelde rendementen
Het geld waarmee private equity bedrijven koopt komt grotendeels van institutionele beleggers. Door de lage rendementen op obligaties en de hoge waarderingen van aandelen steken zij steeds meer geld in alternatieve beleggingscategorieën. Private equity heeft de afgelopen jaren bovengemiddelde rendementen behaald. Veel geld dat ze aan hun kapitaalverschaffers hebben uitgekeerd, stroomt weer terug naar de sector. De goede rendementen uit het verleden lokken ook veel nieuw geld naar de sector.
Het tempo van de investeringen die de private-equityhuizen doen, blijft de laatste twee jaar achter bij het tempo waarin ze hun oorlogskassen vullen. Volgens de jongste cijfers van Preqin, een dataverzamelaar, groeide het toegezegde maar nog niet geïnvesteerde geld in de eerste helft van vorig jaar met 140 miljard dollar. In heel 2016 ging het om ruim 83 miljard dollar. Het gevolg is dat er wereldwijd inmiddels een recordbedrag van circa 1000 miljard dollar op de plank ligt voor het doen van bedrijfsovernames.
Prijzen stijgen, investeerders haken af
Het investeringstempo blijft deels achter omdat er meer concurrentie is. Hierdoor stijgen de prijzen van de bedrijven, waardoor sommige investeerders juist afhaken. In de huidige markt ketsen daarom ook geregeld deals af, omdat de verkopers te hooggespannen verwachtingen hebben van de prijs. Vorig jaar staakte Waterland bijvoorbeeld de verkoop van softwarebedrijf Keylane omdat het de geboden bedragen te laag vond.
Andere fondsen blijven bewust op hun geld zitten, omdat ze rekening houden met een correctie op de markten en lagere prijzen. ‘We wachten gewoon op de volgende crisis. Dan gaan we investeren’, zegt een andere managing partner van een groot private-equitybedrijf.
Niet iedereen kan zich deze luxe veroorloven. Veel private-equityhuizen voelen druk om het geld van hun kapitaalverschaffers aan het werk te zetten. ‘Wij moeten twee à drie bedrijven per jaar kopen om binnen de afgesproken tijd ons rendement te halen. Als we dat niet halen, worden we toch een beetje zenuwachtig’, zegt een beheerder van een middelgrote Nederlandse investeringsmaatschappij.
Juist deze populariteit zet volgens kenners de toekomstige rendementen onder druk. ‘De absolute top zal het heel goed blijven doen’, zegt een corporate finance-adviseur, ‘maar de middenmoot zal meer moeite krijgen om hoge rendementen te halen.’
Copyright: Het Financieele Dagblad, 15 januari 2018.