Daags na het Brexit-referendum werden de financiële markten weer eens met hun neus op de risico’s van politieke schokken gedrukt. Hoe kunnen beleggers de schade beperken en toch opwaarts potentieel behouden?
Het gedrag van veel beleggers werd afgelopen week vaak vergeleken met dat van het konijn dat verstijfd van schrik kijkt in de koplampen van de naderende auto.
De financiële markten zijn maar matig in staat gebleken politieke risico’s goed in te schatten. Het gevolg is dat een groot deel van de beleggers ervoor kiest dan maar niets te doen. Een ander deel besluit juist te speculeren op de uitkomst.
Peilingen en wedkantoren gingen ervan uit dat een Brexit er niet van zou komen. Blijven zou daarmee als een non-event zijn afgedaan. Uittreden daarentegen werd zo een grote schok.
Risicomanagement
Risicomanagement kan worden gezien als precies het omgekeerde van het nemen van een dergelijke asymmetrische gok, schreef Carmignac achteraf in een commentaar.
Het Franse huis wees op de statistiek dat juist het vermijden van de slechte dagen op lange termijn een enorme bijdrage levert aan het rendement. Zo bedraagt het rendement op een aandelenportefeuille belegd in de S&P 500 index over de laatste 20 jaar 650 procent in plaats van 320 procent alleen al als de slechtste vijf maanden worden weggestreept.
Risicomanagement zou moeten draaien om het veilig door dit soort periodes heen laveren, concludeert Carmignac. ‘Zoals een golfer moet proberen te voorkomen dat een slechte “hole” zijn hele eindscore verpest.’ Daartegenover zou juist extra risico genomen moeten worden als het neerwaartse risico (de downside) kleiner is dan het opwaartse (de upside).
Daar komt nog bij dat het in de menselijke aard – beschreven in de gedragseconomie – ligt om na een pijnlijk verlies apathisch niets te doen of voor een soort ‘quitte-of-dubbel’ te gaan. Volgens Carmignac een ‘dubbele valkuil’.
Risicobudgettering
Een manier om klappen te verzachten, is beleggen in verschillende categoriëen financiële titels. Als bijvoorbeeld aandelen, obligaties, vastgoed en grondstoffen anders reageren, neemt het risico af door ze te combineren in een multi-asset portefeuille.
Veel multi-asset beleggers, zoals fondshuizen, verzekeraars en pensioenfondsen, stellen daarbij – al dan niet onder dwang van toezichthouders – limieten aan het maximale verlies dat ze onder ‘normale’ omstandigheden kunnen of willen lopen. Dit bepaalt hun risicobudget.
Als bijvoorbeeld de volatiliteit in de markt erg toeneemt, zal de allocatie moeten verschuiven richting minder bewegelijke categorieën. Of als van de weging van bijvoorbeeld risicovolle high yeild-obligaties fors wordt vergroot, moet die van andere risicovolle beleggingen, zoals aandelen, worden verlaagd.
Valutarisico’s
Binnen een internationale portefeuille kan ook worden gevarieerd met de valuta-exposures. Zo zette het multi-asset team van Robeco vorig jaar een voornaam deel van het risicobudget in op de Amerikaanse dollar.
Daar de kapitaalmarkten in de Verenigde Staten tot de grootste ter wereld behoren, zal dit vooral hebben ingehouden dat beleggingen in Amerikaanse aandelen en obligaties niet gehedged werden naar basisvaluta de euro.
Onderzoek wijst uit dat valutahedgen naar de basisvaluta de volatiliteit van de portefeuille als geheel reduceert. Een partij als NN Investment Partners dekt in elk geval voor vastrentende waarden het valutarisico altijd af.
Blootstelling Brexit
In aanloop naar het Brexit-referendum tekende een binaire uitkomst zich af. Marktwaarnemers zagen een Brits pond van 1,50 dollar bij de uitkomst blijven en een koersdaling van 10 tot 20 procent bij een exit. Met de peilingen duidend op blijven, bereikte de koers bijna 1,50.
De multi-asset beleggers van NN IP verkochten op dit niveau ponden voor Amerikaanse dollars, Zwitserse franken en Japanse yen. De upside was immers duidelijk geringer dan de downside.
Toch resteerde blootstelling aan het pond via de aandelen- en vastgoedbeleggingen. De klap werd hierop nog wel gevoeld, maar minder dan indien de valutalhedgeposities niet waren aangegaan.
De waarderingen van Europese aandelen daalden veder anticiperend op de negatieve economische effecten van de Brexit. Hier zou een belegger zich ook tegen in kunnen dekken met derivaten, zoals opties en futures.
Op de lange termijn
Bij toenemende volatiliteit brengen derivatenhandelaren echter steeds meer in rekening voor dergelijke bescherming. De opties en termijncontracten zijn daarbij, zoals de naam al zegt, niet eeuwig en de dure premies moeten telkens opnieuw worden betaald.
Met de blik op de lange termijn kunnen beleggers zich hier vasthouden aan een andere statistiek. Waar koersfluctuaties op korte termijn grote invloed hebben op het rendement van een aandelenportefeuille, wordt het rendement op lange termijn namelijk voor het overgrote deel bepaald door het dividend, wijst studie van onder meer MSCI uit.
Net als dividendstrategieën hebben de laatste jaren ook tal van andere zogenaamde factorstrategieën aan populariteit gewonnen. Deze richten zich op diverse risicofactoren die op lange termijn beloven het rendement te verbeteren.
Met name het selecteren van aandelen met lage volatiliteit is erg in trek. Waarnemers waarschuwen echter dat deze strategie aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan, omdat aandelen die gekenmerkt worden als ‘low vol’ relatief duur zijn geworden.
Hedgefondsen
Hedgefonden en absolute return-strategieën zijn specifiek opgezet om rendementen te genereren die niet gecorreleerd zijn met die van andere beleggingscategorieën of die ongeacht de marktomstandigheden positief zijn. In de dagen na de Brexit waren het vooral systematische hedgefondsstrategieën gericht op de termijnmarkten, ook wel aangeduid als commodity trading advisors (CTA’s), die sterk presteerden.
Een delfstof als goud doet het in tijden van marktpaniek ook vaak goed, wat een reden voor veel – ook institutionele – beleggers is om het in portefeuille te nemen als ‘rots in de branding’.
Kortom, als belegger is het vooral van belang de blik op de lange termijn te houden, terwijl de korte termijn neerwaartse risico’s worden beheerst. Hierbij geldt dat een ‘free lunch’ – ofwel wèl rendement maar géén risico – op de financiële markten over het algemeen een illusie is.
Meer achtergronden op Fondsnieuws: