Aantrekkelijke, snelgroeiende bedrijven kiezen vaker voor private equity en laten de beurs links liggen. Vooral particuliere beleggers dreigen hierdoor rendement mis te lopen.
Het aanbod op de aandelenmarkten verschraalt. Zo is het aantal beursgenoteerde bedrijven in de VS gedaald naar iets meer dan 4000, tegen ruim 8000 eind jaren negentig. Ook in het Verenigd Koninkrijk en in andere Europese landen loopt het aantal noteringen sterk terug, blijkt uit onderzoek van Schroders. Tegelijkertijd is het vermogen onder beheer van private equity sinds de start van deze eeuw ruimschoots verzesvoudigd.
Hoofd research Duncan Lamont (foto) van Schroders weet wel waarom de beurs uit de gratie is. ‘In de VS zijn de kosten van een IPO fors gestegen naar inmiddels 7 procent van de totale opbrengst van zo’n beursgang. Ook de jaarlijkse kosten van een notering zijn door de toenemende regulering opgelopen.’
Veel geld op de plank
Andere aspecten die volgens hem meespelen zijn de tijd die een beursnotering vraagt van het management en de korte termijn focus van beleggers. Daarnaast heeft private equity eenvoudigweg heel veel geld beschikbaar om te investeren, zodat bedrijven niet meer per se naar de beurs hoeven voor groeikapitaal.
Hij wijst op het feit dat een reeks bedrijven zonder moeite miljarden heeft opgehaald bij private equity. Taxi-app Uber bijvoorbeeld ging vorig jaar naar de beurs maar had daarvoor al 22 miljard dollar opgehaald bij private investeerders, zoals het Japanse Softbank. En voordat Facebook zijn beursdebuut maakte in 2012 had het 2,4 miljard dollar aan private financiering verkregen. Lamont: ‘Vergelijk dat eens met Google, waar investeerders voor de IPO in 2004 slechts 25 miljoen dollar in hadden gestoken. Vandaag zouden beleggers echt geen kans maken om toegang te hebben tot Google in een dergelijk vroeg stadium.’
Particulier de dupe
Er is zoveel geld naar durfinvesteerders gestroomd, dat ze bedrijven tot latere fases in hun ontwikkeling kunnen financieren. Bedrijven gaan daarom later naar de beurs. Dat betekent dat er onder de beursdebutanten nu meer grote, volwassen ondernemingen zitten dan voorheen. Daar komt volgens Schroders bij dat de private equity industrie minder vaak kiest voor een beursgang om haar investering te gelde te maken.
‘Slechts circa 3 tot 4 procent van de exits door Amerikaanse private equity spelers vindt plaats via een IPO, waar dat medio jaren ’90 nog een kwart was. Dit is een van de oorzaken van het dalende aantal beursnoteringen, want de beurzen zijn afhankelijk van dit soort exits’, zegt Lamont.
In de opkomst van private equity zit een cyclisch element, omdat de sector dankzij de lage rente de wind in de rug heeft. Als de rente stijgt, zullen de financieringskosten voor private equity oplopen.
Private equity stoomt op
‘Maar private equity is een structurele concurrent voor de aandelenmarkt en zal waarschijnlijk een steeds groter deel van de taart opeisen’, waarschuwt Lamont. Want ondanks de enorme groei van het vermogen onder beheer, is het aandeel van private equity nu nog relatief klein. Eind 2018 was er wereldwijd 3400 miljard dollar geïnvesteerd in private equity, terwijl de marktkapitalisatie van de wereldaandelenindex 41.000 miljard dollar bedraagt.
Gevolg van deze trend is volgens Lamont dat de kwaliteit van beursgenoteerde bedrijven afneemt. ‘Doordat er langer wordt gewacht met een IPO, maken er bovendien meer oudere, trager groeiende bedrijven hun opwachting op de beurs. Dit zal het rendement op de aandelenmarkten waarschijnlijk drukken.’
Vooral particuliere beleggers zijn de dupe. Zij missen de mogelijkheid om in een vroeg stadium te investeren in groeiondernemingen. In tegenstelling tot institutionele beleggers, die wel toegang hebben tot private equity. Schroders biedt mogelijkheden om private equity beter te ontsluiten voor particulieren, via de introductie van semi-liquide private equityfondsen en closed-end beursgenoteerde beleggingsmaatschappijen die in private bedrijven kunnen investeren. ‘Als beleggers de mogelijkheid hebben zouden ze hun allocatie naar private equity moeten verhogen’, stelt Lamont.
Lage rendementen
Jelte de Boer, hoofd beleggingen van Optimix, denkt hier heel anders over. ‘Het rendement op private equity wereldwijd lag in de afgelopen tien jaar op gemiddeld 15,2 procent per jaar, een duidelijke outperformance vergeleken met de 10,7 procent voor de wereldaandelenindex’, aldus De Boer. ‘Maar die sterke prestatie wordt verklaard door de relatief hoge schuldgraad van private equity. Als je hiervoor corrigeert dan deed de aandelenmarkt het juist beter’.
Bovendien waarschuwt hij ervoor dat de waarderingen in de private equity sector naar recordhoogtes zijn gestegen vanwege de hoge cashreserves. ‘Gemiddeld genomen betalen durfinvesteerders nu 11,5 keer het bruto bedrijfsresultaat voor deals in de Verenigde Staten, terwijl beursgenoteerde bedrijven tegen een multiple van 10 tot 11 noteren. Er moet zoveel geld aan het werk worden gezet, dat private equity waarschijnlijk genoegen zal moeten nemen met lagere aanvangsrendementen.’
Een gevaar is ook dat de leverage nog verder omhoog gaat, om de rendementen op peil te houden. De Boer ziet nu al dat de nettoschuld/ebitda ratio’s voor een groot aantal transacties boven de 7 uitkomt, waar dat enkele jaren terug nog maar 5 tot 6 was.
Hij geeft ook aan dat beleggers van tijd tot tijd kunnen profiteren van turbulentie op de beurzen door tegen lagere waarderingen in te stappen, zoals nu met de coronacrisis. Bij private equity hebben beleggers die kans niet. Over het krimpende aanbod op de beurs maakt De Boer zich niet al te veel zorgen.
‘Hoewel het aantal beursnoteringen is gedaald, komen er nog steeds aantrekkelijke bedrijven naar de beurs. Voor stock pickers zien wij nog genoeg mogelijkheden om in relatief jonge, snelgroeiende techbedrijven te beleggen. Denk aan Facebook of Amazon. Ook in de biotechsector biedt de beurs een ruim aanbod’.
Meer achtergronden op Fondsnieuws: