Pensioenbeleggen zal de komende jaren nieuwe innovaties zien. Uitdagingen zijn er zowel in individuele als collectieve beleggingsproducten. Een daarvan is bijvoorbeeld het beter belegbaar maken van illiquide assets.
Dat zei Alwin Oerlemans, directeur institutional business development bij pensioenuitvoerder APG onlangs op een studiemiddag over productinnovatie georganiseerd door vereniging van beleggingsprofessionals VBA.
Sinds de jaren 80 is de pensioenpot in Nederland enorm gegroeid. In 1980 bevatte hij nog zo’n 74 miljard euro, inmiddels meer dan 930 miljard. Ook de asset allocatie van pensioenfondsen is in de loop der tijd veranderd.
In de jaren 80 werd nog bijna alleen in vastrentende waarden belegd en een klein beetje in vastgoed. Inmiddels bestaat de gemiddelde assetmix van pensioenfondsen voor 53 procent uit obligaties, 31 procent uit aandelen, 9 procent uit vastgoed en 7 procent uit overige beleggingen, vertelt Oerlemans.

Doordat er steeds meer pensioenvermogen belegd moet worden en er een beperkte vijver is om in te vissen, kijken pensioenfondsen wereldwijd steeds nadrukkelijker naar alternatieve beleggingen, zegt hij.
Pensioenfondsen beleggen voor de lange termijn en stemmen daarbij hun beleggingen af op hun pensioenbetalingen op de lange termijn. Het feit dat bepaalde beleggingen niet beursgenoteerd zijn, is dus maar een beperkt nadeel, zegt Oerlemans.
Vanuit de toezichthouder worden er vanwege de illiquiditeit wel eens kanttekeningen bij dit soort beleggingen geplaatst. Hier zit een spanningsveld, waar vermogensbeheerders op in zouden kunnen springen, vindt Oerlemans. Ook illiquide beleggingen moeten echter goed worden begrepen in termen van risico, rendement en kosten, zegt hij.
Betrouwbaar en duurzaam
Hij zei verder dat een goed product betrouwbaar en duurzaam moet zijn. ‘Voor mij is innovatie producten maken waar de klant mee vooruit komt’, zegt hij. Om een goed pensioen te kunnen opbouwen is beleggen cruciaal. Hoe je daar meerwaarde uit haalt, is voor mij een kernthema.’
Een goed pensioen begint met een goed ontwerp, zei hij. ‘Niet veel mensen weten dat maar 20 procent van een goed aanvullend pensioen bestaat uit premie-inkomsten en 80 procent uit rendement op beleggingen.
Daarvan bestaat 37 procent uit rendement gemaakt gedurende de opbouwfase en 43 procent uit rendement gemaakt tijdens de uitkeringsfase. Haal je het risico in de uitkeringsfase eruit, dan zal het rendement en daarmee het pensioen aanzienlijk lager zijn.
Dit vormt een probleem voor beschikbare premieregelingen, die na pensioendatum een gegarandeerd vast pensioen bieden. Gezien de lange horizon na pensioendatum zou ook in die periode kunnen worden geprofiteerd van het rendement in een gespreide beleggingsportefeuille.’
Lifecycles
De bestaande lifecycles in dit soort producten zouden, volgens Oerlemans dus langer moeten doorlopen. In het Verenigd Koninkrijk is dit bijvoorbeeld al mogelijk. ‘Daarmee biedt het pensioenproduct een veel beter verwacht rendement.’
Heel actueel is verder de vraag of het risico van de beleggingen passend is bij de deelnemers. ‘Hoe ga je dat meten? Dit vraagt nog wel om meer aandacht’, aldus Oerlemans.
Bij het bepalen van het beleggingsbeleid is de assetmix nu nog vaak leidend, zei hij verder. ‘Ik denk dat dat gaat veranderen en dat de risicomix leidend gaat worden. Je wil immers weten hoe de risico’s in de portefeuille zich verhouden tot elkaar en tot de verplichtingen.’