Grensoverschrijdende witwasconstructies verlopen vaak sneller dan juridische instrumenten kunnen bijhouden. Hoewel Financial Intelligence Units binnen de EU intensief informatie uitwisselen, blijkt het structureel lastig om in real time te handelen op signalen van buitenlandse FIU’s. In Nederland kan de FIU straks financiële instellingen verplichten betalingen aan te houden.
Met artikel 17a van de Wwft, dat in werking treedt op 1 juli 2026, probeert Nederland dit probleem op te lossen. Deze wettelijke bepaling creëert een specifieke bevoegdheid voor FIU-Nederland om een financiële instelling te verzoeken een transactie tijdelijk (maximaal vijf werkdagen met een verlenging van nog eens vijf werkdagen) aan te houden. De regeling vult een lacune tussen het strafvorderlijk beslagregime en de meldplicht onder de Wwft, doordat in bepaalde situaties wel signalen bestaan, maar (nog) geen wettelijke grondslag voor ingrijpen aanwezig is.
Alle Wwft-instellingen
De reikwijdte van deze bevoegdheid is inmiddels aanzienlijk verbreed. Artikel 17a Wwft was bij introductie uitsluitend gericht op banken. De bevoegdheid van FIU-Nederland om transacties tijdelijk te laten aanhouden gold daarmee alleen voor instellingen die het betalingsverkeer uitvoeren. Met het door de Tweede Kamer aannemen van het amendement op 4 september 2025 is de reikwijdte uitgebreid: ook andere Wwft-instellingen kunnen immers betrokken zijn bij transacties die mogelijk verband houden met witwassen of terrorismefinanciering. Artikel 17a geldt daarmee niet alleen voor banken, maar kan ook worden toegepast op andere financiële instellingen, waaronder beleggingsinstellingen, cryptodienstverleners en beleggingsondernemingen, maar ook op makelaars, notarissen, belastingadviseurs en advocaten.
Updaten van procedures en systemen
Art 17a lid 5 Wwft geeft specifiek aan dat een financiële instelling dient te beschikken over gedragslijnen, procedures en maatregelen die haar in staat stellen om onverwijld gevolg te geven aan een verzoek van de FIU. Met ‘onverwijld’ wordt hetzelfde bedoeld als bij de FIU-melding: zonder oponthoud.
Dit betekent dat instellingen hun bestaande systemen en processen zodanig moeten inrichten dat transacties daadwerkelijk tijdelijk kunnen worden aangehouden. Denk daarbij aan de inrichting van interne communicatiestromen, transactiesystemen, doorlopende monitoring en klantcommunicatie. In de praktijk zal de implementatie hiervan voor veel instellingen een uitdaging blijken, omdat processen en systemen momenteel niet zodanig zijn ingericht dat transacties direct kunnen worden aangehouden.
Naar aanleiding van een FIU-verzoek ligt het voor de hand dat instellingen tevens beoordelen of voorafgaand aan het verzoek mogelijk ongebruikelijke transacties hebben plaatsgevonden en of aanvullende maatregelen of acties noodzakelijk zijn.
Informeren cliënt
De regelgeving met betrekking tot een verzoek van de FIU aan een instelling moet niet worden verward met de regelgeving rondom een melding van een verdachte transactie aan de FIU door een financiële instelling.
Bij een FIU-melding is (nog) geen sprake van een verdenking en bestaat geen wettelijke grondslag om een transactie aan te houden. In dat geval geldt het tipping-off-verbod van artikel 23 Wwft en mag de cliënt niet worden geïnformeerd over de melding. Bij een FIU-verzoek op grond van artikel 17a Wwft is de situatie anders: de wet voorziet hier juist in een informatieplicht richting de cliënt.
Artikel 17a Wwft vormt daarmee een expliciete uitzondering op de systematiek van het tipping-off-verbod. Waar voorheen elke vorm van FIU-interactie geheim moest blijven, dient de cliënt in geval van een verzoek tot aanhouding van een transactie onverwijld te worden geïnformeerd. Deze uitzondering maakt het voor instellingen tegelijkertijd beter uitlegbaar waarom een transactie niet wordt uitgevoerd.
Europese context en positionering van artikel 17a Wwft
Binnen het Europese anti-witwaskader is de rol van de FIU traditioneel beperkt tot die van een inlichtingenorgaan. Zowel de FATF-standaarden als de Europese anti-witwasregelgeving beschrijven de FIU als een centraal punt voor het ontvangen, analyseren en verspreiden van informatie. Ingrijpen in transacties, zoals blokkering of bevriezing, is daarbij in beginsel voorbehouden aan het strafrecht.
Onder de AMLD4 werd nog expliciet erkend dat FIU’s in spoedeisende situaties betrokken konden zijn bij het opschorten van transacties. Deze expliciete erkenning ontbreekt in het huidige kader. AMLD6 herpositioneert de FIU als intelligence-eenheid zonder geharmoniseerde interventiebevoegdheden, terwijl de AMLR zich richt op meldplichten en naleving door instellingen. Artikel 17a Wwft is daarmee geen Europese verplichting, maar een nationale beleidskeuze binnen de ruimte die het EU-recht laat.
Floor Coomans-Piscaer is Legal, Risk & Compliance Consultant en Leon Bex is Legal, Risk & Compliance Consultant bij de Projective Group, een van de expertpanelleden van Investment Officer.