In Amerika blijft het gemiddelde aandeel achter bij de index. De aandelenmarkt aldaar is aan het versmallen, oftewel: een relatief kleine groep aandelen is verantwoordelijk voor het rendement van de index.
Dat schrijft chief investment officer Han Dieperink van Rabobank, op basis van data van de S&P500.
Het omgekeerde komt vaker voor, constateert de CIO.
In de afgelopen dertig jaar zijn volgens Dieperink slechts drie periodes aan te wijzen waarbij het rendement van het gemiddelde aandeel achterbleef bij de naar marktkapitalisatie gewogen index.
‘In de overige - meer dan 20 - jaren presteerde het gemiddelde aandeel beter dan de index.’
Gevolgen
De gevolgen van het fenomeen dat aan de gang is, is onvoorspelbaar volgens Dieperink. De eerste twee periodes waarin het rendement van het gemiddelde aandeel achterbleef werden opgevolgd door een correctie, de laatste juist door een rally.
Een smalle markt kan bovendien lang aanhouden, merkt hij op, wijzend op de periode 1995 - 2000.
De oorzaak voor de huidige smalle markt legt hij bij het beperkte opwaartse koerspotentieel van Amerikaanse smallcaps. ‘De laatste jaren zijn small caps in de Verenigde Staten relatief duur geworden.’
Daarbij zijn juist de kleinere bedrijven vooral afhankelijk van de lokale economie, en laat de Amerikaanse economie dit jaar minder sterk groeien dan die van Europa en Azië.