De rendementen van de meeste hedgefondsen blijven na kosten achter bij eenvoudig samengestelde benchmarks. Bovendien slagen ze er op cruciale momenten helemaal niet in om beleggers bescherming te bieden.
Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau CEM Benchmarking, waarover het FT vandaag publiceert.
Het bureau heeft de rendementen van door 150 institutionele beleggers gemeldde hedgefondsen vergeleken met eenvoudige benchmarks waarin aandelenindices en schuldindices met elkaar worden gecombineerd. Deze gemixte benchmarks zijn speciaal ontworpen om te corresponderen met het risicoprofiel van hedgefondsen.
De hedgefondsen bleven tussen 2000 en 2016 jaarlijks gemiddeld 127 basispunten na kosten achter bij de benchmarks. ‘De hoge fee’s die hedgefondsen rekenen, zijn niet te rechtvaardigen nu blijkt dat simpele mix-benchmarks hen verslaan’, aldus CEM-analist Alexander Beath over de resultaten.
Bescherming
Daarbij bieden hedgefondsen volgens het adviesbureau op momenten waar het er écht toe doet, helemaal niet de bescherming aan beleggers die ze beloven. In 2008 bleven de hedgefondsen na kosten 6 procentpunten achter bij de door CEM samengestelde benchmarks, het slechtste resultaat in de analyse over zeventien jaar.
Behalve naar gewone hedgefondsen, heeft het adviesbureau ook gekeken naar de gediversifieerde hedgefondsportefeuilles van grote vermogensbeheerders - waaronder pensioenfondsen en staatsfondsen. Ook daar bleef 64 procent na kosten achter bij de aangepaste benchmark. ‘Zelfs onder hoogwaardige beleggers wordt niet algemeen aanvaard dat het mogelijk is om alternatieven te kopen die dezelfde risico- en rendementsvooruitzichten bieden, maar dan tegen lage kosten’, aldus Beath.
Ondanks soms tegenvallende rendementen, beheren hedgefondsmanagers nog altijd een grote hoeveelheid vermogen. Was dat in 2008 nog 1,4 duizend miljard dollar, staat de teller inmiddels op zo’n 3,2 duizend miljard dollar, volgens FT.