Afdaling Aksel Lund Svindal tijdens World Cup downhill in Val Gardena, december 2016. (AP Photo/Gabriele Facciotti)
i-FLKKj9h-M.jpg

Economische groei en inflatie trekken aan en centrale banken bouwen geleidelijk hun steun af. Dit leidt tot stijgende kapitaalmarktrentes. Voor langlopende obligaties lijkt het pad nu bergaf.

Voor veel beleggers in langlopende obligaties is de vraag niet of, maar hoe snel de afdaling zal verlopen en hoe diep het dal zal zijn. 

Drie decennia lang was de trend in kapitaalmarktrentes vrijwel continu neerwaarts. Maar vanaf afgelopen zomer lijkt de rente nog maar een kant op te kunnen, omhoog. 

Duratie

Obligaties met de langste looptijden zijn het meest gevoelig voor een rentestijging. Ze hebben de hoogste duratie - een maatstaf voor rentegevoeligheid. 

Daarbij zijn de lange rentes het hardst opgelopen, althans in Europa en de Verenigde Staten. Naast de marktomstandigheden, is dit een direct gevolg van het matigen van monetaire interventie. 

De Federal Reserve heeft zijn programma van kwantitatieve verruiming teruggeschroefd naar nul. De Europese Centrale Bank (ECB) volgde dit voorbeeld en schaalt vanaf april 2017 de maandelijkse obligatieopkopen terug van 80 miljard naar 60 miljard euro per maand. 

Saillant detail in de aanpassing van het ECB programma was daarbij dat steunaankopen zich meer zullen richten op het korte eind van de rentecurve. Het gevolg hiervan was dat langlopende obligaties nog meer onder druk kwamen te staan. 

Helling

Wie de koersgrafieken van enkele zich op het lange eind van de curve toeleggende obligatiefondsen bekijkt, valt direct de top halverwege het jaar op. Vanaf dat moment is de helling nagenoeg 45 graden naar beneden. 

Een voorbeeld is het Delta Lloyd Sovereign XLT Bond Fund. Dit fonds belegt in staatsobligaties met lange looptijden. De benchmark is de iBoxx index voor staats- en semi-staatsobligaties met looptijden vanaf 15 jaar. 

Het fonds, dat op de advieslijsten van Nederlandse retailbanken staat en daarmee deel uitmaakt van het FN Universe, staat nog op een rendement van meer dan 9 procent year-to-date en een gemiddeld rendement van bijna 12 procent per jaar over de afgelopen drie jaar.

Wie echter drie maanden geleden besloot dat een spaarrekening te weinig oplevert en zijn geld in dit langlopende obligatiefonds te beleggen, was nu 6,1 procent van zijn inleg kwijt geweest. 

En zoals de koersgrafiek hiernaast ook laat zien, was het niet de eerste slechte driemaandsperiode voor het fonds. Vooral in de minder liquide langlopende obligaties, zoals 20, 30 en 50-jaars leningen, kan het hard gaan.

Overtuiging

Een belegging in langlopende obligaties is duidelijk niet zonder risico, maar daarmee is de beleggingscategorie nog niet afgeschreven. 

Om te beginnen is het voorspellen van rentebewegingen schier onmogelijk. De piek in de koersgrafiek rond mei 2015 valt samen met het bereiken van een tussentijds dieptepunt in de Duitse bund yield. Velen waren er op dat moment nog van overtuigd dat de rente alleen maar verder kon dalen.

Een ander argument is dat de rente ook van invloed is op de waardering van andere beleggingen. In principe kan elke belegging worden gezien als een reeks toekomstige cashflows, die tegen de huidige rente verdisconteerd dient te worden.

Diversificatie is een laatste reden om toch niet alle obligaties in portefeuille in te ruilen voor bijvoorbeeld aandelen. Een belegger moet altijd ‘wat als’ blijven denken. In geval van paniek, zullen beleggers in de vertrouwde ‘veilige havens’ vluchten, bijvoorbeeld Duitse staatsobligaties. 

Meer achtergronden op Fondsnieuws:

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No