i-jp2HbjC-M.jpg

Aandelen met een lage volatiliteit hebben dit jaar tot dusver bijzonder goed gepresteerd. Tal van beleggers zien hierin het bewijs dat het selecteren van deze aandelen werkt. Anderen wijzen erop dat deze eigenschap wel erg aan de prijs raakt.

Toen een jonge Robert Haugen (‘Bob’ voor bekenden, red.) in de jaren zeventig voor het eerst publiceerde over wat hij de ‘low-volatility anomaly’ (low vol) noemde, waren er weinig beleggers die er aandacht aan besteedden.

Anomalie

Het was de tijd waarin de moderne portefeuilletheorie mainstream werd. Hierin werd de relatie tussen risico-rendement als het rationele uitgangspunt omarmd: beleggers eisen een hogere compensatie (rendement) voor meer risico (volatiliteit). 

Maar toen in de jaren negentig – mede door de beschikbaarheid van krachtiger computers – kwantitatieve (quant) strategieën steeds meer in zwang raakten, werd low vol als het ware herontdekt. Toch waren beleggers toen nog meer overtuigd van factoren als waarde, smallcap en momentum. 

Na het uitbreken van de kredietcrisis en de daaropvolgende underperformance van veel van deze quants kwam low vol pas echt in beeld bij het grote publiek. Haugen zelf zag dit als de erkenning waarop hij al die jaren had gewacht, zei hij in 2010 tijdens een bijeenkomst van VBA Beleggingsprofessionals in Amsterdam – drie jaar voor zijn overlijden in 2013. 

Duurkoop

De strategie nam zelfs zo’n vlucht dat er al jaren waarschuwingen klinken voor ‘over-crowding’ en ‘performance chasing’. De eerste bedenking richt zich op de over-concentratie in relatief illiquide low vol-aandelen. De tweede op het dusdanig opbieden van hun koersen dat het toekomstig te behalen overrendement, ofwel factor-premie, teniet gedaan wordt. 

Berekeningen van Robeco uit 2014 lieten zien dat het met de concentratie toen nog wel meeviel. De low vol-producten besloegen ‘slechts’ 0,5 procent van de totale marktkapitalisatie. 

De bekende waarde-belegger Rob Arnott, oprichter van Research Affiliates, nam in een recente studie van factorstrategieën de waarderingen onder de loep. Hieruit bleek onder meer dat low vol-aandelen op historisch hoge waarderingen worden verhandeld. 

Aan de trend lijkt echter vooralsnog geen eind te komen. Een rankschikking van verschillende factoren door JP Morgan laat zien dat in de eerste helft van 2016 low vol hiervan het hoogste rendement opleverde, gevolgd door hoog dividend.

Het rendement van bijna 12 procent in een half jaar (in dollars), overstijgt dat van de brede markt plus de premie die factorstrategieën pretenderen toe te voegen ruim. Hoog dividend deed het maar iets slechter met een kleine 11 procent rendement. 

Financieel adviseur Joshua Brown van het Amerikaanse beursblog The Reformed Broker concludeert hieruit dat de beurs momenteel vooral gedreven wordt door angst, een reden voor hem om te spreken van een ‘chicken-bull’ markt. 

Fondsen

In het FN Universe van meest geadviseerde fondsen op de Nederlandse retailmarkt komen een aantal fondsen voor die zich richten op low vol. Naast actief beheerde varianten, zoals de conservative equities strategieën van Robeco, zijn er ook meerdere ETF’s, van aanbieders als State Street en Blackrock. 

Zo staat Robeco Global Conservative Equities op een year-to-date rendement van 6,8 procent. De Amerikaanse variant Robeco US Conservative High Dividend Equities, dat zich dus op beide door JP Morgan genoemde top-presterende factoren richt, komt tot een YTD rendement van 9,2 procent. 

iShares MSCI World Minimum Volatility ETF gaat hier overheen met een YTD rendement van 10,3 procent. SPDR S&P Low Volatility ETF noteert een iets bescheidener maar nog steeds respectabel YTD rendement van 9,4 procent. 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No