De shake-out in het actieve vermogensbeheer is nog lang niet voorbij, zegt Joseph Pinto, chief executive officer van M&G Investments. Sommige partijen weten toch weer geld aan te trekken.
Volgens Pinto concentreren grote institutionele beleggers hun mandaten steeds vaker bij een kleinere groep van actieve vermogensbeheerders die in staat zijn consistent rendement te leveren. Hij wijst op recente mandaten van onder meer PGGM en ABN Amro in Nederland, ATP in Denemarken, het Canadese Ontario Teachers’ Pension Plan en CVC Capital Partners.
‘Niet iedereen is een goede actieve vermogensbeheerder’, aldus Pinto in een gesprek met Investment Officer. ‘Sommigen verliezen vermogen omdat ze niet hebben geleverd wat ze hun klanten hebben beloofd.’
Volgens hem weerspiegelt dat een structurele verschuiving in de sector. Passieve fondsen domineren nog altijd de wereldwijde instroom in aandelenstrategieën, maar een kleinere groep actieve beheerders weet wel degelijk marktaandeel te winnen.
‘Actief vermogensbeheer is als categorie waarschijnlijk kleiner dan twintig jaar geleden’, zegt hij. ‘Maar de managers die consistent presteren, zullen de grote winnaars zijn.’
Die dynamiek is ook zichtbaar in de recente cijfers van M&G. De assetmanager rapporteerde in 2025 een netto-instroom van 7,8 miljard pond, tegenover een uitstroom van 1,9 miljard pond een jaar eerder. Het herstel komt vooral voor rekening van de vermogensbeheeractiviteiten.
Investeren in meerdere strategieën
Volgens Pinto is dat het resultaat van een strategie die enkele jaren geleden werd ingezet, met nadruk op het versterken van beleggingsteams, het uitbreiden van private-marktstrategieën en het uitbouwen van een internationale distributieorganisatie. ‘We hebben gebouwd op sterke prestaties, teams versterkt en zwaar geïnvesteerd in distributie’, zegt hij. ‘De instroom die je nu ziet is het resultaat van drie jaar hard werk.’
De genoemde mandaten illustreren volgens de CEO hoe institutionele beleggers hun relaties met vermogensbeheerders consolideren, terwijl zij tegelijkertijd in meerdere strategieën investeren. ‘Het is geen verhaal van één product’, zegt Pinto. ‘Sommige klanten kochten private equity, anderen vastgoed, gestructureerde kredietstrategieën of emerging market-aandelen. Het is de breedte van de strategieën die het model laat werken.’
Private credit geen systeemrisico in Europa
Private markten spelen een steeds grotere rol in de groeistrategie van M&G, met name private credit en gestructureerde kredietstrategieën. Tegelijkertijd neemt de discussie toe over de risico’s in deze snel groeiende markt. Pinto verwerpt de suggestie dat private credit in Europa een systeemrisico vormt. ‘Onze default rate in private credit ligt rond 1,1 procent’, zegt hij. ‘We zijn zeer voorzichtig en opereren al meer dan twintig jaar in deze markt.’
Volgens Pinto zijn de verschillen tussen de Amerikaanse en Europese kredietmarkt in dit verband cruciaal. In de Verenigde Staten wordt veel vaker met leverage gewerkt, terwijl dat in Europa minder gebruikelijk is. ‘De private-creditmarkt in de Verenigde Staten is heel anders’, zegt hij. ‘Europa is nog steeds grotendeels een bankgedreven markt als het gaat om kredietverlening aan middelgrote bedrijven.’
Volgens hem zorgt die structuur voor een stabieler klimaat voor kredietbeleggers. ‘In Europa is de markt waarschijnlijk robuuster’, zegt hij. ‘Maar we leven in een mondiale financiële wereld met allerlei onderlinge verbanden. Ik zou niet zeggen dat er helemaal geen risico is.’
‘Geen overhaaste beslissingen’
Naast kredietmarkten vormen geopolitieke spanningen een nieuwe bron van onzekerheid voor beleggers. De escalatie rond Iran heeft de olieprijzen opgedreven en opnieuw zorgen gewekt over inflatie en rentestanden. Voorlopig blijven institutionele beleggers echter relatief rustig, aldus Pinto: ‘Er is op dit moment geen echte paniek. Beleggers hebben geleerd uit het verleden dat je in volatiele markten geen overhaaste beslissingen moet nemen. Vorig jaar drukte het tariefconflict de markten sterk omlaag. Wie toen uitstapte en de rebound miste, miste uiteindelijk de volledige performance van het jaar.’