Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar de stijging van de S&P 500 in de eerste week van het jaar met 0,7 procent wijst mogelijk op een goed beleggingsresultaat voor 2020.
Uit Dow Jones Market Data die teruggaat tot 1950 blijkt dat de beurs in 82 procent van de gevallen in een verkiezingsjaar eindigt zoals deze begint. Vooral in een verkiezingsjaar is die eerste week nog belangrijker dan anders ter voorspelling van de loop van het hele jaar.
Maar als het een omstreden presidentiële verkiezing wordt, de economische groei vertraagt, of dat er sprake is van geopolitieke of handelspolitieke spanningen dan kan dat het beleggerssentiment ondermijnen, zo wijzen analisten op basis van de Dow Jones Market Data.
Volgens technisch analist Francois Trahan van UBS zal de S&P in de eerste zes maanden van het jaar dalen vanwege winstvertragingen, maar vindt in de tweede helft sterk herstel plaats en slaat het marktsentiment in positieve zin om. De benchmark staat nu rond 3250 punten. Year to date staat de index op 1,07 procent.
‘We rekenen op een V-gevormde koersbeweging in de komende twaalf maanden voor de S&P’, stelt UBS Asset Management.
De algemene verklaring voor de zogenoemde presidentiële cyclus is dat de beleidsbepalende politici ervoor willen zorgen dat ze aan de macht blijven. Ze zijn daarom geneigd in campagnetijd de fiscale teugels wat te laten vieren, om ze later weer aan te trekken. Sinds 1928 is er in een verkiezingsjaar sprake van een gemiddelde stijging van de Amerikaanse hoofdgraadmeter met 7,5 procent.