De tracking error van Amerikaanse beursgenoteerde Exchange Traded Funds is in 2009 gemiddeld opgelopen tot 1,25 procent, tegen 0,52 procent in 2008.
Dat schrijft Morgan Stanley in een rapport over trackers.
Invloed op rendement
Oorzaak van de oplopende tracking error is een combinatie van volatiliteit, toenemende diversiteit, optimaliseringsstrategieën en grote wijzigingen in de samenstelling van de index, met name van kleinere bedrijven.
Volgens Morgan Stanley is de tracking zowel in positieve als in negatieve zin een deviatie van de index, wat invloed heeft op het (standaard)rendement.
ETF’s die de belangrijkste Amerikaanse markten tracken, doen het uitstekend. Ze leveren een tracking error op die onder hun ingeschatte expense ratio ligt. Dat geldt ook voor trackers die zich op valuta en dividend richten.
Maar ETF’s die tracken op indices betreffende Amerikaanse sectoren en industrieën, grondstoffen en fixed-income wijken te sterk van de index af, oordeelt Morgan Stanley.
Beursregels
De oorzaak van de relatief hoge tracking error ligt veelal in regels van de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC.
Zo heeft Vanguard Telecom Services ETF de grootste tracking error, maar versloeg het de index met 17,09 procent. De reden daarvoor is dat de benchmark, MSCI US Investable Market Telecommunications Services Index, voor 49 procent bestaat uit AT&T.
De SEC bepaalt echter dat individuele aandelen voor maximaal 20 procent in de portefeuilel mogen wegen. Dat was in het geval van Vanguard een geluk: AT&T presteerde slecht in 2009.
Ook de ETF PowerShares Global Listed Private Equity Portfolio had een sterke afwijking. De ETF presteerde 13,68 procent minder dan de index ten gevolge van belastingregels.
Zorgen om liquiditeit
Ook stelt Morgan Stanley vast dat aanbieders streven naar een optimalisatie strategie, die vergaande consequenties kan hebben. Een voorbeeld daarvan is iShares MSCI Emerging Markets Index Fund, dat maar de helft van de aandelen uit zijn benchmark heeft opgenomen.
Dat is de liquiditeit van het fonds in 2009 ten goede gekomen. Ook bij trackers die zich op kleine- en middelgrote beursfondsen richtten, was liquiditeit soms de belangrijkste reden om een bedrijf wel of niet op te nemen in de portefeuille.