luiden_21.jpg

Exchange Traded Funds kunnen een risico vormen voor het financiële systeem. Dat stelt de Bank of England in een hoofdstuk dat zij in het reguliere Financial Stability Report heeft gewijd aan ETF’s.

Aanleiding is de zogenoemde ‘flash crash’ van 6 mei, toen op Wall Street in een half uur de indices zeer sterk daalden en 1000 miljard aan belegd vermogen verloren ging.

In het rapport benoemt de Bank of England vier terreinen waar deze risico’s aan de orde zijn. De eerste kan het gebrek aan liquiditeit zijn.

Koersfluctuaties
De brokers die de handel in ETF’s onderhouden, proberen mogelijke koersfluctuaties af te dekken door posities in te nemen in de onderliggende waarde. Door het plegen van deze arbitrage helpen ze verschillen tussen de koers van de ETF en die van de onderliggende waarde te verkleinen.

Maar als de onderliggende waarde minder liquide is, dan kunnen er koersverschillen en dientengevolge liquiditeitsproblemen ontstaan. Zo daalde bij de flash crash meer dan 25 procent van de genoteerde ETF’s in amper een half uur tijd met 50 procent.

Daarnaast kunnen er risico’s ontstaan als partijen bij ETF’s gebruikmaken van geleend geld om beleggers een hoger rendement te bezorgen. Een dergelijke leverage kan de koersverschillen tussen ETF en de onderliggende waarde eveneens vergroten.

Onderliggende waarde
De Bank of England stelt dat het zeer belangrijk is om dat goed in de gaten te houden, omdat ‘een markt die op zich goed functioneert door een afhankelijkheid van geleend geld kan worden ondermijnd.’

Als derde risicofactor noemt de Bank of England de situatie waarin beheerders van ETF’s de onderliggende effecten uitlenen. Ze doen dat om een extra inkomstenstroom te genereren, die ook aan beleggers ten goede kan komen, bijvoorbeeld in de vorm van lagere beheerskosten.

De Bank of England wijst er echter opdat ETF’s hierover niet altijd transparant zijn, en ook niet over de risico’s die dit met zich meebrengt.

Faillissement beheerder ETF’s
De Bank of England noemt het theoretische voorbeeld dat een beheerder van ETF’s failliet gaat. In dat geval zou de belegger moeite kunnen hebben zijn ETF te verkopen. ‘Gezien de ongelukkige gebeurtenissen in de markt voor het belenen van effecten die zich hebben voorgedaan tijdens de crisis, moet dit risico niet worden onderschat’, schrijft de Bank of England.

De Amerikaanse Beurstoezichthouder SEC heeft in maart een onderzoek gestart naar het gebruik van derivaten door ETF’s. De SEC richt zich met name op indexfondsen die werken met een hefboom van geleend geld of zogeheten inverse indexfondsen, waarmee beleggers geld inzetten op de tegengestelde beweging van de fluctuaties van de onderliggende index.

Tegenpartij-risico
Tot slot noemt de Bank of England als vierde risicofactor het tegenpartij-risico, waarvan veel beleggers zich onvoldoende bewust zijn. Het gaat om ETF’s die gebruikmaken van bijvoorbeeld swaps om blootstelling aan een bepaalde onderliggende waarde te creëren. Een belegger moet ook rekening houden met de gezondheid van de tegenpartij, schrijft de Bank of England.

Vorig jaar wees de Amerikaanse toezichthouder op de goederentermijnmarkten, de Commodity Futures Trading Commission, al op de risico’s van sommige ETF’s die in grondstoffen beleggen. Zij zouden de prijsvorming van de onderliggende waarden, zoals olie, perverteren.

 

Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No