i-wMm7kw5-XL.jpg

Morningstar heeft in kaart gebracht welke fondsen de grootste exposure hebben naar bedrijven met een groot concurrentievoordeel ten opzichte van hun concurrenten, zogenoemde ‘economic moats’. Wat blijkt? In de top 5 staan drie fondsen van Morgan Stanley.

Het begrip ‘moat’ mag een Nederlandse belegger dan niet veel zeggen, het principe achter ‘moat’ zal hem wel bekend zijn. De Nederlandse vertaling van ‘moat’ is ‘slotgracht’. Zoals in de Middeleeuwen rond een kasteel een gracht werd gegraven om vijanden op afstand te houden, beschermt een ‘economic moat’ het rendement op geïnvesteerd kapitaal van een onderneming. Of in eenvoudiger woorden: het concurrentievoordeel van een onderneming beschermt haar winstgevendheid.

Superbelegger Warren Buffett schreef in een inmiddels legendarisch artikel in zakenblad Fortune in 1999 voor het eerst over ‘moat’. ‘The key to investing is not assessing how much an industry is going to affect society, or how much it will grow, but rather determining the competitive advantage of any given company and, above all, the durability of that advantage. The products or services that have wide, sustainable moats around them are the ones that deliver rewards to investors.’ Dit idee van economic moats verwijst naar voordelen die een onderneming langdurig beschermen tegen concurrenten.

Bij zijn analyses van ondernemingen heeft Morningstar vijf belangrijke bronnen of factoren geïdentificeerd die een onderneming een concurrentievoordeel geven, legt Jeffrey Schumacher van Morningstar uit. Het zijn immateriële activa (patenten, overheidslicenties, merknaam), overstapkosten (gemak waarmee een klant kan overstappen naar een concurrent), netwerkeffect (groeiende binding van klanten), kostenvoordeel (goedkoper produceren) en efficiënte schaal (schaalvoordelen).

Voor het beoordelen en waarderen van het concurrentievoordeel of de moat (moat rating) kijken de aandelenanalisten van Morningstar naar de bovengenoemde vijf factoren die een ‘moat’ bepalen. Maar de ware test vormt het rendement op geïnvesteerd kapitaal. Morningstar kijkt of een onderneming een rendement op geïnvesteerd kapitaal boekt (ROIC, of return on invested capital) dat groter is dan de kosten van kapitaal (WACC, of weighted average cost of capital). De grootte van ROIC minus WACC is minder belangrijk dan de verwachte duur van de bovenmaatse winst.

Een onderneming moet tenminste 10 jaar een verwacht concurrentievoordeel hebben om in aanmerking te komen voor de waardering ‘Narrow moat’ en van tenminste 20 jaar voor een kwalificatie ‘Wide moat’. Bedrijven zonder concurrentievoordeel krijgen de kwalificatie ‘No moat’.

Beleggers kunnen direct beleggen in bedrijven die een ‘wide’ of ‘narrow economic moat’ hebben, maar er zijn ook beleggingsfondsen die een grote blootstelling hebben naar dit type bedrijven. Zo zijn er enkele wereldwijde aandelenfondsen in de Morningstar-categorie Aandelen Large-Cap Blend, die een grote voorkeur hebben voor bedrijven met een sterk en duurzaam concurrentievoordeel. Om tot de top-5 te komen zijn de fondsen gerangschikt op hun blootstelling aan bedrijven met een ‘wide economic moat’.

Het Morgan Stanley Global Quality Fund heeft de sterkste blootstelling aan bedrijven met een wide ‘economic moat’. Maar liefst 80 procent van de portefeuille is belegd in bedrijven die deze kwalificatie hebben. Het 10-koppige team onder leiding van William Lock creëert een geconcentreerde portefeuille die per november uit 40 aandelen bestaat waarin het team een hoge overtuiging heeft op basis van de sterke en duurzame concurrentievoordelen. Deze bedrijven worden vooral in de sectoren defensieve consumentengoederen (Unilever, BAT), technologie (Alphabet, Microsoft) en gezondheidszorg (Novartis, J&J) gevonden.

Investec Global Franchise belegt eveneens vrijwel uitsluitend in bedrijven met een ‘economic moat’. Beheerder Clyde Rossouw beheert zijn portefeuille via aanpak van kwaliteitsgroei, waarbij hij op basis van zijn strenge selectiecriteria komt tot een lijst van ongeveer 100 portefeuillekandidaten. De portefeuille is echter met slechts 33 aandelen per november veel geconcentreerder. Het fonds is qua sectorblootstelling iets beter gespreid dan in het verleden, toen het er niet voor terugdeinsde om 70 procent van de portefeuille in defensieve consumentengoederen te investeren. 

Morgan Stanley Global Advantage staat op de derde plaats. Het fonds dat wordt beheerd door het Growth Team onder leiding van Dennis Lynch concentreert zich ook op kwaliteitsgroei-bedrijven. In tegenstelling tot de eerste twee fondsen vormen defensieve consumentengoederen maar een beperkt deel van de portefeuille, momenteel nog geen 5 procent. Het team geeft de voorkeur aan bedrijven uit de sectoren cyclische consumentengoederen en IT. Amazon, Facebook en Alphabet ontbreken dan ook niet in deze portefeuille.

  Economic Moat Wide %

Economic Mode Narrow %

Economic Mode None %
MS INV Global Quality Fund 80,11 17,11 2,78
Investec GSF Global Franchise Fund 74,37 22,83 2,80
MS INVF Global Advantage Fund 74,14 20,81 5,05
MS INVF Global Discovery Fund  67,78 7,98 24,24
BGF Global Opportunities Fund 65,89 32,21 1,80

Bron: Morningstar

Dit artikel is een samenwerking van Fondsnieuws met Morningstar en gebaseerd op data van deze fondsenbeoordelaar. Bovenstaande is nadrukkelijk niet bedoeld als een aanbeveling tot het doen van transacties.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No