‘De Vereniging van Echt Onafhankelijke Vermogensbeheerders (VEOV) neemt afstand van de prestatievergoeding. De onderbouwing door voorzitter Hans Dubbeldam brengt echter een inconsistentie aan het licht.’
Dat zeggen oprichters Jaap Prinsen Geerligs en Ezra van Coevorden van Balans Vermogensbeheer in een opiniebijdrage voor Fondsnieuws.
‘Partijen die een performance fee hanteren, kunnen niet langer lid worden van de vereniging, zo liet Dubbeldam onlangs weten. De performance fee betekent dat een vermogensbeheerder een percentage van het rendement wenst te ontvangen, bijvoorbeeld 10 procent over de winst.
Dubbeldam geeft terecht aan dat de performance fee ongewenste gevolgen kan hebben. En niet alleen de VEOV neemt afstand van deze wijze van verdienen maar ook sector breed wordt de performance fee steeds vaker afgeschaft.
Inconsistent
Dubbeldam zet zich namens de VEOV in om misstanden in de markt van vermogensbeheerders recht te zetten, daarvoor verdient hij complimenten. Zijn onderbouwing brengt echter een inconsistentie aan het licht, die vraagtekens oproept bij de aanpak van vrijwel alle vermogensbeheerders in Nederland.
Vrijwel alle vermogensbeheerders in Nederland brengen een procentuele vergoeding over het beheerd vermogen in rekening. Een procentuele vergoeding betekent dat een beheerder meer gaat verdienen naarmate het vermogen groeit. Net als bij de performance fee.
Bij beide vergoedingen behalen vermogensbeheerders financieel voordeel op het moment dat het vermogen groeit; zowel direct over de winst (de directe performance fee) als indirect over de groei van het vermogen als gevolg van winst (de procentuele vergoeding). Beide zijn daarom een voorbeeld van een performance fee.
‘Procentuele beheervergoeding is overtreffende trap’
De directe performance fee is een vergoeding voor een eenmalige winst. De procentuele beheervergoeding is daarentegen een doorlopende (extra) vergoeding voor eerder behaalde winsten. Een belegger die in de jaren 2012, 2013 en 2014 positieve rendementen heeft behaald, betaalt doorlopend extra vergoedingen aan de beheerder als gevolg van het toegenomen vermogen. De klant wordt hierdoor doorlopend belast voor rendement uit eerdere jaren (een doorlopende performance fee). Dit heeft uiteindelijk een zeer contraproductief effect op de groei van het vermogen.
En waarom moet een beheerder meer gaan verdienen als het vermogen groeit? De dienstverlening blijft hetzelfde en het risico ligt 100 procent bij de klant. Dan heeft de klant toch recht op het totale rendement zonder daarvan iets aan de beheerder te moeten geven?
Een intuïtieve vergoelijking van de procentuele vergoeding is dat een beheerder best meer mag verdienen als er rendement wordt gemaakt, met als achterliggende gedachte dat het rendement een gevolg is van de kwaliteiten van de beheerder. Indien je al meegaat in deze gedachte, is het dan niet vreemd dat een beheerder meedeelt in de winst (inherent aan de procentuele vergoeding) maar nooit terugbetaalt na een verlies? Een beheerder gaat dan enkel minder verdienen maar dat is toch heel wat anders dan delen in het verlies door terug te betalen.
Tijd voor nieuw verdienmodel
De performance fee aan de kaak stellen, is daarmee ook vraagtekens zetten bij de conventionele procentuele vergoeding. Er zijn talloze andere verdienmodellen te bedenken waarbij de belangen van de klant en de beheerder beter in balans zijn. Zoals een vast bedrag per jaar voor daadwerkelijk uitgevoerde diensten, wat zorgt voor een totaal andere en productievere dynamiek.’
Meer achtergronden op Fondsnieuws: