De coronacrisis kan het einde van een periode van relatieve underperformance van aandelen uit opkomende markten inluiden. Als de oplopende schuldenlast in de VS leidt tot een periode van een structureel zwakkere dollar, zal dit groeilanden in de kaart spelen.
Dit zegt Gino Delaere (foto), emerging markets specialist bij Econopolis in Singapore, in een gesprek met Investment Officer, het zusterplatform van Fondsnieuws. Econopolis is een Belgische boutique asset manager, gespecialiseerd in multi-asset, obligaties, thematisch aandelenbeheer en duurzaamheid. Opgericht in 2009, beheert de asset manager momenteel circa 1 miljard euro.
‘In de afgelopen jaren klonk de vraag wanneer we terug zouden keren naar de waarderingsniveaus van het dieptepunt van de financiële crisis in 2008-2009. Daar staan we nu!’
Delaere wijst erop dat opkomende markten het de afgelopen weken niet aanmerkelijk slechter deden dan de rest van de wereld. Dat heeft volgens hem twee oorzaken.
Ten eerste heeft het opkomende landen universum in de afgelopen jaren een grondige wijziging ondergaan. Zo maakte een sector als technologie slechts 14 procent van de index uit in 2012, terwijl technologiegerelateerde bedrijven vandaag ruim een derde ervan uitmaken (IT, communicatiediensten en een deel van discretionaire consumptie via onder andere e-commerce).
Sectoren als energie en grondstoffen besloegen toen respectievelijk 13 en 12 procent, terwijl dit vandaag is teruggebracht tot 14 procent voor beide sectoren samen. Kortom, de samenstelling van sectoren en bedrijven is fors door elkaar geschud.
Daarnaast maakten landen als Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika twintig jaar geleden het grootste deel van het universum uit, terwijl dit momenteel China, Zuid-Korea en Taiwan zijn. En juist China is een van de landen waar de aandelenmarkten het niet eens zo slecht doen. Integendeel.
Ten tweede hebben opkomende landen het best lastig gehad in het afgelopen decennium. Dit heeft zich vertaald in relatief lage waarderingen. Onderstaande grafiek geeft de ratio van de aandelenkoers ten opzichte van de boekwaarde van de bedrijven weer in Azië.

Volgens Rory Bateman, Head of Equities bij Schroders, verklaren de voorzichtige tekenen van een economisch herstel waarom bepaalde Aziatische markten het in het eerste kwartaal van 2020 relatief goed hebben gedaan.
‘De regio heeft een relatieve voorsprong opgebouwd in de strijd tegen het virus. Zo hebben sommige Aziatische landen eerder al piekbesmettingen gerapporteerd en werden de lockdownmaatregelen in Wuhan opgeheven. Toch maken de bedrijven zich ook hier op voor de volgende economische storm en hebben meerdere bedrijven ondertussen ook de dividendbetalingen opgeschort. Veel anderen zullen volgen. Dat wordt nog niet weerspiegeld in het huidige marktrendement.’
Onderstaande tabel laat de performance van de verschillende regio’s zien.

Gegevens van het Institute for International Finance laten zien dat de emerging markets ten opzichte van de Amerikaanse aandelenbeurs met een korting van 65 procent noteren. Dat is het hoogste percentage ooit.
De opkomende landen noteren daarnaast ten opzichte van een aantal historische waarderingsparameters met een forse korting, aldus het IIF. Hierdoor zijn de emerging markets relatief gezien een stuk aantrekkelijker geworden.
Voorzichtigheid lijkt echter nog steeds geboden, volgens de economen van het IIF in een rapport: ‘Er is nog altijd bezorgdheid over de groeivooruitzichten en de grondstoffenprijzen. Ook is er een onmiddellijke dreiging dat het virus onderontwikkelde gezondheidssystemen onder druk zet. Dat kan drukken op de risicobereidheid.’
De opkomende landen zijn dit jaar al met bijna 21 procent gedaald. Dat is slechter dan de S&P 500 index. De EM’s hebben bovendien heel wat schulden afgesloten in Amerikaanse dollar, die nu moeten worden terugbetaald. Hierdoor is er een sterke vraag naar de Amerikaanse munt. Steunmaatregelen van de Fed en andere centrale banken kunnen op de korte termijn voor wat respijt zorgen, net als de stijging van de olieprijs. De IIF-economen wijzen op een positieve correlatie tussen de aandelen uit opkomende landen en de grondstoffenprijzen. Maar ook hierbij geldt dat selecitviteit is geboden: ‘We mogen echter niet alle landen over dezelfde kam scheren. De olie-importeurs hebben immers wel baat bij fors lagere olieprijzen.’