WTW - Sandor Steverink
WTW - Sandor Steverink

De eerste drie pensioenfondsen zijn het nieuwe stelsel ingevaren en de meeste gepensioneerden van die fondsen ontvangen nu een hogere pensioenuitkering dan voor het invaren. Toch zijn ze niet allemaal blij met de overgang, want er is minder zekerheid en ervaring dat die pensioenuitkering straks niet omlaag gaat.

De reden hiervoor is dat mensen verschillen. In hoeverre mensen kunnen omgaan met onzekerheid van pensioeninkomen hangt onder meer af van andere inkomensbronnen en de vermogenspositie, maar ook van de persoonlijke omgang met onzekerheid. Niet iedereen is daarin hetzelfde. Het aansluiten van het beleggingsbeleid bij de deelnemersvoorkeur krijgt in het nieuwe contract veel meer aandacht, met wettelijk vereiste risicopreferentie-onderzoeken.

Aan de verscheidenheid aan voorkeuren kan in het nieuwe pensioensysteem recht worden gedaan doordat deelnemers binnen de flexibele pensioenregeling kunnen kiezen welk profiel het beste aansluit bij hun persoonlijke voorkeur. Daarnaast is een fonds in een flexibele premieregeling wettelijk verplicht ook een vaste uitkering aan te bieden als de pensioendatum in zicht komt. In de solidaire regeling, waarvoor de meeste pensioenfondsen kiezen - in ieder geval alle grote fondsen - bestaat deze wettelijke verplichting niet en valt er ook voor de individuele deelnemer qua beleggen nog niet veel te kiezen.

Het gebrek aan keuze heeft ook voordelen: keuzestress wordt vermeden en er kan beter gebruik gemaakt worden van schaalgrootte. Veel landen zijn erg jaloers op het Nederlandse pensioensysteem, omdat we hiervoor gespaard hebben. Met 143 procent van het nationaal inkomen behoren we tot de vijf landen die meer bij elkaar gespaard hebben dan wat er in één jaar verdiend wordt. De rest, waaronder alle andere EU-landen, volgt op grote achterstand.

Dit blijkt uit de Global Pension Assets 2025 studie van WTW’s Thinking Ahead Instituut, waaruit ook naar voren komt dat van de zeven grootste pensioenlanden alleen Australië en de VS meer dan 50 procent in aandelen beleggen. Het achterliggende principe is dat als het beleggingsdoel verder weg ligt in tijd, er meer risico gelopen kan worden. In Nederland wordt nu 27 procent belegd in aandelen volgens deze studie, maar de algemene verwachting is dat dit percentage zal oplopen door de overgang naar het nieuwe stelsel.

De meeste ALM- en portfolioconstructiestudies laten zien dat risicovoller beleggen verstandig is op de lange termijn, maar die studies zijn wel gebaseerd op een ander tijdsgewricht, namelijk een periode waarin het kapitalisme en marktdenken zich geleidelijk uitbreidde over de wereld en waarin conflicten zich meestal beperkten tot burgeroorlogen en burenruzies.

Hoe anders is dat nu in een wereld met alle macro-economische beleidsproblemen van vandaag en geen vooruitzicht op opwaarts potentieel (behalve de mogelijkheid dat de dingen niet zo erg zullen zijn als ze lijken). Daarbovenop zijn aandelenwaarderingen extreem hoog op basis van elke historische maatstaf (met name in de VS). Timing van een eventuele ophoging van de allocatie naar aandelen is dan op zijn minst precair te noemen.

A table with numbers and text

AI-generated content may be incorrect.

A graph of numbers and text

AI-generated content may be incorrect.

Sandor Steverink, CFA, is senior investment consultant van Willis Towers Watson (WTW), lid van het Expertpanel van Investment Officer.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No