Aan de vooravond van de recente bijeenkomst van de EU-leiders over hoe de Europese economie innovatiever, concurrerender en minder afhankelijk van het buitenland te maken, kregen de participanten onder meer een notitie van de Europese Centrale Bank (ECB) opgestuurd. Daarin gaf de bank aan wat het wenselijke beleid is daarvoor.
Een van de zaken die de bank noemt, is de wenselijkheid van eurobonds, gezamenlijke leningen van de EU-lidstaten. Op die manier zou de EU sneller moeten integreren.
Velen juichen dat toe, omdat zij de komst van eurobonds onder meer zien als iets wat de euro belangrijker op het wereldtoneel zal maken en buitenlands kapitaal naar de eurozone zal trekken. De actie van de ECB is echter juist een ernstig gevaar voor de munt en daarmee de economie van de eurozone. De reden: de bank treedt daarmee ver buiten haar mandaat. En dat kan enorme gevolgen hebben, zelfs voor het voortbestaan van de euro op termijn.
De statuten van de ECB geven de bank het recht om ‘advies uit te brengen aan de geëigende instellingen of organen van de Gemeenschap of nationale autoriteiten omtrent aangelegenheden op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen’. Het is echter zeer de vraag of dit advies binnen haar bevoegdheden valt.
Door te pleiten voor het aangaan van gemeenschappelijke schulden, en dus een snellere integratie van de EU-lidstaten, pleit de ECB namelijk voor iets wat het hart van de soevereiniteit van de EU-lidstaten raakt en dus een politieke aangelegenheid is. Het gaat immers over een aspect van de institutionele vormgeving van de unie, iets wat nergens ter wereld een bevoegdheid van de centrale bank is. Daarmee treedt de ECB (ver) buiten haar mandaat. Het is alsof een president van De Nederlandsche Bank zou adviseren dat Nederland een republiek moet worden. Iedereen zou zich afvragen waarmee DNB zich bemoeit.
Wat de ECB onlangs deed, is om een aantal redenen een ernstige zaak.
In de eerste plaats: als de ECB wil dat politici de onafhankelijkheid van de bank in de toekomst eerbiedigen, moet zij zich niet bezighouden met zaken waar politici over gaan. In plaats daarvan moet zij zich focussen op dé taak die het Verdrag de bank gaf, namelijk zorgen voor prijsstabiliteit. Vooral sinds Christine Lagarde president werd, heeft de ECB haar onafhankelijkheid te grabbel gegooid door zich bezig te houden met zaken als klimaatbeleid. Zo is het een politieke instelling geworden. De geschiedenis leert ons dat de prijs voor een niet-onafhankelijke centrale bank hogere inflatie, hogere rentes en een zwakke munt is.
In de tweede plaats omdat eurobonds voor de tweede keer de eurolanden de facto een vrijbrief zouden geven zich niets aan te trekken van de Europese begrotingsafspraken. Aanhoudend onverantwoord begrotingsbeleid door een land duwt op termijn de rentes in dat land omhoog. Met eurobonds zou die schade voor het individuele land echter beperkt blijven en in plaats daarvan worden uitgesmeerd over alle andere leden van de unie.
Eerder gaf de ECB zo’n vrijbrief, toen Mario Draghi in 2012, als president van de ECB, de belofte deed dat de bank er alles aan zou doen de euro te redden. De hoofdsteden van de eurolanden interpreteerden dat als een teken dat ze hun onverantwoord begrotingsbeleid niet hoefden te staken. De werkelijkheid laat zien dat ze zich sinds 2012 inderdaad nóg minder van de Europese begrotingsregels aantrokken dan daarvoor. Immers, voor hen was er geen downside: mocht hun onverantwoord begrotingsbeleid het voortbestaan van de munt in gevaar brengen, dan zou de ECB in actie komen.
Afkalvende onafhankelijkheid van de centrale bank en aanhoudend onverantwoord begrotingsbeleid in veel eurolanden destabiliseren de unie op termijn via verschillende, met elkaar verbonden kanalen, namelijk een zwakkere euro, eerder hoge dan lage inflatie en afnemende steun voor de euro in de lidstaten. Als de euro structureel zwakker wordt, jaagt dat inflatie aan en stuwt het via die weg de rentes op. Dat heeft op zijn beurt ongewenste gevolgen voor de instroom van kapitaal naar de eurozone (en bevordert uitstroom van eigen kapitaal, omdat de euro als een risico in de toekomst gezien kan worden), voor bedrijfsinvesteringen en ruimte voor investeringen van de overheden in zaken zoals het onderwijs en infrastructuur.
Kortom, de economie zou juist verzwakken. Dat landen als Zweden, Denemarken of Polen er niet over peinzen de euro in te voeren, geeft te denken. Immers, als dat soort sterke landen er vertrouwen in zouden hebben, dan zouden ze zich wel willen aansluiten.
De ECB maakt misbruik van het recht om adviezen te geven en algemeen economisch beleid te ondersteunen. Daarom zouden ook, of beter gezegd júist, de voorstanders van de euro zich grote zorgen moeten maken over de handel en wandel van de ECB en de bank tot orde roepen. Het gedrag van de hoedster van de euro maakt dat vooral zij op termijn het grootste gevaar is voor de levensvatbaarheid en het voortbestaan van de munt.
Edin Mujagić is econoom, beheerder van Beleggingsfonds Hoofbosch en auteur van het boek Keerpunt 1971. Hij schrijft iedere maand voor Investment Officer een ECB Watch over het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank.