Eduard Bomhoff
Eduard Bomhoff.png

Wat als AI niet een substituut is voor arbeid, maar een complement? In de medische sector gaat AI helpen om medicaties en behandelingen niet meer alleen af te stemmen op leeftijd en gewicht van de patiënt maar op veel meer karakteristieken. Met AI als een complement voor arbeid kan de opgaande trend in de beurs langer doorzetten. Sommige analisten zien zelfs een lange opgaande golf die doet denken aan de Kondratiev-cyclus.

Jaap van Duijn, oud Robeco-topman en tot voor kort columnist bij DFT, schreef in 1972 zijn dissertatie over de Kondratiev-cyclus. Nikolai Kondratiev was een Russische econoom die de pech had om te publiceren in het Rusland van Stalin. Zijn stelling was dat economieën een cyclus vertonen van ongeveer 56 jaar. Dictator Stalin hield vol dat kapitalistische systemen recht toe recht aan afkoersten op de ondergang, terwijl een socialistische economie alleen maar succesvol kon groeien. Hij liet Kondratiev in 1938 ter dood brengen, en na de oorlog hoorden we weinig over de 56-jaar-cyclus.

Het belangrijkste manco was dat Kondratiev alleen de beschikking had over lange tijdreeksen voor prijzen, met name de prijs van graan in Engeland. Schattingen van de omvang van nationale economieën kwamen pas veel later, met name door het buitengewone werk van Angus Maddison, eerst econoom bij de OESO, later hoogleraar in Groningen. Een cyclus met een duur van 56 jaar komt niet voor in de door Maddison geschatte cijfers voor historisch bbp, en vooral daarom verdween de Kondratiev-cyclus uit de aandacht.

Deze week doet Chief Global Strategist Chen Zao van onderzoeksbureau Alpine Macro de suggestie dat westerse economieën toch een lange cyclus vertonen. Hij beperkt zich tot de naoorlogse periode en ziet de jaren 1947-1971 en ook 1990-2007 als opgaande fasen in de Amerikaanse economie. Eerst het herstel na de Tweede Wereldoorlog en meer recent de PC en de start van het internet. De jaren zeventig en tachtig vielen tegen, in het begin door de inflatie en daarna door het helen van de wonden die de inflatie had veroorzaakt. Ook de periode vanaf 2007 stelde teleur, maar daar zou volgens Chen in 2021 misschien een eind aan zijn gekomen.

Chens belangrijkste observatie nu is dat de gunstige ontwikkeling in de productiviteit – goeddeels door de invoering van AI in het bedrijfsleven – gezien de matige loonontwikkeling gunstig zal uitwerken voor de Amerikaanse inflatie. Dat betekent weer een lagere lange rente en daarmee extra steun voor de aandelenbeurs.

Hier in Nederland merk ik als het gaat over AI dat de nadruk ligt op baanverlies, maar het is goed denkbaar dat AI meer werkt als complement voor menselijke arbeid dan als een substituut. In het gunstige geval kunnen bedrijven met AI een breder dienstenpakket aanbieden. Dan veroorzaakt AI dus extra vraag naar rekencapaciteit en extra vraag naar arbeid. Mij lijkt het bijvoorbeeld heel waarschijnlijk dat onze ziekenhuizen met AI veel preciezer in kaart kunnen brengen hoe medicijnen en behandelingen effect sorteren, wellicht zelfs gedifferentieerd naar geslacht, leeftijd en gezondheidskarakteristieken van de patiënt.

Momenteel kijken dokters en apothekers bij het adviseren over de dosis van een medicijn nog maar naar een paar getallen (leeftijd, gewicht), maar dat kunnen er dus veel meer worden. Dat betekent, meer rekenen en meer rekenaars. Hoe meer AI een complement is voor arbeid, des te meer het er goed uitzien voor de winsten. 

Het verband hiervan met Kondratiev is niet zijn geloof in een cyclus van 56 jaar, maar het algemene inzicht dat sommige gunstige trends langdurig de economie en de beurs kunnen beïnvloeden.

Eduard Bomhoff is voormalig hoogleraar monetaire economie en was in het verleden bestuurder bij twee grote pensioenfondsen.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No