Energie en voedsel worden veel duurder. Italië en Polen pleiten al voor opschorting van de carbon credits die bedrijven moeten kopen voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Zo’n maatregel werkt aan de aanbodkant van de economie.
President Olaf Sleijpen van DNB zei dinsdag terecht dat centrale banken bij eerdere energiecrises wel eens te hard de vraag hadden afgeremd. Dan is opschorten van de carbon credits nu aan de aanbodkant de meest logische actie om de inflatie tegen te gaan.
De Nederlandsche Bank (DNB) slaat onder de nieuwe president een realistischer weg in. Zijn voorganger Klaas Knot was een tijd zelfs overtuigd dat het bankwezen urgent maatregelen moest nemen tegen het risico van verlies aan biodiversiteit. Het woord ‘biodiversiteit’ kwam zestien keer voor in het jaarverslag van drie jaar geleden, toen Knots aandacht voor klimaat een hoogtepunt bereikte. Olaf Sleijpen noemt in zijn eerste jaarverslag nog één keer de ‘biodiversiteit’, maar dan gaat het alleen om de nieuw aangelegde Ecowal die loopt langs het hoofdkantoor in Amsterdam. Prima natuurlijk.
De Ecowal, bron: Eduard Bomhoff
Sleijpen focust nu wat klimaat betreft nog op twee onderwerpen: lopen huiseigenaren en hun hypotheekverschaffers grote risico’s wanneer in de toekomst de zeespiegel stijgt? En kan DNB bij de buitenlandse staatsobligaties in de eigen portefeuille nog eens goed kijken naar de risico’s die de emitterende landen lopen door klimaatverandering? Het is een veel preciezere agenda dan zijn voorganger, die in sommige jaren drukker was met het klimaat dan met de inflatie.
De nuchtere kijk van Sleijpen op het klimaatprobleem is belangrijk, omdat DNB nu gaat adviseren over anti-inflatieacties. Die zijn dringend nodig, want niet alleen is energie veel duurder geworden, voedselprijzen gaan volgens de laatste schatting (zoals in de Wall Street Journal van 25 maart) omhoog met 15 procent vanwege een gebrek aan kunstmest uit Qatar. Er moet nu worden gezaaid, maar de kunstmest is er niet, en het komt niet meer op tijd.
Eten en drinken betreft 30 procent van het vrij besteedbare inkomen van de laagste inkomensgroep. Vermindering van accijns en belasting op energie noemt Sleijpen (terecht) duur en daarom vraagt hij om gerichte steun aan arme gezinnen.
Er is een grotere maatregel denkbaar die direct aangrijpt op de inflatie: voor een paar jaar een pauze in het ETS-systeem van carbon credits. De markt speculeert al op zo’n maatregel van de EU, want de prijs van de credits is dit jaar met bijna een kwart gedaald. Italië en Polen hebben al aangegeven dat ze de carbon credits willen opschorten en de daling van de marktprijs reflecteert dat professionele beleggers een stijgende kans zien dat de EU zo’n stap gaat nemen.
Die maatregel zou misschien voor Knot onbespreekbaar zijn geweest, vanwege zijn voortdurend hameren op klimaatrisico’s, maar Sleijpen lijkt realistischer. Opschorten van de carbon credits werkt aan de aanbodkant van de economie en dat is beter dan inflatie bestrijden door de totale vraag te verminderen. Daarom is het interessant dat Sleijpen opmerkt dat in het verleden centrale banken bij een energiecrisis wel eens te hard de totale vraag hebben afgeremd.
Het opschorten van de carbon credits betekent mindere stortingen in de nationale klimaatfondsen. Daarom is te hopen dat de politiek ook realistisch kijkt naar wat daar wel en niet economisch zinvol is. Een snelle beslissing om twee grote kerncentrales bij EDF te bestellen, en ook te plannen voor SMR’s op verschillende plaatsen in het land, om zo het net minder te belasten, spaart ons zes miljard per jaar uit aan bekabeling in de Noordzee, omdat we dan kunnen stoppen met investeren in extra windturbines.
De kerncentrales vereisen een krediet en garanties van de staat, maar als ze eenmaal werken zijn de variabele kosten zo laag, dat het verdedigbaar is om voor kerncentrales extra te lenen en die leningen af te lossen uit het verschil tussen variabele kosten van nucleair en van andere energiebronnen.
Eduard Bomhoff is voormalig hoogleraar monetaire economie en was in het verleden bestuurder bij twee grote pensioenfondsen.