Han Dieperink
Han Dieperink

De Nederlandse politiek overweegt de bonusregels te versoepelen. Dat is goed nieuws. Alleen geldt de versoepeling uitsluitend voor softwareontwikkelaars, data-experts en cybersecurityspecialisten. Dat is slecht nieuws. Niet omdat deze mensen geen goede beloning verdienen. Maar omdat het laat zien hoe Nederland denkt: bonussen in de financiële sector zijn moreel verwerpelijk, tenzij het ons uitkomt.

De wetgever vindt een variabele beloning dus acceptabel voor functies die straks grotendeels door kunstmatige intelligentie gedaan kunnen worden. Wel een bonus voor de robots, maar voor de portfoliomanager of vermogensbeheerder blijft de bonuscap van 20 procent gewoon bestaan. Terwijl dat nu juist functies zijn die mensenwerk blijven en waarin Nederland ooit uitblonk.

Ruim 1400 miljard euro aan Nederlands vermogen wordt inmiddels in het buitenland beheerd. In Londen mogen mensen sinds 2023 weer onbeperkt bonussen ontvangen, bonussen die in Nederland niet toegestaan zijn. In dertig jaar tijd is de Nederlandse financiële sector meer dan gehalveerd qua banen en bedrijven. De strenge bonusregels maken het lastig om talent te behouden. Wij Nederlanders maken het onszelf onnodig moeilijk.

Kosten van het bonusplafond

In 2001 had de Nederlandse financiële sector ruim 280.000 banen. In 2024 waren dat er nog maar 210.000. Niet al deze krimp komt door het bonusplafond, digitalisering en fusies spelen ook een rol. Maar de timing is opvallend. De bonuscap werd in 2015 ingevoerd. Precies op het moment dat Amsterdam zich had kunnen profileren als aantrekkelijke plek voor internationale banken.

Het Brexit-referendum op 21 juni 2016 bood Nederland een historische kans. Banken zochten massaal naar plekken binnen de EU. Amsterdam stond bij veel partijen bovenaan het lijstje. Totdat zij de bonusregels ontdekten. JPMorgan koos Dublin, Frankfurt en Luxemburg. Goldman Sachs verdubbelde zijn aantal medewerkers in Frankfurt. De werkgeversorganisatie VNO-NCW schatte destijds dat drie serieuze kandidaten samen 7000 tot 17.000 banen zouden opleveren. Plus tot 1 miljard euro aan belastinginkomsten per jaar.

Stel dat Nederland door het bonusplafond 10.000 directe financiële banen is misgelopen. Elke baan in de financiële sector zorgt voor extra banen daaromheen. Onderzoek laat zien dat elke hoogwaardige baan gemiddeld twee tot vier extra banen oplevert in de lokale economie. Met een voorzichtige multiplier van drie worden 10.000 gemiste banen er 30.000. Dat zijn advocaten en accountants, maar ook taxichauffeurs en restauranthouders. En ja, de bloemist op de Zuidas.

De productiviteit in de financiële sector ligt ongeveer 2,7 keer hoger dan gemiddeld. Neem een toegevoegde waarde van 150.000 euro per directe financiële baan. De directe gemiste productie is dan 1,5 miljard euro per jaar. De indirecte gemiste productie via afgeleide banen is ook 1,5 miljard per jaar. Samen 3 miljard euro per jaar aan gemiste economische output.

Over tien jaar, van 2015 tot 2025, is dat 30 miljard euro. Tel daar 5 tot 10 miljard aan gemiste belastinginkomsten bij op. De totale schade komt dan op 35 tot 50 miljard euro. En dan laat ik de 1.400 miljard aan pensioenvermogen nog buiten beschouwing. De beheervergoedingen daarop vloeien jaarlijks naar New York, Londen, Frankfurt en Parijs.

Geen bewijs voor nut bonusplafond

De evaluatie die minister Heinen in april 2025 naar de Kamer stuurde, bevestigt wat de sector al jaren roept. De wet maakt het moeilijker om talent aan te trekken. En de wet heeft de locatiekeuze van financiële instellingen na de Brexit beïnvloed. De ondervraagde experts waren vrijwel unaniem: het bonusplafond schaadt de concurrentiepositie van Nederland.

De evaluatie van 2018 vond al geen bewijs dat een bonusplafond van 20 procent de klantbelangen beter beschermt dan een plafond van 100 procent. Toch bleef het beleid ongewijzigd. Want zo gaat dat in Nederland: eenmaal vastgesteld beleid wordt zelden heroverwogen. Ook niet wanneer de feiten het niet ondersteunen.

Er zit iets typisch Nederlands in deze discussie. Het argument ‘dat is toch niet nodig’ wordt met grote stelligheid gebracht. Met een snufje morele superioriteit dat wij blijkbaar prettig vinden. Bewijs? Daar doen we niet aan. Het doet denken aan de Duitse reactie na Fukushima: Atomkraft, nein danke, verder geen discussie. Dat die houding tot een energiecrisis heeft geleid, wordt liever niet hardop gezegd. Of denk aan de dividendbelasting: afschaffing zou Nederland aantrekkelijker maken voor hoofdkantoren, maar het plan sneuvelde omdat het ‘cadeautjes aan het grootkapitaal’ zouden zijn. Shell en Unilever vertrokken naar Londen. 

De bonuscap zou volledig opgeheven moeten worden. Uit principe, maar vooral uit eigenbelang. Want een bonus is geen zondig extraatje. Het is loon naar werk. En werk zoekt de plek waar het wordt gewaardeerd.

De vraag is niet of bonussen werken. De vraag is of Nederland bereid is te erkennen dat het zichzelf vijftien jaar voor de gek heeft gehouden. En dat de rekening inmiddels in de tientallen miljarden loopt.

 

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No